Klimaatverandering

Wanneer het tapijt onder je voeten wordt weggetrokken, begrijp je meteen dat je je bezig moet gaan houden met de vloer …

Bruno Latour in Waar kunnen we landen? Politieke oriëntatie in het Nieuwe Klimaatregime (2017, 2018)

Volgens Latour gaap je van verveling als je wordt gevraagd op te komen voor de natuur, maar ben je meteen klaarwakker als je je territorium moet verdedigen. ‘Oog in oog met Gaia’ beseffen we dat natuur territorium geworden is: niet langer iets wat buiten ons staat, maar iets waar we zelf deel van uitmaken. En dat is iets wat ‘veel vitaler, veel existentiëler – en ook veel begrijpelijker, want veel directer is’. Omdat de volken die door de moderniserende westerlingen werden gekoloniseerd noodgedwongen experts zijn geworden in hoe je ‘verovering, uitroeiing en inbezitneming van land overleeft’, kunnen we juist van hen veel leren.

Tevens verschenen op de Filosofiekalender © Veen Media

De zin ‘er is een baby op die stoel’ is tegelijk constatief en performatief.

Bruno Latour in Oog in oog met Gaia (2015, vertaling 2017)

De vraag wat het verschil is tussen constatieve uitingen en performatieve uitingen heeft de filosofen altijd sterk beziggehouden. Stel, zegt Bruno Latour, dat u in een bus zit en er wil iemand gaan zitten op de plaats waar u uw baby hebt neergelegd. U zegt dan misschien ‘Er is een baby op die stoel’. Dat is dan een onloochenbare vaststelling, een constatieve uiting. Maar u zou geen mens zijn als u dat niet ook zou zeggen om die ander aan te sporen tot een reactie, en dat is een van de vormen van een performatieve uiting. ‘U doet méér dan wijzen op het objectieve feit dat de baby zich (…) op de stoel bevindt; u uit heftig bezwaar tegen een handelwijze waarbij de bewuste passagier de bewuste baby onder zijn achterste zou bedelven.’ Vroeger dacht men dat alleen wetenschappers nog zuiver constatieve uitspraken deden, maar tegenwoordig willen ‘alleen klimaatsceptici ons nog doen geloven dat objectiviteit tot geen enkele vorm van actie mag leiden’. De uitspraken van klimaatwetenschappers zijn inderdaad alarmerend, en moeten dat ook zijn.

Tevens verschenen op de Filosofiekalender © Veen Media

Het ideaal van een gedeelde wereld leeft niet langer in wat tot nu toe het ‘Westen’ heette.’

Bruno Latour in Waar kunnen we landen? Politieke oriëntatie in het Nieuwe Klimaatregime (2017, vert. 2018)

In het essay Waar kunnen we landen? spreekt de Franse denker Bruno Latour (geb. 1947) zijn erkentelijkheid uit aan de aanhangers van Donald Trump. Door hem te verkiezen hebben ze duidelijkheid geschapen, want op 1 juni 2017 trokken de VS zich terug uit het Parijse klimaatakkoord. Wat miljoenen milieuactivisten, duizenden wetenschappers, talloze goedwillende CEO’s en paus Franciscus niet is gelukt, heeft Trump wel voor elkaar gekregen: ‘iedereen weet nu dat de klimaatkwesties tot de kern van alle geopolitieke issues behoort en dat ze rechtstreeks verbonden zijn met vraagstukken van onrechtvaardigheid en ongelijkheid.’

Deze terugtrekking van Trump is een soort oorlogsverklaring: ‘Wij, Amerikanen, behoren niet tot dezelfde aarde als jullie. Die van jullie mag dan bedreigd zijn, die van ons zal dat niet gebeuren.’ Latour ziet dat als de politieke ‘en vermoedelijk ook militaire – maar in elk geval de existentiële consequenties’ van wat president Bush senior in 1992 verklaarde: ‘The American way of life is not negotiable!’

Tevens verschenen op de Filosofiekalender © Veen Media

Er is geen genezing voor het toebehoren aan de wereld. Maar met een afdoende behandeling kunnen we in elk geval genezen van de waan dat we er niet aan toebehoren.

Bruno Latour in Oog in oog met Gaia (2015, vertaling 2017)

De Franse filosoof Bruno Latour (1947) vindt dat we allemaal gek geworden zijn. Luidt de geleerde term voor waanzin niet ‘een verstoring van de verhouding tot de wereld’? Om te begrijpen wat er ecologisch allemaal gaande is aan crises, of liever ‘totale oorlog’, moeten we beseffen dat alle veranderingen van de aarde iedereen tot waanzin drijven, maar wel tot verschillende soorten. Zo verkeren ‘klimaatsceptici’ overduidelijk in een ‘ontkenningswaan’, omdat ze de redelijke argumenten van vrijwel alle wetenschappers negeren. Anderen zijn getroffen door het delirium dat we met ‘geo-engineering’ onze controledwang op de Aarde nog moeten vergroten. Latour raadt voor hen een dwangbuis aan. Verder heb je nog de gedeprimeerden, die wel zien wat er allemaal aan het veranderen is, maar menen dat ze er toch niks aan kunnen doen. Daartegenover staan degenen die denken dat dat wel kan, maar die zijn volgens Latour waarschijnlijk in hun manische fase.

Zelf probeert Latour zich van zijn angst te bevrijden door ‘sluwe manieren’ te vinden om anderen met zijn angst te besmetten. Dat doet hij onder meer in dit Oog in oog met Gaia. Omdat we ons niet in een ‘crisis’ bevinden, maar in een definitieve verandering van onze verhouding tot de wereld (‘we zitten er midden in’), pleit hij voor een ‘zorgtraject’, waarin we leren ‘subtiel te wanhopen’.

Tevens verschenen op de Filosofiekalender © Veen Media

Blijven we dromen van ontsnapping of komen we in beweging om een territorium te vinden dat wij en onze kinderen kunnen bewonen?

Bruno Latour in Waar kunnen we landen? Politieke oriëntatie in het Nieuwe Klimaatregime (2017, vert. 2018)

In Oog in oog met Gaia heeft Bruno Latour onderzocht hoe we onszelf en onze wereld op een nieuwe manier moeten begrijpen om om te gaan met het klimaatprobleem. Daarna is het, ook voor een filosoof tegenwoordig, nodig om te zeggen waar je zelf staat. In het essay Waar kunnen we landen? grijpt Latour de verkiezing van Donald Trump aan om een verband te leggen tussen drie verschijnselen, in de hoop dat dat een ‘immense politieke energie’ genereert. In de eerste plaats is de geschiedenis na de val van de Muur niet geëindigd (zoals Fukuyama meende), maar is een andere geschiedenis op gang gekomen, die van de ‘deregulering’, de eigenlijke angel in de neutralere term ‘globalisering’. In deze zelfde periode neemt de ongelijkheid tussen bevolkingsgroepen overal ter wereld toe én begint de systematische poging om de klimaatverandering te ontkennen. Latour beschouwt dit als symptomen van een en dezelfde historische situatie: ‘het is alsof een groot deel van de leidende klassen (…) tot de conclusie is gekomen dat er op aarde niet genoeg plaats meer is voor henzelf én voor alle andere mensen’. Zo staat Donald Trump volgens Latour met zijn ‘America first’ symbool voor het verdwijnen van de idee van een ‘gemeenschappelijke wereld’. Latour zelf pleit nu niet voor één superstaat om vrede en gerechtigheid te brengen, maar om keuzes van individuele mensen voor een wereld waarin ze willen leven. Hij eindigt het essay met een vurig pleidooi voor het leven in Europa.

Tevens verschenen op de Filosofiekalender © Veen Media

Objectiviteit is noch een toestand van de wereld noch een geestestoestand, maar het resultaat van een goed in stand gehouden openbaar leven.

Bruno Latour in Oog in oog met Gaia (2015, vertaling 2017)

Wetenschapsantropoloog Bruno Latour onderzoekt westerse wetenschappers zoals cultureel antropologen ooit ‘primitieve stammen’ bestudeerden. In Laboratory life liet hij zien hoe een wetenschappelijk onderzoeksinstituut ‘feiten’ produceert. Sindsdien moest hij zich altijd verdedigen tegen de beschuldiging dat hij een relativist was, iemand die niet ‘geloofde’ in de feiten. De epistemologie vond immers dat de moderne empirische wetenschap de enige manier was om ware uitspraken te doen over de werkelijkheid. En daarmee leek zij de wetenschap te beschermen tegen bijvoorbeeld politieke beïnvloeding. Maar inmiddels slaan klimaatontkenners en andere obscurantisten de wetenschap om de oren met die ‘mythe van de wetenschap’. Duizenden wetenschappers komen op basis van talloze metingen op onnoemelijk veel plekken en gedurende lange tijd tot een model waarvan zij gezamenlijk vaststellen dat dat met 98% zekerheid de menselijke invloed op de klimaatverandering aantoont. Maar een klimaatontkenner hoeft dan alleen maar te zeggen: ‘Dan is het dus niet objectief waar!’ Volgens Latour is objectiviteit echter iets anders: al die leden van het klimaatpanel hebben rekening gehouden met alle mogelijke tegenwerpingen (of objecties), en dat is ‘de enige bekende manier om een propositie in een feit te veranderen’. Daarom moeten wij de wetenschap als institutie beschermen als onderdeel van een ‘goed in stand gehouden openbaar leven’.

Tevens verschenen op de Filosofiekalender © Veen Media

Dat is debatteren: niet gelijk krijgen, maar het debat beperken tot de dimensie waarop jij al gelijk hebt.

Joris Luyendijk, ‘Maak mij onsterfelijk’, in NRC Weekblad, 5 juni 2010

In zijn pogingen tot innovatie van de journalistiek ‘begint’ Joris Luyendijk ‘bij zichzelf’. Een van de manieren waarop hij probeert de lezers te betrekken bij saaie onderwerpen als de klimaatcrisis is hun nadrukkelijk een rol te geven in zijn verhaal. Zo vraagt hij zijn lezers om hem te helpen onsterfelijk te worden, door de term ‘driedimensionale informatie’ te verbreiden. Bij dezen.

Driedimensionale informatie vereist een keuze van de journalist. De journalist kan een mening weergeven (‘het klimaat verandert’, eendimensionale informatie) of suggereren dat er een debat is (‘het klimaat verandert’ versus ‘het klimaat verandert niet’). Maar als hij de naïviteit van de objectieve verslaglegging voorbij is, realiseert hij zich dat de olie- en kolenindustrie met de grote sommen geld die zij aan onze aarzelingen verdient, probeert ‘het debat’ precies daar ‘vast te zetten’ (namelijk daar waar je je noodzakelijkerwijs moet baseren op aannames en modellen). Stel je voor dat de voorvechters van vrouwenemancipatie keurig hadden afgewacht tot er consensus was bereikt in het debat over de vraag of vrouwen wel gelijk(waardig) aan de man zijn. Daarom stort Luyendijk zich op het zoeken én creëren (door middel van prijsvragen) van goede informatie over elektrische auto’s. Daar spelen behalve de vraag of de klimaatcrisis door de mens is veroorzaakt, ook andere dimensies een rol, zoals olieonafhankelijkheid, luchtkwaliteit, geluidsoverlast, CO2-uitstoot, innovatie en dergelijke.

Tevens verschenen op de Filosofiekalender © Veen Media