klimaat

Blijven we dromen van ontsnapping of komen we in beweging om een territorium te vinden dat wij en onze kinderen kunnen bewonen?

Bruno Latour in Waar kunnen we landen? Politieke oriëntatie in het Nieuwe Klimaatregime (2017, vert. 2018)

In Oog in oog met Gaia heeft Bruno Latour onderzocht hoe we onszelf en onze wereld op een nieuwe manier moeten begrijpen om om te gaan met het klimaatprobleem. Daarna is het, ook voor een filosoof tegenwoordig, nodig om te zeggen waar je zelf staat. In het essay Waar kunnen we landen? grijpt Latour de verkiezing van Donald Trump aan om een verband te leggen tussen drie verschijnselen, in de hoop dat dat een ‘immense politieke energie’ genereert. In de eerste plaats is de geschiedenis na de val van de Muur niet geëindigd (zoals Fukuyama meende), maar is een andere geschiedenis op gang gekomen, die van de ‘deregulering’, de eigenlijke angel in de neutralere term ‘globalisering’. In deze zelfde periode neemt de ongelijkheid tussen bevolkingsgroepen overal ter wereld toe én begint de systematische poging om de klimaatverandering te ontkennen. Latour beschouwt dit als symptomen van een en dezelfde historische situatie: ‘het is alsof een groot deel van de leidende klassen (…) tot de conclusie is gekomen dat er op aarde niet genoeg plaats meer is voor henzelf én voor alle andere mensen’. Zo staat Donald Trump volgens Latour met zijn ‘America first’ symbool voor het verdwijnen van de idee van een ‘gemeenschappelijke wereld’. Latour zelf pleit nu niet voor één superstaat om vrede en gerechtigheid te brengen, maar om keuzes van individuele mensen voor een wereld waarin ze willen leven. Hij eindigt het essay met een vurig pleidooi voor het leven in Europa.

Tevens verschenen op de Filosofiekalender © Veen Media

Objectiviteit is noch een toestand van de wereld noch een geestestoestand, maar het resultaat van een goed in stand gehouden openbaar leven.

Bruno Latour in Oog in oog met Gaia (2015, vertaling 2017)

Wetenschapsantropoloog Bruno Latour onderzoekt westerse wetenschappers zoals cultureel antropologen ooit ‘primitieve stammen’ bestudeerden. In Laboratory life liet hij zien hoe een wetenschappelijk onderzoeksinstituut ‘feiten’ produceert. Sindsdien moest hij zich altijd verdedigen tegen de beschuldiging dat hij een relativist was, iemand die niet ‘geloofde’ in de feiten. De epistemologie vond immers dat de moderne empirische wetenschap de enige manier was om ware uitspraken te doen over de werkelijkheid. En daarmee leek zij de wetenschap te beschermen tegen bijvoorbeeld politieke beïnvloeding. Maar inmiddels slaan klimaatontkenners en andere obscurantisten de wetenschap om de oren met die ‘mythe van de wetenschap’. Duizenden wetenschappers komen op basis van talloze metingen op onnoemelijk veel plekken en gedurende lange tijd tot een model waarvan zij gezamenlijk vaststellen dat dat met 98% zekerheid de menselijke invloed op de klimaatverandering aantoont. Maar een klimaatontkenner hoeft dan alleen maar te zeggen: ‘Dan is het dus niet objectief waar!’ Volgens Latour is objectiviteit echter iets anders: al die leden van het klimaatpanel hebben rekening gehouden met alle mogelijke tegenwerpingen (of objecties), en dat is ‘de enige bekende manier om een propositie in een feit te veranderen’. Daarom moeten wij de wetenschap als institutie beschermen als onderdeel van een ‘goed in stand gehouden openbaar leven’.

Tevens verschenen op de Filosofiekalender © Veen Media

Wij zullen moeten leren om in onze omgeving de liefde tot de wereld of tot onze Aarde als geheel uit te dragen.

Michel Serres in Het contract met de natuur (1990)

Volgens de Franse filosoof Michel Serres (1930) is het hard nodig een nieuw sociaal contract te sluiten, alleen nu niet een contract met alleen mensen, maar ook met de dingen en de natuurlijke wereld in het algemeen. Nu is voor elk contract een bepaalde band, een bepaald verband nodig. En volgens Serres kan dat niet bestaan zonder liefde, en wel in de vorm van tweemaal twee wetten. De eerste is het bekende, christelijke gebod: ‘Hebt elkaar lief.’ Deze valt uiteen in twee wetten: het liefhebben van onze naaste en van de hele mensheid. Want alleen maar je naaste liefhebben kan zomaar leiden tot ‘gangsterdom en racisme’.
Maar deze wet, die ons tweeduizend jaar heeft behoed voor de wederzijdse uitroeiing, moet in de tijd van klimaatopwarming en natuurvernietiging worden aangevuld met het gebod: ‘Heb de wereld lief.’ Daarbij gaat het niet alleen om de ‘grond waar onze voorouders rusten’, het land waar we vandaan komen, want dat kan zomaar leiden tot oorlogen uit bezitsdrang. ‘Wij moeten onze grond en onze naaste liefhebben. Wij moeten de mensheid, onze menselijke moeder, en onze natuurlijke moeder, de Aarde, liefhebben.’ Daartoe moeten we ons nog heel wat aan- en afleren.

Tevens verschenen op de Filosofiekalender © Veen Media

Dat is debatteren: niet gelijk krijgen, maar het debat beperken tot de dimensie waarop jij al gelijk hebt.

Joris Luyendijk, ‘Maak mij onsterfelijk’, in NRC Weekblad, 5 juni 2010

In zijn pogingen tot innovatie van de journalistiek ‘begint’ Joris Luyendijk ‘bij zichzelf’. Een van de manieren waarop hij probeert de lezers te betrekken bij saaie onderwerpen als de klimaatcrisis is hun nadrukkelijk een rol te geven in zijn verhaal. Zo vraagt hij zijn lezers om hem te helpen onsterfelijk te worden, door de term ‘driedimensionale informatie’ te verbreiden. Bij dezen.

Driedimensionale informatie vereist een keuze van de journalist. De journalist kan een mening weergeven (‘het klimaat verandert’, eendimensionale informatie) of suggereren dat er een debat is (‘het klimaat verandert’ versus ‘het klimaat verandert niet’). Maar als hij de naïviteit van de objectieve verslaglegging voorbij is, realiseert hij zich dat de olie- en kolenindustrie met de grote sommen geld die zij aan onze aarzelingen verdient, probeert ‘het debat’ precies daar ‘vast te zetten’ (namelijk daar waar je je noodzakelijkerwijs moet baseren op aannames en modellen). Stel je voor dat de voorvechters van vrouwenemancipatie keurig hadden afgewacht tot er consensus was bereikt in het debat over de vraag of vrouwen wel gelijk(waardig) aan de man zijn. Daarom stort Luyendijk zich op het zoeken én creëren (door middel van prijsvragen) van goede informatie over elektrische auto’s. Daar spelen behalve de vraag of de klimaatcrisis door de mens is veroorzaakt, ook andere dimensies een rol, zoals olieonafhankelijkheid, luchtkwaliteit, geluidsoverlast, CO2-uitstoot, innovatie en dergelijke.

Tevens verschenen op de Filosofiekalender © Veen Media