Goed

Het betere is de vijand van het goede.

Montesquieu

Mensen die willen waarschuwen voor de gevolgen van perfectionisme zeggen weleens dat ‘het betere’ de vijand is van ‘het goede’. Deze uitdrukking is ontleend aan het werk van de Franse verlichtingsdenker Montesquieu (1698–1755), die ooit schreef: ‘Le mieux est le mortel ennemi du bien’ (‘het betere is de doodsvijand van het goede’). Over het algemeen wordt ermee bedoeld dat je beter niet fanatiek kunt gaan zoeken naar het allerbeste, want dat is onbereikbaar en zou weleens ten koste kunnen gaan van het uiteindelijke resultaat.

Van later datum is de omgekeerd variant: ‘Het goede is de vijand van het betere (of het beste).’ In managementkringen wordt dit wel gezegd als waarschuwing tegen gemakzuchtigheid. Voor managers is het immers belangrijk dat hun ondergeschikten ‘geen kansen laten liggen’.

Denk vandaag eens na over hoe je ‘bevriend’ kunt raken met het goede én het betere.

Tevens verschenen op de Levenskunst Kalender © Veen Media

Als iemand goede dingen wil en die bezit, is hij gelukkig; maar als hij slechte dingen wil, is hij ongelukkig, ook al bezit hij die.

(de moeder van) Augustinus in Over het gelukkige leven

Toen kerkvader Augustinus zijn wereldse leven achter zich liet, trok hij zich met zijn moeder Monica en enkele goede vrienden terug op een landgoed en voerde daar met hen gesprekken ‘Over het gelukkige leven’ (De vita beata). Een van de vragen die zij zichzelf stellen is of ieder mens die heeft wat hij wil ook gelukkig is. Daarop antwoordt zijn moeder met de woorden uit het citaat. Daarmee heeft zij volgens haar zoon ‘de hoogste top van de filosofie bereikt’. Hij verwijst naar Cicero, die iets dergelijks gezegd heeft, maar een beetje omslachtiger. Zijn moeder is niettemin zo enthousiast bij het horen van Cicero’s woorden, dat Augustinus en zijn vrienden ‘helemaal vergaten dat ze een vrouw was en dachten dat er een beroemd man in hun gezelschap verkeerde’.

Tevens verschenen op de Levenskunstkalender © Veen Media

Goed is een zelfstandig naamwoord.

Robert M. Pirsig in Lila – An inquiry into morals (1991)

In 417 pagina’s heeft Phaedrus, de hoofdpersoon van Pirsigs tweede boek, een Metafysica van de Kwaliteit uiteengezet. Met twee soorten kwaliteit op vier niveaus heeft hij de geschiedenis van de wereld en het universum herschreven als een ontwikkeling van het Goede en ook een beetje het Kwade. Op de laatste bladzijde komt hij zelf met een samenvatting van dit project: goed is een zelfstandig naamwoord. In Zen en de kunst van het motoronderhoud (1974) had de hoofdpersoon al heel veel moeite gehad met het loskomen van de moderne traditie die slechts twee ‘zelfstandige naamwoorden’ kent: subject en object. Kwaliteit kon niet iets zijn wat óf een ‘feitelijke eigenschap was van de werkelijkheid’, óf ‘alleen maar onze beleving daarvan’.
Uiteindelijk leert Phaedrus meer over kwaliteit van de Amerikaanse indianen, dan van de cultureel-antropologen die hen bestuderen. De antropoloog Boas ontdekt dat de Dakota-indianen ‘goed’ beschouwen als een zelfstandig naamwoord in plaats van een bijvoeglijk. Phaedrus vergelijkt hem met een ontdekkingsreiziger die noteert dat hij ‘geel metaal’ heeft aangetroffen, zonder daar vervolgens iets mee te doen, omdat dat dat niet ‘wetenschappelijk’ zou zijn.

Tevens verschenen op de Filosofiekalender © Veen Media