Skip to content

Gedachten

Goethe

Elke van de talrijke zelfmoorden ten gevolge van een ongelukkige liefde vormt een duidelijk bewijs voor de ondeugdelijkheid van de theorie die beweert dat een grote liefde alleen wordt opgewekt om hoe dan ook het vereiste nageslacht voort te brengen, dat

Vladimir Solovjov in De betekenis van de liefde (1892-1894)

De Russische filosoof, schrijver, dichter en mysticus Vladimir Solovjov (1853–1900) gebruikt het liefst voorbeelden uit de wereldliteratuur om te laten zien dat het liefdesgevoel bij de mens geen evolutionair doel dient. Zoals wellicht bekend leed de jonge Werther in Goethe’s Die Leiden des jungen Werthers aan een onbeantwoorde liefde voor Lotte die hem uiteindelijk tot zelfmoord dreef. Na verschijning van de romantische roman volgden vele ongelukkige verliefden in de werkelijkheid overigens zijn voorbeeld. Als de ‘wereldwil’ (Solovjov verwijst o.a. naar Schopenhauer) daadwerkelijk gebruik zou maken van de liefde om te zorgen voor meer of beter nageslacht, kan het toch niet zo zijn dat juiste de grootste liefdes vaak onbeantwoord blijven en helemaal geen (belangrijk) nageslacht voortbrengen. Want als de wereldwil zo zijn best had gedaan Werther in vuur en vlam te zetten voor Lotte, waarom lukt dat dan niet bij haar?

Tevens verschenen op de Filosofiekalender © Veen Media

Volgens mij is het grootste onheil van deze tijd, die niets rijp laat worden, dat men in het volgende ogenblik het eraan voorafgaande opeet (…), zonder iets tot stand te brengen.

Goethe in een brief aan Nicolovius (1825)

Je zou bijna vergeten dat Johann Wolfgang von Goethe (1749–1832) het over het eerste kwart van de negentiende eeuw heeft en niet over de eenentwintigste als hij tekeergaat tegen het onheil van zijn tijd. Hij bedacht er een nieuw woord voor: ‘velociferisch’, een neologistische combinatie voor een ‘snelheid’ die ‘duivels’ is. Want er verschijnen kranten ‘op ieder tijdstip van de dag’, al zou ‘een slimmerik’ er nog wel wat aan kunnen toevoegen. De nieuwshonger maakt dat alles wat iedereen ‘doet, uitvoert, verzint, ja van plan is, de openbaarheid wordt binnengesleept’. En zo gaan de nieuwtjes als een lopend vuur de hele wereld over. En dan krijgen de jongemannen van zijn tijd nog te maken met het niet te dempen lawaai van de stoomwagens, de ‘levendigheid van de handel, het ruisen van het papiergeld, het aanzwellen der schulden om schulden te betalen’ … Gezegend is hij die van nature een matige, rustige instelling heeft.


Tevens verschenen op de Filosofiekalender © Veen Media
Scroll To Top