Aandacht
Aarde
Absurde
Afrika
Alleen-zijn
Amerika
Analyse
Ander
Angst
Aporie
Arbeid
Architectuur
Argumenten
Art deco
Ascese
Atheïsme
Authenticiteit
Autobiografie
Autonomie
Autopoïese
Bedrijfsleven
Begeerte
Begrijpen
Begrippen
Behaviorisme
Belangeloosheid
Beschaving
Bescheidenheid
Bestaan
Bestemming
Betekenis
Beweging
Bewustzijn
Bezinning
Bibliotheek
Bibliotherapie
Bijbel
Biologie
Blijmoedigheid
Boeddhisme
Boeken
Boosheid
Brein
Bulverisme
Burn-out
Categorische imperatief
Chaos
Christendom
Coaching
Cognitie
Communicatie
Communisme
Computer
Concentratie
Conditionering
Constructivisme
Contemplatie
Cultuur
Cybernetica
Cynisme
Dagelijks leven
Darwinisme
Definitie van de situatie
Democratie
Denkbeelden
Denken
Depressie
Deskundigheid
Determinisme
Deugden
Deugdenethiek
Deugdzaamheid
Dialoog
Dierenrechten
Dilemma
Ding-in-zichzelf
Diplomatie
Discipline
Dood
Doodsangst
Drogredenen
Dromen
Dubbelzinnigheid
Dunning-Kruger-effect
Duurzaamheid
Dwaasheid
Ecologie
Economie
Eenzaamheid
Eerlijkheid
Eeuwigheid
Egoïsme
Eigenbelang
Eigenheid
Eigenliefde
Eindigheid
Elementen
Emergentie
Emoties
Empathie
Empirisme
Epicurisme
Epistemologie
Erotiek
Ervaring
Essay
Esthetiek
Ethiek
Eudaimonia
Euthanasie
Evangelie
Evolutie
Existentialisme
Existentie
Faidros
Fanatisme
Feiten
Fenomenologie
Filosofen
Filosoferen met kinderen
Filosofie
Filosofisch café
Filosofisch consult
Filosofische praktijk
Frankrijk
Fundamentalisme
Fysiologie
Geboorte
Gedachten
Gedrag
Gedragswetenschap
Geest
Geestelijke gezondheid
Geesteswetenschappen
Geheugen
Gelatenheid
Geld
Geloof
Geluk
Gelukzaligheid
Gematigdheid
Gemeenschap
Gemeenschappelijkheid
Gemoedsrust
Genot
Geschiedenis
Gesprek
Geven
Gevoelens
Geweld
Gewoonten
Gezondheid
Gnostiek
God
Goed
Goede leven
Grondeloosheid
Haat
Handelen
Hebben
Heden
Hedonisme
Held
Helpen
Hermes
Hoop
Humanisme
Huwelijk
Hybris
Hypothese
Idealen
Idealisme
Ideeën
Identiteit
Ik
Illocutionaire handelingen
Individualisme
Individualiteit
Instinct
Integratie
Integriteit
Intersubjectiviteit
Inzicht
Ironie
Isolement
Jaïnisme
Jona
Karakter
Kennis
Keuzes
Kijken
Koningschap
Kritiek
Kunst
Kwaad
Kwaliteit
Kwantumfysica
Kwetsbaarheid
Leefregels
Leibniz
Leiderschap
Leren
Leugen
Leven
Levensbeschouwing
Levensfilosofie
Levenskunst
Levensvorm
Lezen
Lichaam
Liefde
Lijden
Literatuur
Logica
Logotherapie
Luisteren
Maaltijd
Maatschappij
Macht
Markt
Marktdenken
Marxisme
Massamedia
Materialisme
Medelijden
Mediatie
Meesterschap
Mens
Mens en dier
Mens-zijn
Menselijkheid
Metafysica
Methode
Midlifecrisis
Minderwaardigheidscomplex
Mindfulness
Missie
Mode
Moderniteit
Moed
Moedeloosheid
Moraal
Mystiek
Naastenliefde
Nataliteit
Nationalisme
Natuur
Natuurwetenschap
Nazisme
Nederigheid
Neoplatonisme
Neurofilosofie
Niets
Noodlot
Nut
Object
Objectiviteit
Offer
Oidipous
Onbewuste
Onderwijs
Oneindigheid
Ongemak
Onmenselijkheid
Onsterfelijkheid
Onthaasting
Onthechting
Ontologie
Ontspanning
Onverschilligheid
Onzekerheid
Oprechtheid
Opvoeding
Orde
Organisaties
Organismen
Paradigma
Paradigmawisseling
Paradox
Perfectie
Persoonlijkheid
Pessimisme
Phaedrus
Pijn
Placebo-effect
Plichtethiek
Poëzie
Politiek
Politieke filosofie
Positivisme
Postmodernisme
Pragmatiek
Pragmatisme
Praktische filosofie
Principes
Procesfilosofie
Procestheologie
Profeet
Psychiatrie
Psychoanalyse
Psychofarmaca
Psychologie
Psychose
Psychotherapie
rationalisme
Rationaliteit
Rationeel-emotieve therapie
Realisme
Rechtschapenheid
Rechtvaardigheid
Reclame
Rede
Redelijkheid
Reductie
Reductionisme
Reflectie
Reflexiviteit
Relativisme
Relativiteit
Religie
Respect
Retorica
Ruimte
Salutogenese
Samenleving
Samoerai
Scepticisme
Schaamte
Schilderkunst
Schizofrenie
Scholing
School
Schoonheid
Schrift
Schuldgevoel
Sciëntisme
Seksualiteit
Slaap
Sociaal contract
Sociologie
Socratisch gesprek
Solipsisme
Solutionisme
Spijt
Spiritualiteit
Staat
Sterfelijkheid
Sterven
Stoa
Stoelgang
Stoïcisme
Strategie
Stress
Subject
Subjectiviteit
Taal
Taalspel
Tao
Taoïsme
Techniekfilosofie
Technologie
Tegenslag
Televisie
Terre des Hommes
Theodicee
Theologie
Theorie
Therapie
Thomas
Tijd
Timemanagement
Toekomst
Tolerantie
Totalitarisme
Transcendente meditatie
Transcendentie
Twijfel
Utilitarisme
Utopie
Vaderschap
Veerkracht
Veiligheid
Verantwoordelijkheid
Verbeelding
Verbijstering
Verdriet
Vergeving
Vergevingsgezindheid
Vergissen
Verlangen
Verlichting
Verliefdheid
Verslaving
Verstand
Verstrooiing
Vertalen
Vertrouwen
Verveling
Vijand
Visie
Volkomenheid
Voltooiing
Volwassenheid
Vorming
Vragen
Vrede
Vriendschap
Vrije wil
Vrijheid
Vrijheid van meningsuiting
Vrouwenemancipatie
Waanzin
Waarde
Waarden
Waarheid
Waarneming
Wachten
Walging
Wandelen
Wantrouwen
Wereld
Werk
Werkelijkheid
Wet
Wetenschap
Wetenschapsfilosofie
Wetenschapssociologie
Wijsgerige antropologie
Wijsheid
Wilskracht
Wiskunde
Woe wei
Woede
Wolf
Wonder
Woorden
Zekerheid
Zelf
Zelfkennis
Zelfmoord
Zelfoverschatting
Zelfvertrouwen
Zelfzorg
Zen
Zenboeddhisme
Ziekte
Ziel
Zijn
Zin
Zinloosheid
Zintuigen
Zitten
Zwaardvechten
Zwaartekracht

Het is de illusie van het naïeve gelijk. Alleen jij en de jouwen hebben diepten.

Maxim Februari in ‘De onzin van “You Don’t Know Me, But I Know You”’ in NRC Handelsblad (29 mei 2015)

Filosoof, jurist en columnist Maxim Februari (1963) bespreekt onderzoek over het feit dat mensen denken dat ze zichzelf volledig kennen en dat ze anderen trouwens ook helemaal doorzien. Bovendien zijn ze ervan overtuigd dat anderen beide juist niet kunnen. Het is de illusie van het asymmetrische inzicht. Februari verwijst naar een cartoon waarin vijf mensen in de metro zitten te zwijgen, met allemaal hetzelfde gedachtenballonnetje boven hun hoofd. ‘Kijk al die mensen nou eens. Glazig kijkende automaten ... Ik ben de enige bewuste mens in een wereld vol schapen.’
De illusie van het naïeve gelijk geldt ook op politiek en maatschappelijk niveau. Mensen denken zonder uitzondering dat alle leden van hun groep meer van buitenstaanders weten dan die van hen. Als die anderen jouw diepten zouden kennen, dan zouden ze wel net zo denken als jij. Dat ze dat niet doen, bewijst nog maar eens hoe oppervlakkig ze zijn.
Gelukkig is Februari zelf in staat om zich te onttrekken aan deze en alle andere cognitieve illusies waar gewone mensen het slachtoffer van zijn ... Tot hij beseft dat hij daarmee weer was gevallen voor de illusie van het eigen gelijk. Na uren nadenken, komt hij tot de conclusie dat de zaak hopeloos verloren is.

Tevens verschenen op de Filosofiekalender © Veen Media

Reacties

Religie is wat de mens doet met zijn eigen alleen-zijn.

Alfred North Whitehead in De dynamiek van de religie (Religion in the making, 1926)

De Engelse denker Alfred North Whithead (1861–1947) was niet alleen een briljant wiskundige en een bijzondere filosoof, hij is ook de grondlegger van wat de ‘procestheologie’ wordt genoemd. Het is jammer dat een van zijn belangrijkste werken op dit gebied, Religion in the making (1926), in het Nederlands is vertaald als De dynamiek van de religie. ‘In the making’ betekent volgens het woordenboek ‘in de maak, in voorbereiding, in ontwikkeling, op komst’. En zeker die twee eerste vertalingen suggereren dat er een maker is of moet zijn, niet alleen een ‘dynamiek’. In dit geval is dat niet God – die ‘schept’ de religie niet –, maar de mens, en wel de mens die alleen is: ‘indien je nooit alléén bent, ben je nooit godsdienstig.’
Voor zover iemand bewust vormgeeft aan en reflecteert op zijn ‘innerlijke leven’ is hij religieus bezig. Religie is dan het krachtdadige geloof dat je ‘binnenkant zuivert’, en dat betekent dat volgens Whitehead de belangrijkste deugd van een godsdienstig mens ‘een allesdoordringende oprechtheid’ is. Overigens meent Whitehead geenszins dat religie noodzakelijk goed is. Idealiter verloopt een religieuze ontwikkeling van God-de-leegte, via God-de-vijand naar God-de-metgezel. Maar iemand kan het in zijn religieuze ervaring ook op een akkoordje gooien met de ‘God van vernieling’.

Tevens verschenen op de Filosofiekalender © Veen Media

Reacties

Angst is de begeerte om een groter kwaad dat wij vrezen, door een kleiner kwaad te vermijden.

Spinoza in Ethica (3, definitie XXXIX, p. 195)

Er wordt wel gezegd dat de Joods-Nederlandse filosoof en lenzenslijper Benedictus Spinoza (1632–1677) meent dat je niets kunt doen wat je niet wilt (omdat je wat je doet blijkbaar wilde). Maar uit zijn beschouwing over de angst blijkt dat hij toch wel oog heeft voor die ervaring die wij allemaal zo goed kennen, namelijk dat wij niet willen wat wij willen of willen wat wij niet willen (zie Stelling 39, opmerking). De vrees drijft de mens ertoe een kwaad dat hij ziet aankomen te vermijden door een geringer kwaad. Als echter niet duidelijk is welk van beide kwaden het grootste is, hebben we een serieus dilemma. Dan wordt de ‘begeerte om een toekomstig kwaad te vermijden ... belemmerd door de angst voor een ander kwaad’. Als die beide ‘euvelen’ bovendien zeer groot zijn, noemen we de vrees die we ervaren: verbijstering. Nu kun je het bestaan van de vrije wil theoretisch wel ontkennen (zoals Spinoza doet), maar de ervaring ervan, die de verbijstering is, laat zich niet zomaar uitwissen.

Tevens verschenen op de Filosofiekalender © Veen Media

Reacties

Filosofie keert nooit terug naar een eerdere positie na de schok van een groot filosoof.

Alfred North Whitehead in Process and Reality (1927-1928)

De wiskunde redeneert deductief: op grond van algemene principes komt men tot conclusies over bijzondere gevallen. Onder invloed van de wiskunde is deze methode volgens wiskundige en filosoof Alfred North Whitehead (1861–1947) ook ‘opgedrongen’ aan de wijsbegeerte. Maar volgens hem is de primaire methode voor een filosoof ‘beschrijvende generalisatie’, waarbij deductie alleen een hulpmiddel is om de reikwijdte van de geformuleerde generalisaties te toetsen.
Door deze misvatting over de filosofische werkwijze hebben we het zicht verloren op het ‘aanzienlijke succes van de filosofie met het leveren van algemene ideeën die helderheid scheppen in ons begrip van de feiten in onze ervaring’. Dat grote filosofen als Plato, Aristoteles, Descartes, Leibniz, Hume, Kant en Hegel inmiddels ‘onttroond’ zijn, betekent volgens Whitehead alleen maar dat hun ideeën hun beperkingen hebben of aangepast moeten worden. Soms blijkt een door een groot denker verworpen idee juist het betere te zijn. Maar dat neemt niet weg dat zij zelfs daarmee de filosofie vooruit hebben gebracht.

Timon Meynen
Tevens verschenen op de Filosofiekalender © Veen Media
Reacties

Er zijn minstens drie redenen waarom je zo nu en dan een filosofisch gesprek met je ouders of met je kinderen zou willen voeren.

Rudolf Kampers & Jan Ewout Ruiter in Filosoferen aan de keukentafel. Recepten voor een goed gesprek (2014)

In hun fraai uitgegeven boekje geven Kampers en Ruiter allerlei aanzetten om te filosoferen in het dagelijks leven met vrienden, kennissen of familie. De drie redenen die volgens hen pleiten voor het belang van ‘thuis filosoferen’ zijn:
1. Gelijkwaardige onderzoekers. Omdat het in een filosofisch gesprek gaat om een gezamenlijk onderzoek op basis van wederzijdse interesse in elkaars denkbeelden, leidt dat tot meer onderling begrip en ‘respect voor elkaars eigenheid’. Daar kan de sfeer aardig van opknappen.
2. Problemen benaderen. Dierbaren zijn vaak betrouwbare gesprekspartners. Zolang iedereen begrijpt dat je geen behoefte hebt aan een preek of een kant-en-klaar advies, kun je prima samen oplossingen voor een probleem verkennen.
3. Je mening vormen, delen of begrijpen. Door de meningen die je in de loop der tijd hebt ontwikkeld, met anderen te bespreken, vorm je nieuwe meningen, deel je je opvattingen met anderen en leer je die van anderen begrijpen.

Tevens verschenen op de Filosofiekalender © Veen Media

Reacties

Liefde gelooft alles en wordt toch nooit bedrogen.

Søren Kierkegaard in Daden van liefde (1847)

Hoofdstuk 2 van het tweede deel van het meesterwerk over de liefde van de Deense denker Søren Kierkegaard (1813–1855) begint met een citaat uit het beroemde dertiende Bijbelhoofdstuk van de eerste brief aan de Korintiërs waarin van de liefde wordt gezegd: ‘Alles verdraagt ze, alles gelooft ze, alles hoopt ze, in alles volhardt ze.’
Om uit te leggen waarom de liefde nooit bedrogen wordt terwijl ze toch alles gelooft, zet Kierkegaard de ‘ware liefdevolle’ af tegen het wantrouwen en het bedrog. Om te beginnen gaat het bij het geloven van de liefde niet om twee verschillende zaken, het handelen (geloven) en reflectie (wijsheid), maar om een en hetzelfde. ‘Wijs gesproken’ is alles geloven het domste wat je kunt doen. Het weten vertelt ons dat er altijd ten minste twee mogelijkheden zijn: iemand kan oprecht zijn of je bedriegen, maar het weten kan je niet vertellen wat er nu en hier het geval is. Het wantrouwen besluit daarom niemand meer te geloven, maar kan daarin bedrogen worden. De liefde kiest ervoor iedereen te geloven, maar als zij op een bedrieger stuit, bedriegt die alleen zichzelf. Want de ware liefdevolle geeft hem zijn liefde toch wel.

Tevens verschenen op de Filosofiekalender © Veen Media

Reacties

Ik wil ... dat de dood mij aantreft terwijl ik kool plant ...

Michel de Montaigne in Op dood of leven (1995)

Volgens de Franse ‘uitvinder van het essay’ Michel de Montaigne (1533–1592) is de dood wel het einde, maar niet het doel-einde van het leven. ‘Het is de afloop, de afsluiting van het leven, maar niet dat waar het naar streeft. Het leven moet op zichzelf gericht zijn, zichzelf tot doel hebben’ (Ik ben nogal klein van stuk, 1997). Het besef van je eindigheid betekent voor hem dan ook niet dat je achter de geraniums moet gaan zitten wachten op de dood. Hij pleit ervoor bezig te zijn en bezig te blijven, ook in het licht van dit nakende einde, ‘en onze taken in het leven zo lang mogelijk te blijven doen’, zoals werken in je moestuin. We moeten ons daarom niet om de dood bekommeren ‘en nog minder om het feit dat mijn plantjes nog niet staan’. Het komt er op aan dat werken in je tuin met je volle aandacht (‘mindfulness’ avant la lettre) en zorgvuldig te doen.

Tevens verschenen op de Filosofiekalender © Veen Media

Reacties

In de klassieke zorg voor het zelf ... is [het] niet mogelijk om immoreel te zijn en toch de waarheid te kennen.

Dick Kleinlugtenbelt in ‘Het domein van filosofische praktijken’, in: Delnoij & Van der Vlist, Filosofisch consulentschap (1998)

In onze moderne cultuur van het zelf, zo constateert socioloog en filosoof Dick Kleinlugtenbelt (1949), gaat het om het ontdekken van het ‘ware zelf’. Dit ontdekken is ons over het algemeen niet zelf gegeven, maar het moet ‘ontcijferd’ worden door de psychologie of de psychoanalyse. Maar in de klassieke zelfzorg kun je geen toegang tot de waarheid krijgen als je niet eerst aan jezelf werkt. Door deze ‘arbeid’ ontwikkel je een ‘gezonde achterdocht ten aanzien van het kennen van de waarheid’ en ga je daar vervolgens ‘behoedzaam’ mee om. Je streeft naar ‘zuivering’ door jezelf te bevragen en over jezelf na te denken. Daartoe moet je eerst leren autonoom te zijn en zelfstandig te denken. De waarheid heeft vervolgens wel een ‘prijs’: je moet een beter mens worden om jezelf werkelijk te kennen in je eigen unieke situatie. Zolang je jezelf niet moreel ontwikkelt, zul je daar nooit in doordringen.

Tevens verschenen op de Filosofiekalender © Veen Media

Reacties

Levenskunst is het bewust en kritisch ontwikkelen van je eigenheid.

Ronald Wolbink in Levenskunst à la Montaigne (2016)

Bedrijfskundige en filosoof Ronald Wolbink promoveerde in 2012 op een filosofisch proefschrift over De coach, de begeleider van de laatste mens. Hij is tamelijk kritisch op de beroepsgroep van coaches, onder meer omdat die reflectie preekt, maar zelf niet in de praktijk brengt. Verder hanteren coaches veelal een reductionistisch mensbeeld, waardoor zij reële problemen van mensen individualiseren en psychologiseren. Als het gaat om existentiële vragen op de werkvloer ziet hij dan ook meer in de levenskunst, een praktijk die teruggaat tot de eerste filosofen, maar waarbij Wolbink zich vooral laat inspireren door de Essays van Michel de Montaigne (1533–1592). Hij pleitte ervoor ‘om zelf vorm te geven aan je eigen leven en om daarvoor letterlijk en figuurlijk een eigen ruimte voor jezelf te creëren om te zorgen dat je niet overspoeld wordt door alles wat op je afkomt en wat een appel op je doet’.

Tevens verschenen op de Filosofiekalender © Veen Media

Reacties

Het vaderschap is een oefening in belangeloosheid ...

Cornelis Verhoeven in De resten van het vaderschap (1975)

Het is een cliché, maar een kind is een geschenk, volgens filosoof Cornelis Verhoeven (1928–2001). Het vertegenwoordigt een deel van wat hij de ‘lyrische meerwaarde’ noemt: ‘alles wat in het bestaan verrassend is en anders dan wij kunnen bedenken.’ Het onttrekt zich aan ons willen en denken, en we kunnen er alleen ontvankelijk tegenover staan. Volgens Verhoeven verlangen wij naar die lyrische meerwaarde, in weerwil van onze belangen of enig nut dat wij ervan zouden kunnen hebben. Veeleer zijn die slechts een ‘ingedampt en droog sediment’ daarvan.
Dat maakt het vaderschap tot een ‘oefening in belangeloosheid’. Het biedt ons de kans tegemoet te komen aan het ‘elementaire menselijke verlangen tegen het eigen belang in te gaan’.

Tevens verschenen op de Filosofiekalender © Veen Media

Reacties

Meer gedachten


Logo mini

begeleiding bij bezinning

filosofisch consult

socratisch gesprek

moreel beraad