Skip to content

Gedachten

Jaspers

Pessimisten zijn lafaards en optimisten zijn dwazen.

Heinrich Blücher, geciteerd door Elisabeth Young-Bruehl in Hannah Arendt (2011)

In 1940 trouwde de Duitse filosofe Hannah Arendt met autodidact en voormalig communist Heinrich Blücher (1899-1970). Zijn vader kwam al voor zijn geboorte om bij een fabrieksongeval en Blücher moest al jong gaan werken om zijn moeder, die wasvrouw was, te ondersteunen. In 1933 vluchte Blücher vanwege zijn politieke activiteiten naar Praag en vanaf 1935 woonde hij in Parijs. Met Arendt wist Blücher in 1941 via Spanje en Lissabon te ontkomen naar de VS. Daar werd hij uiteindelijk docent filosofie aan Bard College in Annandale-on-Hudson, New York.
Net als zijn echtgenote correspondeerde hij met Karl Jaspers, die hem maar bleef vragen hoe hij zich nu, na alles wat er gebeurd was, als Duitser voelde. Zijn antwoord was kort: helemaal niet. ‘Zoals Hölderlin ooit zei dat de tijd der koningen voorbij is, zo is nu de tijd van volkeren voorbij.’
Uit het citaat blijkt dat hij graag realistisch dacht en geen overdreven verwachtingen koesterde over de toekomst – geen negatieve en geen positieve.

Tevens verschenen op de Filosofiekalender © Veen Media

Wat de mens is, is hij door de zaak die hij tot de zijne maakt.

Karl Jaspers in Über meine Philosophie. Logos 24 (1941)

De Duitse, later Zwitserse, psychiater Karl Theodor Jaspers (1883–1969) is in eerste instantie beroemd als schrijver van een standaardwerk over psychopathologie. Maar daarnaast hield hij zich naar eigen zeggen ook bezig met ‘existentiefilosofie’, wat hij scherp onderscheidde van het ‘existentialisme’ in de zin van Sartre. Jaspers was met name afkerig van diens fundamentele ‘walging’ waar het de wereld en de andere mens betrof, en het idee dat we gedoemd zijn tot de vrijheid. Voor Jaspers bestaat er geen vrijheid als wij niet op een of andere wijze betrokken zijn bij iets wat ons overstijgt (‘transcendentie’).
Toch blijkt uit het citaat ook een grote verwantschap. Waar Sartre stelt dat wij ertoe veroordeeld zijn om in alle vrijheid van ons leven een project te maken, beweert ook Jaspers dat de mens niet op zichzelf kan staan, geen ‘in zichzelf gesloten wezen’ is, maar nog moet worden wat hij zal zijn door zich aan een (goede) zaak te wijden.

Tevens verschenen op de Filosofiekalender © Veen Media
Scroll To Top