Meditatie

Alleen al vier keer diep in- en uitademen is meditatie.

Steven Laureys in Humo, 8 april 2019

De Belgische neuroloog en coma-expert Steven Laureys (UZ Luik) vond ‘mindfulness’ altijd een hype in bepaalde bladen en op internet. Maar op zeker moment ontdekte hij, ook uit eigen ervaring, dat je sterker en gezonder wordt als je af en toe ‘de ratelende commentator in je hoofd’ afzet. In het Het no-nonsense meditatieboek doet hij verslag van eigen en andermans onderzoek naar de effecten van meditatie. Hij legde daartoe onder meer meditatie-expert Matthieu Riccard onder de scanner. Daarbij bleek dat die in staat was om zijn gedachtestroom op commando vrijwel helemaal stil te leggen. Op grond van bepaalde metingen was bovendien al eerder vastgesteld dat Riccard ‘het hoogste vermogen tot geluk’ had dat ooit was gemeten.

Maar ook mensen die zich niet kunnen vrijmaken om urenlang op een kussentje te zitten denken aan (vrijwel) niets, kunnen veel baat hebben bij meditatie. Laureys pleit ervoor om meditatie in te voeren als schoolvak. Iedereen kan dan zelf bepalen op welke wijze hij meditatie kan inpassen in zijn of haar leven. Volgens Laureys is vier keer diep in- en uitademen genoeg om je weer met je lichaam en je innerlijk te verbinden en zo veel stress weg te nemen.

Tevens verschenen op de Levenskunst Kalender © Veen Media

Mediteren doet pijn.

Janwillem van de Wetering in De lege spiegel. Ervaringen in een Japans Zen klooster (1971)

Schrijver Janwillem Lincoln van de Wetering (1931-2008) werd behalve met zijn detectiveromans rond Grijpstra & De Gier, ook bekend vanwege de zeer nuchter-Hollandse beschrijving van zijn ervaringen met het zenboeddhisme. Hij beschrijft zijn eerste meditatie: ‘Na een paar minuten begonnen de eerste pijntjes. Mijn dijen bestonden uit trillende vioolsnaren. De zijkanten van mijn voeten werden stukjes brandend hout, mijn rug, moeizaam rechtop gehouden, scheen te knarsen en te trillen.’ De pijn van de meditatie zit niet alleen in de stijfheid van de ledematen, maar ook in de tegennatuurlijke onbeweeglijkheid, de angst voor de stilte, de onderworpenheid aan het regime van het klooster, de ergernis door alles wat afleidt. Daar komt nog bij dat de zenschool waar Van de Wetering zich meldt, een monnik laat rondlopen die iedereen die in slaap dreigt te sukkelen met een ferme klap wakker houdt.

Uiteindelijk bracht het de schrijver toch tot een behoorlijke onthechte houding ten opzichte van zijn door ziekte aangekondigde dood. Zijn goede vriend Leo Vroman dichtte na zijn overlijden:

‘nu je nog maar een beetje

dood bent vraag ik mij levend af:

Ben je al tevreden? Weet je

nu meer dan je eergisteren wist?

(…)

Beste Janwillem,

Wat kunnen wij, de andere mensen,

die van boven de grond,

elkaar dan het beste wensen?

Sterf gezond?’

Tevens verschenen op de Filosofiekalender © Veen Media