Feiten

Als we een verslag willen van ongeïnterpreteerde ervaring, moeten we een steen vragen zijn autobiografie te schrijven.

Alfred North Whitehead in Process and Reality (1927-1928, 1978, p. 15)

In zijn boek Process and Reality verdedigt de Britse wiskundige en filosoof Alfred North Whitehead (1861-1947) zich tegen de kritiek op de zogenaamde ‘speculatieve filosofie’, die hij bedrijft. Vanaf Francis Bacon wordt speculatieve filosofie, of metafysica, beschouwd als volstrekt nutteloos. We moeten feiten in detail beschrijven en wetten aan het licht brengen die niet algemener zijn dan een strikte systematisering van die details. Maar volgens Whitehead zijn er helaas geen ruwe, onafhankelijke feiten die los van hun interpretatie binnen een systeem begrepen kunnen worden. Alleen een steen ‘ervaart’ zonder interpretatie. Filosofie moet zich daarom niet bezighouden met het verzinnen van interpretaties, maar wel met kritiek op en rechtvaardiging van de interpretaties die we nu eenmaal gedwongen zijn te gebruiken bij het ervaren van de werkelijkheid.

Tevens verschenen op de Filosofiekalender © Veen Media

Hij zei altijd dat hij de zaken niet onderzocht met behulp van argumenten, maar argumenten met behulp van feiten; de feiten dankten immers hun bestaan niet aan de argumenten, maar de argumenten aan de feiten.

Diogenes Laërtius (over Myson) in Leven en leer van beroemde filosofen

Over Myson, die leefde in de 6de eeuw v.Chr. is niet veel bekend. Volgens Plato (Protagoras) was hij een van de Zeven Wijzen van Griekenland. Diogenes Laërtius vertelt dat Anacharsis toen hij het orakel consulteerde, te horen kreeg dat ‘een zekere Myson van Chen op de Oeta is geboren, die in wijsheid van ’t hart u zelf nog overtreft’. Toen Anacharsis hem daar ging opzoeken, trof hij Myson aan terwijl die een schaar aan zijn ploeg aan het vastmaken was. Het was hartje zomer en Anacharsis wees hem erop dat dat niet de tijd was om te ploegen. ‘Maar wel om zich erop voor te bereiden’, kreeg hij als antwoord.
Aristoxenus zegt dat Myson veel leek op Timon en Apemantus, omdat hij ook een mensenhater was. Dat blijkt volgens Diogenes Laërtius uit het feit dat ‘iemand in Sparta’ hem ooit zag lachen terwijl hij helemaal alleen was. Toen deze hem benaderde en vroeg, waarom hij ‘in alle eenzaamheid’ aan het lachen was, antwoordde Myson: ‘Juist daarom’.
Tevens verschenen op de Filosofiekalender © Veen Media