Skip to content

Gedachten

De Botton

Regeringen moeten niet alleen maar bezig zijn met oorlogsmonumenten of iconische openbare gebouwen: ze moeten meer geïnteresseerd zijn in straatmeubilair, bankjes in parken en moderne equivalenten van soepterrines.

Alain de Botton & John Armstrong in Kunst als therapie (2013)

De Britse filosofen Alain de Botton (1969) en John Armstrong (1966) zetten zich af tegen de gedachte dat kunst slechts waarde in zichzelf heeft. Een van de politiek-maatschappelijke vragen die we volgens hen met behulp van kunst kunnen proberen te beantwoorden is: ‘Wie moeten we proberen te worden?’ Zij verwijzen in dat verband onder andere naar de kunstcriticus Nicolaus Pevsner, die in 1955 een lezing hield onder de titel ‘The Englishness of English art’. De Engelse nationale identiteit bleek hij echter niet te vinden in monumenten of regeringsgebouwen, maar in ‘soepterrines, stoelen, boekenplanken en deurklinken’. Politieke leiders zouden hiervan kunnen leren dat ze een gevoel van identiteit niet zozeer zouden moeten zoeken in het tegen beter weten in vasthouden aan zogenaamde tradities of straatnamen, maar creëren door een publieke ruimte te ontwikkelen of te behouden waar mensen trots op kunnen zijn.

Tevens verschenen op de Filosofiekalender © Veen Media

Er bestaat geen betere manier om je bewust te worden van wat je zelf voelt dan door te proberen voor jezelf te reconstrueren wat een meester heeft gevoeld.

Marcel Proust, geciteerd door Alain de Botton in Hoe Proust je leven kan veranderen (1997)

De Franse schrijver Marcel Proust (1871-1922) is met name bekend van één groot meesterwerk: Op zoek naar de verloren tijd (1908-1922). Deze roman in zeven delen, andere geschriften en Prousts leven bieden volgens Alain de Botton wijsheden waarmee wij ons voordeel kunnen doen. Proust leert ons onder meer te genieten van het leven, wat echte vriendschap is en bijvoorbeeld ook hoe je ‘met succes kunt lijden’.
Verder betoogt Proust dat je heel veel kunt leren van het lezen van grote schrijvers. Hij spreekt met dedain over de ‘middelmatige lieden’, die zich afvragen waarom het je iets kan schelen wat een filosoof of romancier over zijn ideeën of gevoelens zegt. Je kunt toch gewoon zelf denken of voelen? Maar volgens Proust berust dit op een ernstig misverstand: iedereen die zich heeft gestort op een ‘spirituele discipline’ zal (h)erkennen dat daarmee ‘zijn begrip en gevoeligheid oneindig groter zijn geworden, en zijn kritische geest op geen enkel moment is uitgeschakeld’. Door ons te laten leiden door grote geesten ‘brengen we onze eigen gedachten, samen met die van hem, aan het licht’.

Tevens verschenen op de Filosofiekalender © Veen Media

Kunst is een therapeutisch medium dat ons kan begeleiden, vermanen en troosten, waardoor we in staat zijn betere versies van onszelf te worden.

Alain de Botton en John Armstrong in Kunst als therapie (2013)

Alain de Botton en John Armstrong zetten zich nadrukkelijk af tegen de gedachte van l’art pour l’art, de door de kunstelite aangehangen gedachte dat je je niet mag afvragen waar kunst voor dient, maar dat kunst slechts waarde in zichzelf heeft. Dat maakt de kunst overigens ook kwetsbaar, zoals bij de bezuinigingen van de afgelopen jaren is gebleken.
De Botton en Armstrong vinden dat je kunst wel degelijk (ook) mag benaderen als ‘gereedschap’ dat onze ‘vaardigheden en mogelijkheden’ vergroot doordat het onze aangeboren psychologische tekortkomingen compenseert en ons helpt beter om te gaan met onszelf en elkaar. Daartoe doen ze voorstellen om niet alleen de bijschriften bij de kunstwerken in de bestaande musea te herschrijven, maar ook musea te ontwerpen met afdelingen als Leed, Mededogen en Angst, en aparte verdiepingen voor Liefde en Zelfinzicht.

Tevens verschenen op de Filosofiekalender © Veen Media

Er zijn weinig dingen waar mensen zich zo toegewijd mee bezighouden als met ongelukkig zijn.

Alain de Botton in Hoe Proust je leven kan veranderen (2010)

In Hoe Proust je leven kan veranderen, een bestseller uit 1997, ontleent de Britse filosoof Alain de Botton (1969) interessante adviezen aan met name Prousts meesterwerk Op zoek naar de verloren tijd. Want voor De Botton is dit niet het verhaal van een nostalgisch verlangen naar een verloren jeugd, maar ‘een praktisch, algemeen geldend betoog over hoe je kunt ophouden je leven te verdoen en kunt beginnen het te waarderen’. Een van de dingen die we volgens De Botton kunnen opsteken van Proust is op welke manieren je allemaal ‘verkeerd kunt lijden’.
Een van de besproken ‘patiënten’ is madame Verdurin, een dame van burgerlijke komaf die er haar levensdoel van heeft gemaakt op te klimmen tot de betere kringen. Het lukt haar echter maar niet om op de gastenlijst van de aristocratische families te komen en als reactie veinst ze onverschilligheid en noemt ze iedereen door wie ze niet wordt uitgenodigd ‘een vervelende figuur’. Volgens Proust en De Botton kunnen we onze frustraties leren relativeren en proberen de mechanismen te doorgronden waardoor mensen uit jouw kringen van de belangrijke tafels worden geweerd.

Tevens verschenen op de Filosofiekalender © Veen Media

De kunst van het leven is niets anders dan gebruik maken van de personen door wie we lijden.

Marcel Proust, geciteerd in Alain de Botton – Hoe Proust je leven kan veranderen (1997)

De Franse schrijver Marcel Proust (1871–1922) is vooral de auteur van één groot meesterwerk: Op zoek naar de verloren tijd. Deze meerdelige roman en Prousts leven en andere geschriften bieden volgens Alain de Botton talloze wijsheden waarmee eenieder zijn voordeel kan doen. Hij leert je onder meer van het leven te genieten, hoe je een goede vriend kunt zijn, en vooral hoe je ‘met succes kunt lijden’. Proust bleef in zijn leven op lichamelijk, relationeel en geestelijk vlak weinig bespaard, dus je kunt hem beschouwen als een ‘veteraan in het leed’. Er was hem dus veel aan gelegen niet te zoeken naar een of ander utopisch geluk, maar een ‘werkbare benadering van de ellende’ te vinden. Een van de manieren waarop je die kunt ontwikkelen, is te reflecteren op de mensen die ons in de steek laten of ‘van een gastenlijst schrappen’. Door inzicht te krijgen in de manier waarop we worden gekwetst, worden we niet van onze pijn verlost, maar ‘zodra leed wordt omgezet in ideeën, verliest het iets van zijn vermogen ons hart te verwonden’.

Tevens verschenen op de Filosofiekalender © Veen Media

Kunst is een therapeutisch medium dat ons kan begeleiden, vermanen en troosten, waardoor we in staat zijn betere versies van onszelf te worden.

Alain De Botton en John Armstrong in Kunst als therapie (2014)

De Britse filosofen Alain de Botton (1969) en John Armstrong (1966) zetten zich nadrukkelijk af tegen de gedachte van l’art pour l’art, de door de kunstelite aangehangen gedachte dat je je niet mag afvragen waar kunst voor dient, maar dat kunst slechts waarde in zichzelf heeft. De Botton en Armstrong vinden dat je kunst wel degelijk (ook) mag benaderen als ‘gereedschap’ dat onze ‘vaardigheden en mogelijkheden’ vergroot doordat het onze aangeboren psychologische tekortkomingen compenseert en ons helpt beter om te gaan met onszelf en elkaar.
Volgens Alain de Botton en John Armstrong gaat het onder meer om de volgende tekortkomingen:
1. We vergeten wat belangrijk is.
2. We zijn overgevoelig voor de nare kanten van het bestaan en geven al snel de hoop op.
3. We voelen ons alleen in ons verdriet.
4. We hebben te weinig oog voor onze betere kanten en het ontbreekt ons aan wilskracht om onze idealen na te streven.
5. We zijn een raadsel voor onszelf.
6. We oordelen oppervlakkig en vinden gauw iets vreemd.
7. We zijn ongevoelig geworden door de vertrouwdheid van ons dagelijks leven en vinden het maar saai.
Ze doen voorstellen om niet alleen de bijschriften bij de kunstwerken in de bestaande musea te herschrijven, maar ook musea te ontwerpen met afdelingen als Leed, Mededogen en Angst, en aparte verdiepingen voor Liefde en Zelfinzicht.

Tevens verschenen op de Filosofiekalender © Veen Media

Kunst kan ons tijd besparen – en ons leven redden …

Alain de Botton & John Armstrong in Kunst als therapie (2013)

In hun prachtig vormgegeven boek bespreken Alain de Botton en John Armstrong eerst de zeven functies die kunst kan vervullen. Behalve dat kunst ons helpt te herinneren, ons hoop geeft, ons leed verzacht, ons inzicht geeft in ons zelf, ons in aanraking brengt met het vreemde (waardoor we ons ontwikkelen) en ons het bekende opnieuw leert waarderen, helpt kunst ons onszelf in balans te brengen. Met dat laatste krijgt de kunst ook zijn tijdbesparende en levensreddende functie. Als het goed is herinnert kunst ons ‘op het juiste moment en intuïtief … aan het belang van evenwicht en goedheid, waarvan we nooit mogen veronderstellen dat we er al genoeg van weten’. Volgens De Botton en Armstrong vinden we dergelijke morele boodschappen (die ons betere ik naar voren brengen) ook in kunstwerken die ons in eerste instantie niks zeggen, zoals een Koreaanse ‘maanvaas’, waarvan zij een afbeelding hebben opgenomen. Voor iemand die uit kwetsbaarheid arrogant is of voortdurend bezig is met zijn status, kan bijvoorbeeld zo’n prachtig, bescheiden gebruiksvoorwerp ontroerend en bemoedigend zijn, en aanleiding om zijn leven te veranderen.

Tevens verschenen op de Filosofiekalender © Veen Media

Af en toe een filosoof een bedrijf binnenlaten is geen overbodige luxe.

Alain de Botton in ‘The case for putting philosophers into company boardrooms’ in Financial Times, 1 januari 2014

Als er iemand zijn best doet om nog een vraag te scheppen naar geesteswetenschappers dan is het de in Zwitserland geboren Engelse schrijver en filosoof Alain de Botton (geb. 1969), met titels als De troost van de filosofie, Kunst als therapie (met John Armstrong) en Hoe Proust je leven kan veranderen. Om zo veel mogelijk mensen te helpen met wijze woorden en daden stichtte hij ook The School of Life.
Maar ook de raden van bestuur van ondernemingen kunnen profiteren van de filosofie. In de kern willen bedrijven toch niets anders dan tevreden klanten, en dat is geen gemakkelijke opgave. Aan de andere kant houdt de filosofie zich al millennia bezig met de vraag wat de bestanddelen zijn van een goed leven, wat Aristoteles eudamonia noemde, een Grieks woord dat je volgens De Botton kunt vertalen als ‘bloei’ of ‘vervulling’. Waar bijvoorbeeld een doorsnee reisorganisatie zich afvraagt hoe het de marge op haar skivakanties zou kunnen verhogen, vraagt de filosoof zich af: ‘Waar in de ziel is de behoefte aan skiën geworteld?’ De filosoof zou het management kunnen helpen om dieper na te denken over manieren om het leven van de klant te verbeteren. ‘Er is (gelukkig) geen blijvende tegenstelling tussen het begrijpen van de psyche en geld verdienen.’

Tevens verschenen op de Filosofiekalender © Veen Media
Scroll To Top