Skip to content

Gedachten

Shaw

Het ergste wat we onze medemensen kunnen aandoen is niet hen haten, maar onverschillig tegenover hen staan. Dat is de essentie van onmenselijkheid.

George Bernard Shaw in The Devil’s Disciple (1901)

De discipel van de duivel in het toneelstuk van George Bernard Shaw (1856–1950) is Richard ‘Dick’ Dudgeon, het zwarte schaap van een koloniale familie in New Hampshire. Na de dood van zijn vader keert hij voor diens laatste wil terug naar zijn geboorteplaats. De enige die hem daar, ondanks zijn afvalligheid, hoffelijk behandelt, is de plaatselijk predikant, Anthony Anderson. Diens vrouw verzucht dat ze weet dat het verkeerd is om iemand te haten, maar dat ze haar afkeer van Dick niet kan onderdrukken. Dan antwoordt haar man haar dat haat nog altijd beter is dan onverschilligheid. Sterker nog, zo zegt Anthony: liefde en haat lijken nogal op elkaar. Kijk maar naar onze vrienden, zegt hij, hoe die echtparen elkaar kwellen en de maat nemen, hoe zij jaloers zijn op elkaar. En kijk hoe zij hun vijanden bejegenen: gewetensvol en met respect. Zozeer dat ze betere vrienden voor hun vijanden zijn, dan voor hun echtgenoten. Ten slotte suggereert de dominee zelfs dat zijn vrouw misschien wel meer gesteld is op Dick dan op haar eigen man.

Tevens verschenen op de Filosofiekalender © Veen Media

De redelijke mens past zich aan aan de wereld; de onredelijke blijft hardnekkig proberen de wereld aan zichzelf aan te passen. Daarom hangt alle vooruitgang af van de onredelijke mens.

George Bernard Shaw in Maxims for Revolutionists (1903)

Behalve een nogal altijd veel geciteerd essayist en veel gespeeld toneelschrijver was de Ier George Bernard Shaw (1856–1950) ook een overtuigd socialist, vrijdenker, vegetariër en voorvechter van gelijke rechten voor mannen en vrouwen. De Nobelprijs voor de literatuur, die hem in 1925 werd toegekend, accepteerde hij wel, maar hij bedankte voor het geld.
In zijn ‘maximen voor revolutionairen’ sluit Shaw als het ware aan bij Marx, die ooit zei dat de filosofen de wereld alleen maar hadden geïnterpreteerd, maar dat het erom ging haar te veranderen. Zo zijn er ook veel Griekse en Romeinse filosofen die kennis zien als de grootste deugd en veel stoïcijnen prediken het aanvaarden van de bestaande orde als de hoogste wijsheid. Voor een wereldverbeteraar is uit de hoek van de redelijkheid weinig steun te verwachten.

Tevens verschenen op de Filosofiekalender © Veen Media
Scroll To Top