Skip to content

Gedachten

Liefde

Een gebeurtenis heeft, per definitie, iets wonderbaarlijks.

Slavoj Žižek in Event – Filosofie van de gebeurtenis (2014)

De cultuurfilosofische ‘rockster’ Slavoj Žižek (1949) buigt zich in dit boek over de gebeurtenis an sich, en al meteen blijkt die een ‘vicieuze structuur’ te hebben. Het gebeurteniseffect bepaalt namelijk met terugwerkende kracht zijn oorzaken of redenen. Een van de voorbeelden van een gebeurtenis is verliefd worden. Verliefd word je niet om dat je daar specifieke redenen voor hebt, zoals zijn of haar lippen, of zijn of haar glimlach, maar omdat je van hem of haar houdt, vind je die lippen of die glimlach aantrekkelijk.
Anders is volgens Žižek ook niet goed te begrijpen waarom we ons in al onze kwetsbaarheid blootgeven aan onze geliefde: ‘wanneer we samen naakt zijn, kan een cynisch lachje of opmerking van onze partner charme doen omslaan in spot.’ En hij gaat verder: ‘Liefde impliceert absoluut vertrouwen: door van een ander te houden geef ik hem of haar de macht om mij kapot te maken, in de hoop en het vertrouwen dat hij of zij die macht niet zal gebruiken.’

Tevens verschenen op de Filosofiekalender © Veen Media

De ziel huivert voor de leegte en wil tot iedere prijs contact.

Hjalmar Söderberg in Dokter Glas (1905)

De Zweden beschouwen Hjalmar Emil Frederik Söderberg (1869-1941) als een van de belangrijkste schrijvers van rond de vorige eeuwwisseling, direct achter Strindberg. Een aantal van zijn romans is in het Nederlands vertaald, waaronder Dokter Glas, volgens Maarten ’t Hart ‘een van de volmaaktste romans over moord en liefde’.
Opvallend aan de plot van dit boek is niet alleen de voor die tijd openhartige behandeling van erotische problemen, maar ook dat daarin het onderbewuste wordt gebruikt als verklaring en zelfs in zekere zin een rechtvaardiging voor moord.
Söderberg had in ieder geval oog voor de ontwikkelingsgeschiedenis van het kwaad in de mens: ‘Men wil bemind worden, bij gebrek daaraan bewonderd, bij gebrek daaraan gevreesd, bij gebrek daaraan verafschuwd en veracht.’ En dat allemaal omdat de ziel huivert voor de leegte en tot iedere prijs contact wil.

Tevens verschenen op de Filosofiekalender © Veen Media

Wij zullen moeten leren om in onze omgeving de liefde tot de wereld of tot onze Aarde als geheel uit te dragen.

Michel Serres in Het contract met de natuur (1990)

Volgens de Franse filosoof Michel Serres (1930) is het hard nodig een nieuw sociaal contract te sluiten, alleen nu niet een contract met alleen mensen, maar ook met de dingen en de natuurlijke wereld in het algemeen. Nu is voor elk contract een bepaalde band, een bepaald verband nodig. En volgens Serres kan dat niet bestaan zonder liefde, en wel in de vorm van tweemaal twee wetten. De eerste is het bekende, christelijke gebod: ‘Hebt elkaar lief.’ Deze valt uiteen in twee wetten: het liefhebben van onze naaste en van de hele mensheid. Want alleen maar je naaste liefhebben kan zomaar leiden tot ‘gangsterdom en racisme’.
Maar deze wet, die ons tweeduizend jaar heeft behoed voor de wederzijdse uitroeiing, moet in de tijd van klimaatopwarming en natuurvernietiging worden aangevuld met het gebod: ‘Heb de wereld lief.’ Daarbij gaat het niet alleen om de ‘grond waar onze voorouders rusten’, het land waar we vandaan komen, want dat kan zomaar leiden tot oorlogen uit bezitsdrang. ‘Wij moeten onze grond en onze naaste liefhebben. Wij moeten de mensheid, onze menselijke moeder, en onze natuurlijke moeder, de Aarde, liefhebben.’ Daartoe moeten we ons nog heel wat aan- en afleren.

Tevens verschenen op de Filosofiekalender © Veen Media

Broeders en zusters, u bent geroepen om vrij te zijn.

De Brief aan de Galaten 5:13 (Nieuwe Bijbelvertaling)

Het onderwerp waar het meest naar gezocht wordt op de website debijbel.nl is de laatste jaren steevast ‘liefde’. In 2016 was de meest gelezen Bijbeltekst er een uit de brief van Paulus aan de Galaten. Hij schreef die waarschijnlijk in de jaren 53-55 aan een groep gemeenten in Galatië, een Romeinse provincie in het midden van Klein-Azië, de streek waar nu de Turkse hoofdstad Ankara ligt. De formulering van Paulus is een iets minder dwingende variant van Sartre’s adagium dat wij ‘veroordeeld zijn tot de vrijheid’. Het lijkt wel of de atheïst Sartre een strengere God diende dan Paulus. Overigens gaat de brief van de laatste verder met de waarschuwing: ‘Misbruik die vrijheid niet om uw eigen verlangens te bevredigen, maar dien elkaar in liefde.’ Dat laatste verwijst immers naar het gebod waarin ‘de hele wet is vervuld’: ‘Heb uw naaste lief als uzelf.’ Paulus vindt het vervolgens wel belangrijk dat wij ons niet laten leiden door onze eigen wil, want die brengt ons alleen maar tot ontucht, afgoderij, tweespalt, jaloezie, gekonkel, ruzie, rivaliteit enzovoort. Als wij ons daarentegen laten leiden door de Geest, dan brengt die ons liefde, vreugde en vrede en nog een aantal zaken waar geen wet iets tegen heeft.

Tevens verschenen op de Filosofiekalender © Veen Media

De liefde verlangt naar persoonlijkheid. Daarom verlangt de liefde naar onderscheiding.

G.K. Chesterton in Orthodoxy (1995)

Als de Engelse letterkundige Gilbert Keith Chesterton (1874-1936) deze stellingen poneert denkt hij niet zozeer aan een individueel psychologische invulling als zouden ‘tegengestelden elkaar aantrekken’. Hem gaat het erom dat het christendom ‘instinctief blij’ is dat God het universum in kleine stukjes heeft gebroken. Dit is volgens hem de ‘intellectuele kloof tussen boeddhisme en het christendom’. Voor het boeddhisme en sommige andere spirituele leren betekent de individuele persoonlijkheid (het ego, de begeerte) de ‘val’ van de mens, terwijl zij voor de christen juist het doel van God is. Het is dan ook niet de bedoeling om te ‘versmelten’ met het Al of iets dergelijks, de christelijke God heeft de mens juist geschapen als een eenling opdat hij tot liefhebben in staat is. ‘Alle moderne filosofieën zijn ketenen die verbinden en boeien. Het christendom is een zwaard dat scheidt en bevrijdt. In geen enkele andere filosofie is God juist verheugd over de verdeling van het universum in levende zielen.’

Tevens verschenen op de Filosofiekalender © Veen Media

Liefde gelooft alles en wordt toch nooit bedrogen.

Søren Kierkegaard in Daden van liefde (1847)

Hoofdstuk 2 van het tweede deel van het meesterwerk over de liefde van de Deense denker Søren Kierkegaard (1813–1855) begint met een citaat uit het beroemde dertiende Bijbelhoofdstuk van de eerste brief aan de Korintiërs waarin van de liefde wordt gezegd: ‘Alles verdraagt ze, alles gelooft ze, alles hoopt ze, in alles volhardt ze.’
Om uit te leggen waarom de liefde nooit bedrogen wordt terwijl ze toch alles gelooft, zet Kierkegaard de ‘ware liefdevolle’ af tegen het wantrouwen en het bedrog. Om te beginnen gaat het bij het geloven van de liefde niet om twee verschillende zaken, het handelen (geloven) en reflectie (wijsheid), maar om een en hetzelfde. ‘Wijs gesproken’ is alles geloven het domste wat je kunt doen. Het weten vertelt ons dat er altijd ten minste twee mogelijkheden zijn: iemand kan oprecht zijn of je bedriegen, maar het weten kan je niet vertellen wat er nu en hier het geval is. Het wantrouwen besluit daarom niemand meer te geloven, maar kan daarin bedrogen worden. De liefde kiest ervoor iedereen te geloven, maar als zij op een bedrieger stuit, bedriegt die alleen zichzelf. Want de ware liefdevolle geeft hem zijn liefde toch wel.

Tevens verschenen op de Filosofiekalender © Veen Media

‘L’amour est l’enfant de la liberté’ [de liefde is het kind van de vrijheid]

Oud Frans liedje, geciteerd door Erich Fromm in The art of loving (1957)

Als het om een beschouwing van de liefde gaat, komen velen niet verder dan dat het ‘een heel speciaal gevoel van binnen is’ (dat gemakkelijk weer kan verdwijnen) of een ‘sublimatie’ van de geslachtsdrift. De Duits-Amerikaanse psycholoog en filosoof Erich Fromm (1900–1980) beschrijft liefhebben echter met diepe ernst als ‘een kunst, een kunde’. Behalve dat liefde een vorm van geven is, blijkt het actieve karakter van liefhebben ook uit de andere basiselementen die alle vormen van liefde delen: zorgzaamheid, kennis, verantwoordelijkheid en respect.
Dit laatste element is, overeenkomstig de wortels van het woord (respicere = kijken naar), het vermogen om iemand te zien zoals hij of zij is, je bewustzijn van zijn of haar unieke individualiteit. Je wilt dat de geliefde persoon groeit en zich ontplooit op zijn of haar eigen wijze en niet om jou te dienen. Respect bestaat dus alleen op basis van vrijheid. Naar welk liedje Fromm in dit verband verwijst, is niet meer te achterhalen. Op internet is alleen een Nieuw-Zeelandse band te vinden die in 1971 onder die titel een popsong uitbracht.

Tevens verschenen op de Filosofiekalender © Veen Media

Wat wij hier en nu ‘geluk’ zouden noemen is niet wat God uiteindelijk met ons voor heeft: maar als we zo zijn dat hij ons zonder enige belemmering zou kunnen liefhebben, zullen we in feite gelukkig zijn.

C.S. Lewis in The problem of pain (1940)

In de filosofie en theologie wordt over het algemeen de vraag waarom God in zijn almacht het lijden in de wereld toestaat de ‘theodicee’ genoemd, naar het boek van Leibniz uit 1710. De Britse schrijver C.S. Lewis (1898-1963) brengt de vraag wat dichter bij huis: ‘waarom moeten wij lijden?’ Waarom staat God toe dat wij pijn hebben, als hij toch van ons houdt? Deze vraag is niet langer onoplosbaar als je ‘houden van’ niet triviaal opvat en niet langer denkt dat de mens het centrum van het universum is. Dat is hij namelijk, volgens Lewis, niet: God is er niet voor de mens, maar de mens is er om zo te leven dat God van hem kan houden. En wie daarin slaagt, zal gelukkig zijn.

Tevens verschenen op de Filosofiekalender © Veen Media

Het beoefenen van de liefde moet beginnen met het erkennen van het verschil tussen eerlijkheid en liefde.

Erich Fromm in The art of loving (1957)

In zijn boek heeft de Duits-Amerikaanse denker Erich Fromm (1900–1980) het eigenlijk niet over eerlijkheid, maar over ‘fairness’. Dit begrip laten Nederlandse ethici vaak onvertaald, omdat er geen equivalent voor is onze taal. Het gaat om redelijkheid, billijkheid, ‘eerlijk spel’ (zoals de vertaler het noemt in Liefhebben, een kunst, een kunde). De ethiek van ‘fairness’ wordt vaak samengevat tot de Gulden Regel: wat gij niet wilt dat u geschiedt, doe dat ook de ander niet. Velen denken dat dit een algemene uitwerking is van het joods-christelijke gebod van de naastenliefde. Maar volgens Fromm is het iets wezenlijk anders. Naastenliefde betekent dat je je verantwoordelijk en verbonden (één) voelt met een ander, terwijl fairness-ethiek betekent dat je niet verantwoordelijk en een voelt, maar afgescheiden en afstandelijk. Het betekent dat je de rechten van je naaste respecteert, maar niet dat je van hem houdt.

Tevens verschenen op de Filosofiekalender © Veen Media

Want zo de liefde je kroont, zij kruist je ook. En al dient zij tot je groei, zij snoeit je evenzeer.

Kahlil Gibran in De profeet (1923, Nederlandse vertaling van C. Verhulst, 1929/1985)

Na Shakespeare en Laozi (of Lao-tse, de grondlegger van het taoïsme) is Kahlil Gibran (1883-1931) de best verkochte dichter aller tijden. De in Libanon geboren kunstenaar, schrijver en dichter, die een groot deel van zijn leven in de VS woonde, schreef in 1923 een reeks filosofisch-poëtische stukken die werden uitgegeven onder de titel De profeet. In de jaren zestig werd hij geadopteerd door de hippies en werd het boek pas echt een bestseller, en zijn ideeën over ‘spirituele liefde’ blijven populair bij newageadepten.

Natuurlijk moet je de liefde volgen als zij je wenkt, ‘al zijn haar wegen zwaar en steil’. De liefde brengt je tot grote hoogten, maar rukt ook je wortels uit de grond. In een reeks van beelden wordt aan de ene kant bezongen dat de liefde het hoogste is wat je kunt bereiken, maar ook dat je er niet zonder kleerscheuren van afkomt: ‘zij dorst je tot je naakt bent.’ Dit alles doet de liefde met als hoger doel je te brengen tot kennis van wat er in het ‘verborgene van je hart’ is, waardoor je ‘een deel van ’s levens hart’ zult worden. Als je niet bereid bent jezelf op het spel te zetten, kun je maar beter warme kleren aantrekken en ‘de seizoenloze wereld’ ingaan, ‘waar je zult lachen, maar niet je volle lach, en wenen, maar niet al je tranen’.

Tevens verschenen op de Filosofiekalender © Veen Media

‘Ben ik verliefd? Ja, want ik wacht.’

Roland Barthes in De taal der verliefden (1980)

Het boek van de Franse literatuurtheoreticus en filosoof Roland Barthes (1915–1980) verscheen oorspronkelijk als Fragments d’un discours amoureux. Barthes achtte een dergelijk boek noodzakelijk omdat hij heeft geconstateerd dat het ‘vertoog’ (discours) van de verliefde er tegenwoordig een is van ‘uiterste eenzaamheid’. De taal der verliefden wordt door velen gesproken, maar door iedereen genegeerd. We vinden de woorden van de liefde niet terug in andere domeinen, zoals wetenschap, techniek, politiek of kunst. Barthes probeert door te dringen in het bewustzijn van de verliefde, met al zijn verwarring, gefrustreerde verlangen, jaloezie enzovoort.
Met het citaat laat Barthes zien dat je weet dat je verliefd bent als je merkt dat je aan het wachten, steeds weer aan het wachten bent, tot het volgende telefoontje, tot hij/zij er eindelijk weer is. ‘De ander wacht nooit’. Al doet de verliefde zijn best om afleiding te zoeken of ook een keer te laat te komen, ‘de fatale identiteit van de verliefde is juist deze: ik ben degene die wacht’. En het voorwerp van de verliefdheid heeft het voorrecht van alle machtigen en machthebbers: iemand laten wachten.

Tevens verschenen op de Filosofiekalender © Veen Media

Pas op voor de onbeminden, want zij zullen uiteindelijk zichzelf iets aandoen. Of mij.

Jim Carrey in Full Speech: Jim Carrey’s Commencement Address at the 2014 MUM Graduation

Als je hem bezig ziet in zijn films zou je het niet zeggen, maar de acteur met het ‘elastieken gezicht’ Jim Carrey (1962) doet aan transcendente meditat

ie en kan zich ook behoorlijk goeroeachtig uitdrukken. In een toespraak ter gelegenheid van het afstuderen van de class of 2014 aan de Maharishi University of Management in Iowa geeft hij zijn publiek tussen vele grappen de nodige wijsheden mee.

Hij vertelt onder meer over zijn vader, die in plaats van het onzekere bestaan van een komiek koos voor de zekerheid van een boekhoudersleven, maar na jaren trouwe dienst zijn baan verloor. ‘Je kunt ook falen in wat je niet wilt.’ In het citaat spreekt hij de overtuiging uit dat mensen van wie niet gehouden wordt, gevaarlijk zullen worden.
Jim Carrey houdt de afgestudeerden ten slotte voor dat ze kunnen kiezen tussen angst en liefde, en dat zij het universum kunnen vragen om wat ze echt willen. Als ze dan niet meteen krijgen wat ze willen, is het universum waarschijnlijk te druk met het vervullen van de wensen van … Jim Carrey.

Tevens verschenen op de Filosofiekalender © Veen Media

Liefde voelt als ijs in een kinderhand.

Sophokles, overgeleverd fragment uit De liefdes van Achilles, naar Tom Stoppard in The invention of love, geciteerd (in de vertaling) van Alberto Manguel in De bibliotheek bij nacht (2007)

Zoals het in het toneelstuk van Tom Stoppard (1937) klinkt – als een regel poëzie – heeft Sophokles het bepaald niet geschreven. Het enige overgeleverde fragment van De liefdes van Achilles luidt in werkelijkheid ongeveer zo: ‘Als buiten ijs verschijnt en jongens het pakken terwijl het nog een vaste vorm heeft, ervaren ze in eerste instantie nieuw genot. Maar uiteindelijk zal hun trots er niet mee instemmen om het weer los te laten, maar hun verovering is niet goed voor hen als die in hun handen blijft. Op dezelfde manier drijft een vergelijkbaar verlangen minnaars ertoe te handelen en niet te handelen.’
Nu is het citaat uit Stoppards toneelstuk misschien beter te vertalen als ‘liefde is als ijs in de handen van kinderen’, maar dan lijkt het nog steeds niet precies wat Sophokles heeft willen zeggen. Als we er dan toch een aforisme van zouden moeten maken, dan zouden we misschien beter kunnen zeggen: ‘Wie de liefde in eigen hand wil houden, is als een jongen die ijs in zijn knuisten wil bewaren.’

Tevens verschenen op de Filosofiekalender © Veen Media

De kunst van het liefhebben is voornamelijk de kunst van het volharden.

Albert Ellis

De rationeel-emotieve therapie van de Amerikaanse psycholoog Albert Ellis (1913–2007) wordt wel een moderne variant van de stoïcijnse filosofie genoemd. Wij lijden (geestelijk) niet door objectieve omstandigheden, maar vooral door onze eigen gedachten daarbij of daarover. Het is dus zaak te laten zien dat onze denkbeelden verkeerd zijn, en het lijden houdt op. Ook de stoïcijnen maakten daarbij gebruik van ‘oefeningen’, wat in de mede onder invloed van Ellis ontwikkelde cognitieve gedragstherapie ‘gedragsexperimenten’ heten.
Van Ellis zelf is bekend dat hij zijn verlegenheid tegenover het andere geslacht overwon met behulp van een zelf ontworpen gedragsexperiment. Hij sprak met zichzelf af dat hij iedere keer dat er voor het universiteitsgebouw een meisje op een bank zat, hij haar aan zou spreken en mee uit zou vragen. Hij verdroeg uiteindelijk meer dan honderdvijftig afwijzingen, maar hij volhardde totdat er eentje bereid was het op liefhebben aan te laten komen.

Tevens verschenen op de Filosofiekalender © Veen Media

Het is wat het is / zegt de liefde.

Erich Fried in Was es ist (1983)

De Joods-Oostenrijkse dichter, schrijver en essayist Erich Fried (1921–1988) werd vooral ook geprezen om zijn Duitse vertalingen van werk van T.S. Eliot, Dylan Thomas, Graham Greene en Shakespeare. Na de Anschluss werd zijn vader vermoord en vluchtte hij met zijn moeder naar Londen. Hoewel hij dus een groot deel van zijn leven in Engeland woonde, bleef hij altijd in het Duits schrijven. Zijn werk ademt die levenservaringen, maar hij was ook een geëngageerd schrijver, die twee bundels publiceerde tegen de oorlog in Vietnam en sterk atheïstische en antizionistische opvattingen koesterde.
In het bekende en vaak vertaalde gedicht waaruit het citaat afkomstig is, krijgt de liefde het ene verwijt na het andere, maar verdedigt zij zich steeds met die eenvoudige, diepe waarheid.
Het is onzin / zegt het verstand / Het is wat het is / zegt de liefde
Het is ongeluk / zegt de berekening / Het is alleen maar wat verdriet / zegt de angst / Het is uitzichtloos / zegt het inzicht / Het is wat het is / zegt de liefde
Het is belachelijk / zegt de trots / Het is lichtzinnigheid / zegt de voorzichtigheid / Het is onmogelijk / zegt de ervaring / Het is wat het is / zegt de liefde

Tevens verschenen op de Filosofiekalender © Veen Media

Het is geen manier van leven, om te wachten met liefhebben.

Dave Eggers in What Is the What: The Autobiography of Valentino Achak Deng (2006)

Eerst had Dave Eggers (geb. 1970) nog overwogen om er een ‘echte’ roman van te maken, maar uiteindelijk koos hij ervoor Valentino Achak Deng zelf zijn verhaal te laten vertellen. Deze jongeman uit Soedan was een zogenaamde lost boy, een minderjarige vluchteling zonder ouders of begeleiders, overgeleverd aan het geweld van een chaotisch werelddeel. Dorine Manson, directeur van VluchtelingenWerk Nederland vertelt in Trouw (16 december 2013) dat het boek binnen haar organisatie een soort ‘bijbel’ is. Als je daar werkt, moet je het boek gelezen hebben. Volgens Manson beschrijft dit boek als geen ander hoe het is om vluchteling te zijn: ‘dat je als je in veiligheid bent, je er nog lang niet bent; dan begint een heel nieuwe problematiek.’

In het citaat vertolkt Valentino Achak Deng een tragisch besef, dat iedereen zich mag aantrekken. ‘We dachten dat we jong waren en dat er nog tijd genoeg was om ergens in de toekomst op de juiste manier van elkaar te houden. Maar het is verschrikkelijk om zo te denken. Als ik ooit weer van iemand houd, zal ik niet wachten zo lief te hebben als ik kan.’

Tevens verschenen op de Filosofiekalender © Veen Media

Zoals de theologie in haar logische consequentie tot mystiek voert, is de uiterste consequentie van de psychologie: liefde.

Erich Fromm in Liefhebben, een kunst, een kunde (1957)

Het verlangen om onszelf en onze medemensen te begrijpen, gaat ver terug, en wordt uitgedrukt in een opschrift op de tempel van het orakel van Delphi: ‘Ken u zelf.’ Voor de Duits-Amerikaanse psycholoog en filosoof Erich Fromm (1900–1980) is dit de drijfveer van alle psychologie. Niettemin loopt het denken tegen grenzen op als het gaat om het volledig kennen van de mens. We kunnen het ‘geheim’ van de ander pas kennen in de daad van liefde. Daarin overstijgen we het denken en de woorden en ‘nemen we een vermetele duik in de ervaring van eenheid’. Toch is psychologische kennis wel nodig om werkelijk lief te hebben. De psychologie doorbreekt het verstoorde beeld dat wij van de ander hebben en leert ons onze medemens objectief te aanschouwen. Maar net als de theologie nodig is om God te leren kennen, maar die kennis onvolmaakt is zonder mystiek, zo stuit ook de psychologie op grenzen die alleen in de liefde overschreden kunnen worden.

Tevens verschenen op de Filosofiekalender © Veen Media

Het huwelijk zal zich nooit uit iets anders vernieuwen dan waaruit het ware huwelijk altijd ontstaat: dat twee mensen elkaar hun Jij openbaren.

Martin Buber in Ich und Du (1923)

Volgens de Joodse denker Martin Buber (1878–1965) kunnen wij twee houdingen innemen ten opzichte van de wereld en elkaar, die samenhangen met de twee ‘grondwoorden’ die we kunnen spreken: Ik-Jij en Ik-het. Als we in de betrekking Ik-Het staan, delen we ons leven met de medemens in in twee duidelijk afgebakende gebieden: het Het van instellingen (in de zin van instituten of gewoonten) en het Ik van de gevoelens. Het Het-gebied is een ‘buiten’ waar we ons met allerlei doelen ophouden, bijvoorbeeld om er te werken, handel te drijven of te preken. Het Ik-gebied is het ‘binnen’ waar je leeft en weer op krachten komt na een verblijf in de instellingen. Hier geniet je van je haat en je lust of verdraag je je onlust. De afgrenzing tussen Ik en Het is het lastigst in stand te houden in het persoonlijk leven, waartoe ook het instituut van het huwelijk behoort. Dit kun je nooit werkelijk (nieuw) leven inblazen vanuit je gevoelens, want het is iets wat alleen door twee ‘Jijen’ kan worden opgebouwd. ‘Dit is het metafysische en metapsychische feit van de liefde, die door de liefdes-gevoelens slechts wordt begeleid.’ (cursivering TM)

Tevens verschenen op de Filosofiekalender © Veen Media

Elke van de talrijke zelfmoorden ten gevolge van een ongelukkige liefde vormt een duidelijk bewijs voor de ondeugdelijkheid van de theorie die beweert dat een grote liefde alleen wordt opgewekt om hoe dan ook het vereiste nageslacht voort te brengen, dat

Vladimir Solovjov in De betekenis van de liefde (1892-1894)

De Russische filosoof, schrijver, dichter en mysticus Vladimir Solovjov (1853–1900) gebruikt het liefst voorbeelden uit de wereldliteratuur om te laten zien dat het liefdesgevoel bij de mens geen evolutionair doel dient. Zoals wellicht bekend leed de jonge Werther in Goethe’s Die Leiden des jungen Werthers aan een onbeantwoorde liefde voor Lotte die hem uiteindelijk tot zelfmoord dreef. Na verschijning van de romantische roman volgden vele ongelukkige verliefden in de werkelijkheid overigens zijn voorbeeld. Als de ‘wereldwil’ (Solovjov verwijst o.a. naar Schopenhauer) daadwerkelijk gebruik zou maken van de liefde om te zorgen voor meer of beter nageslacht, kan het toch niet zo zijn dat juiste de grootste liefdes vaak onbeantwoord blijven en helemaal geen (belangrijk) nageslacht voortbrengen. Want als de wereldwil zo zijn best had gedaan Werther in vuur en vlam te zetten voor Lotte, waarom lukt dat dan niet bij haar?

Tevens verschenen op de Filosofiekalender © Veen Media

‘Naar uw medisch oordeel leed de overledene dus aan goed-zijn? Was dat het psychologische defect dat leidde tot haar dood?’

Uitspraak in Breaking the waves (1996) van Lars von Trier

[bevat spoilers] Naast alle bewondering voor zijn weergaloze films roept de Deense filmmaker Lars von Trier (geb. 1956) ook veel ergernis of zelfs woede op, onder andere vanwege de manier waarop vrouwen het in zijn films te verduren krijgen. Beide reacties gelden zeker ook zijn meesterwerk Breaking the waves. De film won de grote prijs van Cannes en was voor de toonaangevende criticus Roger Ebert en regisseur Martin Scorsese een van de tien beste films van het laatste decennium van de twintigste eeuw.

De film speelt in de jaren zeventig in Noord-Schotland en gaat over de liefde van de naïef-vrome Bess, opgegroeid in een soort zwartekousenkerk, voor de wereldse Jan, hippe medewerker op een boorplatform. Bess wordt zich op zeker moment in de film bewust van haar unieke talent: ‘ik kan geloven.’ Dat geloof in haar liefde en in haar geliefde wordt haar noodlottig, zo lijkt het.

Een interessante subplot is de relatie tussen Bess en de jonge arts/psychiater van het plaatselijke ziekenhuis. Eerst ziet hij haar ‘antipsychiatrisch’ als een vrouw die lijdt onder de dood van haar vader en broer. Later slaat dat om en wil hij haar gedwongen laten opnemen in een inrichting. Uiteindelijk verliest hij zijn professionele afstand en herroept hij voor de tuchtrechter bijna zijn diagnose dat zij neurotisch of psychotisch was: ‘ik zou nu misschien gewoon een woord gebruiken als “goed”.’ Om zijn eigen hachje te redden, komt hij daar na die strenge vraag uit het citaat weer op terug.

Tevens verschenen op de Filosofiekalender © Veen Media

Het is bespottelijk te beweren dat deugd geen eigenschap van vrouwen is.

Plutarchus in Gesprek over de liefde (Huwelijk – moraal en praktijk)

Hij was afkomstig uit Boeotië, in het midden van Griekenland, en heette eigenlijk Ploutarchos, maar is bekend geworden onder de Romeinse naam Plutarchus (ca. 46–120 n.Chr.), die hij kreeg van een Romeinse vriend die verkeerde aan het hof van keizer Vespasianus. Plutarchus was al in die tijd een veelgelezen auteur van een verzameling ‘Parallelle levens’, een reeks met veel anekdotes gelardeerde levensbeschrijvingen van telkens een grote Griek en een grote Romein die een zekere verwantschap met elkaar hadden.

De dialoog waaruit het citaat afkomstig is, heeft meer weg van een monoloog, waarin hij onder andere het huwelijk verdedigt tegen de ‘knapenliefde’. Zelf is hij gelukkig getrouwd met een ontwikkelde vrouw, Timoxena, en heeft hij een voor die tijd behoorlijk vooruitstrevende opvatting over vrouwen. Zo vindt hij het ‘al te dol’ dat velen de ‘vrouwelijke natuur’ eerst de hemel in prijzen, maar vervolgens beweren dat zij niet in staat zou zijn tot werkelijke vriendschap. ‘Een vrouw houdt toch van haar man en kinderen!’

Tevens verschenen op de Filosofiekalender © Veen Media

Geven is de hoogste uitdrukking van kracht.

Erich Fromm in The art of loving (1956)

Alleen al van het Engelstalige origineel van Liefhebben, een kunst een kunde van Erich Fromm (1900–1980) werden zes miljoen exemplaren verkocht, maar ook in Nederland blijft het een veelgelezen boek. De 14e druk in 1995 was een herziene vertaling, en ook die werd reeds herdrukt.
Kerngedachte van het boek is dat liefde niet ‘een heel speciaal gevoel van binnen’ is dat je overkomt, maar een activiteit. Je wordt niet ‘ver-liefd’ (of hoogstens voor een paar maanden), maar je hebt lief. In de meest algemene zin kun je daarom zeggen dat liefde in de eerste plaats ‘geven’ is en niet ‘ontvangen’. Volgens Fromm is de vraag wat ‘geven’ eigenlijk is, bijzonder moeilijk te beantwoorden. Het grootste misverstand is dat ‘geven’ altijd iets ‘opgeven’ betekent, een opoffering. ‘Wiens karakter zich nog niet heeft ontwikkeld voorbij het stadium van de receptieve, uitbuitende of hamsterende oriëntatie ervaart de daad van het geven op die manier. Het “marketing”-karakter wil wel geven, maar alleen in ruil voor iets anders.’ ‘Onproductieve’ mensen, die vroom zeggen dat geven beter is dan ontvangen, lijden liever onder een verlies dan vreugde te ervaren. Voor productieve mensen is geven echter iets geheel anders: het duidelijkste teken van kracht.

Tevens verschenen op de Filosofiekalender © Veen Media

Het huwelijk is de moeilijkste spirituele oefening die er bestaat.

Leonard Cohen, geciteerd door Rebecca De Mornay in I’m Your Man – Het leven van Leonard Cohen van Sylvie Simmons (2012)

De Canadese dichter en singer-songwriter Leonard Cohen (geb. 1934) leefde jarenlang in een boeddhistisch klooster in Amerika. De componist en tekstschrijver van onder meer het vele malen gecoverde ‘Hallelujah’ was nooit getrouwd, maar had verschillende min of meer langdurige relaties met vrouwen, over/voor wie hij vaak liedjes schreef (‘Suzanne’; ‘So long, Marianne’). Een van zijn liefdes gold de Amerikaanse filmster Rebecca De Mornay. Zij vertelt dat Cohen hun relatie beëindigde op het moment dat hij ontdekte dat zij verlangde wat hij haar niet kon geven: een huwelijk en een gezinsleven met kinderen. Desgevraagd legde hij haar uit wat hij bedoelde met zijn uitspraak dat het huwelijk de moeilijkste spirituele oefening is die er bestaat. Mensen vroegen hem vaak hoe hij het uithield daar in dat klooster op een afgelegen plek op Mount Baldy, en hoe hij daar uren, weken, maanden aan één stuk stil kon blijven zitten. Maar volgens Cohen is dat nog niets vergeleken met het huwelijk: ‘Als je je huwelijk werkelijk bewust ervaart, dan is dat een en al zelfreflectie, continu. Met andere woorden: wie jij bent, zie je weerspiegeld in je partner, dagelijks, elk uur, elke minuut. Wie houdt dat vol?’

Tevens verschenen op de Filosofiekalender © Veen Media

Een filosoof die wegkwijnt kan in zijn poging een zuiver, onthecht verstand te worden zijn eigen streven naar het goede verhinderen.

Martha Nussbaum in De breekbaarheid van het goede (1986)

In De breekbaarheid van het goede gaat de Amerikaanse filosofe Martha Nussbaum (geb. 1947) uitgebreid in op de dialoog tussen Faidros en Sokrates, die niet alleen gaat over de ziel en de liefde maar ook over retorica en de aard van de filosofie. Volgens Nussbaum komt Plato in deze dialoog terug op een aantal al te radicale stellingnames in onder meer Het Bestel (Politeia).
In de Faidros beweert Sokrates dat alleen een god kan zeggen wat een ziel precies is, maar dat de mens wel in staat is om te bepalen waarop een ziel lijkt, namelijk ‘de samengevoegde kracht van een span gevleugelde paarden en een menner’. Dat betekent dat de mens zich dus niet alleen kan richten op zijn geest (de menner), want zonder bijvoorbeeld zijn emoties en zintuigen te voeden (de paarden) weet hij misschien wel waar het span naar toe moet (het goede), maar heeft hij niet de kracht om er te komen …

Tevens verschenen op de Filosofiekalender © Veen Media

Liefhebben betekent niet dat we naar elkaar kijken, maar dat wij samen in dezelfde richting kijken.

Antoine de Saint-Exupéry in Terre des Hommes (Het rijk der mensen, 1939)

De Franse piloot en schrijver Antoine Marie Jean-Baptiste Roger de Saint-Exupéry werd geboren in 1900 en keerde in 1944 niet terug van een verkenningsvlucht boven de Middellandse Zee. Pas op 7 april 2004 werden voor de kust van Marseille de wrakstukken van zijn toestel gevonden, waarmee zijn dood officieel werd.
Van zijn kinderboekje voor grote mensen Le petit prince (De kleine prins) werden wereldwijd tachtig miljoen exemplaren verkocht. Minder bekend is het boek Terre des Hommes, dat gaat over zijn ervaringen als vliegenier, onder meer na een noodlanding in de woestijn. Het citaat is het motto van de naar dat boek genoemde charitatieve organisatie Terre des Hommes, die zich richt tegen de uitbuiting van kinderen in derdewereldlanden middels projecten op het gebied van gezondheidszorg, onderwijs en microkredieten en de strijd voor kinderrechten.

Tevens verschenen op de Filosofiekalender © Veen Media

Eenieder die zich verbeeldt dat alle vruchten tezelfdertijd tot rijping komen als de aardbeien, weet niets van druiven.

Paracelsus

De omstreden Zwitserse arts en theoloog Philippus Aureolus Theophrastus Bombastus von Hohenheim (1493/1494–1541), beter bekend als Paracelsus, hield zich ook bezig met alchemie en astrologie. Hij wordt gezien als de eerste systematische botanicus en gaf bijvoorbeeld het element zink zijn naam.
In zijn denken hangt hij de hermetische filosofie aan en gaat hij ervan uit dat ziekte en gezondheid van het lichaam afhangen van de harmonie tussen de mens, zijn omgeving en de natuur in het groot. In die harmonie speelt ons kennen van de wereld een belangrijke rol, niet als gevolg van de liefde voor die wereld, maar als voorwaarde daarvoor. In het citaat drukt Paracelsus op beeldende wijze het verband uit dat er volgens hem bestaat tussen kennis en liefde:
Hij die niets kent, heeft niets lief.
Hij die niets kan, begrijpt niets.
Hij die niet begrijpt, heeft geen waarden.
Maar hij die begrijpt heeft ook lief, neemt waar, schouwt…
Hoe meer iets gekend wordt, des te groter is de liefde…

Tevens verschenen op de Filosofiekalender © Veen Media

Vrijheid is dat je echt van iemand houdt.

Freek de Jonge in ‘Ik sta hier en jij zit thuis’ van Neerlands Hoop – Interieur (1976–1977)

Hij speelt in steeds kleinere zalen en ze zitten ook niet elke keer vol, zoals in de jaren tachtig en negentig toen Freek de Jonge (geb. 1944) de onbetwiste grootmeester van het Nederlandse cabaret was. Hij was bij uitstek iemand die leed onder het multatuliaanse feit dat hij van alles te zeggen had, maar wist dat mensen alleen luisterden als er ook iets te lachen viel, waarna hij zijn publiek vervolgens hun platheid verweet op een manier die het de slappe lach bezorgde.
Ook in de tijd dat hij nog met Bram Vermeulen (1946–2004) letterlijk en figuurlijk Neerlands Hoop (in Bange Dagen) vormde, was er al een ‘andere’ kant van Freek, die zich vooral uitte in zijn liedjes. Daarin spreekt hij zijn geliefde aan en bekent hij dat hij soms een beetje voor haar vlucht, omdat hij bang is voor de verantwoordelijkheid en altijd dacht dat vrijheid is ‘dat je voor niemand hoeft te zorgen’ en ‘dat je de ander weet te boeien’. Hij is bang voor ‘woorden als liefde en geluk’, want hij maakt ‘altijd alles stuk’. Ten slotte komt hij tot de conclusie:
Ik sta hier en jij zit thuis / En je wacht op mij / Tot ik eventjes bij jou kom schuilen / De ergste angst er uit te huilen / Vrijheid is / Dat je echt van iemand houdt

Tevens verschenen op de Filosofiekalender © Veen Media

Het leven is liefde voor het leven …

Emmanuel Levinas in Totaliteit en Oneindigheid (1961, 2012, p. 114)

Hoewel het in zijn filosofische hoofdwerk vooral over de Ander gaat, die zo veronachtzaamd is in de westerse filosofische traditie, heeft Levinas (1906–1995) ook andere opvattingen over het zelf of het individu dat zich uiteindelijk door het gelaat van die Ander moet laten aanspreken (over ons dus). Andere opvattingen tenminste dan de wijsgerige traditie waarin hij staat: de existentiële fenomenologie van zijn leermeester Heidegger, maar ook van iemand als Sartre.
Volgens Levinas zijn wij op een bijzondere wijze verbonden met (een deel van) de wereld om ons heen, namelijk in die zin dat wij er van leven. De dingen waar wij van leven zijn geen ‘objecten van voorstellingen’ of middelen tot een doel, maar tekenend voor de onafhankelijkheid die wij vinden in genieting en geluk. Voor Levinas is er geen ‘bestaan tot de dood’ waarvoor gezorgd moet worden (Heidegger) of een naakte existentie die later bekleed moet worden met een essentie (Sartre). Nee, het leven is ‘een betrekking tot inhouden die niet mijn bestaan zijn, maar kostbaarder zijn dan mijn bestaan: denken, eten, slapen, lezen, werken, zich koesteren in de zon’.

Tevens verschenen op de Filosofiekalender © Veen Media

De fundamentele conditie van het bestaan is vertrouwen.

Humberto Maturana in From Being to Doing – The Origins of the Biology of Cognition (2004)

Als een vlinder uit zijn cocon glipt, vertrouwen zijn vleugels en antennes, zijn romp en de rest van zijn lichaam erop dat er lucht zal zijn, windvlagen om op te zweven, en bloemen met nectar. Een gedachte als deze mag je verwachten van de excentrieke Chileense bioloog Humberto R. Maturana (1928) voor wie het kernwoord van het biologische leven niet ‘strijd’ is of ‘selectie’, maar ‘liefde’.
Voor hem is liefde ‘relationeel gedrag door middel waarvan een ander ontstaat als een rechtmatige ander in het domein van co-existentie waarin het plaatsvindt’. Maturana geeft zelf een voorbeeld van liefde tussen mens en dier. Na een maaltijd bij mensen thuis in Bolivia zaten ze na te tafelen toen plotseling een spin afdaalde tot midden op de tafel. Een van de gasten schreeuwde: ‘Pas op, een spin.’ Maar de gastvrouw zei dat er niets aan de hand was. De spin kwam altijd na te eten om restjes te snoepen en ging dan weer terug naar zijn schuilplaats. Zij liet hem met rust, en hij stoorde niet tijdens het eten.

Tevens verschenen op de Filosofiekalender © Veen Media

Dat hele complex dat door de mensen ‘liefde’ wordt genoemd … is iets zo oppervlakkigs, dat ik niets kan bedenken wat daarmee te vergelijken is.

Cicero in Gesprekken in Tusculum (45 v.C.)

Een van de vragen die Marcus Tullius Cicero (106–43 v.C.) aan de orde stelt in deze Gesprekken is ‘wat de therapie waard is die door de filosofie tegen de ziekten van de geest wordt toegepast’. Een van de ‘beroeringen’ die het volgens Cicero verdient om te worden genezen door de filosofie is de liefde, al lijkt hij vooral de verliefdheid te bedoelen. Ironisch merkt hij op dat de poëzie een ‘bijzondere bijdrage’ levert door Amor een god te noemen, terwijl het toch om een ‘bron van schandelijke daden en van oppervlakkigheid’ gaat.
Dat de liefde geen erg hoogstaand aspect van het menselijk leven is, blijkt volgens Cicero onder meer uit het feit dat niemand van de oude Grieken, die zo hoog opgaven van de liefde die vriendschap is, hield van een lelijke jongeman of een mooie oude man. Nee, hij stemt in met Ennius die zegt dat het begin van schande is zich te midden van medeburgers het lichaam te ontbloten, zoals de gewoonte was in de sportscholen van Griekenland. De enige liefde die van Cicero wel mag bestaan is de stoïcijnse ‘poging om op grond van een indruk van schoonheid vriendschap te sluiten’. Want die vorm van liefde is ‘zonder zenuwachtigheid, zonder heimwee, zonder zorgen en zuchten’.

Tevens verschenen op de Filosofiekalender © Veen Media
Scroll To Top