Moraliteit

Moral distress treedt op wanneer men weet wat juist is om te doen, maar institutionele beperkingen het haast onmogelijk maken om de juiste wijze van handelen na te streven

Andrew Jameton (1984). Nursing practice: the ethical issues. Englewood Cliffs, NJ: Prentice Hall (p. 6)

Er is niet echt een goede vertaling beschikbaar van de term ‘moral distress’ en daarom wordt die vaak onvertaald gelaten. In feite gaat het om ‘lijdensdruk’ van morele aard. Het is iets waar vooral mensen in de zorg last van kunnen hebben en wat hen ook ‘echt’ ziek kan maken. Het treedt bijvoorbeeld op wanneer je weet dat je betere zorg zou moeten geven of meer tijd aan iemand zou moeten besteden, maar daar door het beleid van de organisatie of de overheid geen mogelijkheden toe ziet. In hun Handleiding moreel beraad: praktische gids voor zorgprofessionals (2012, p. 14) suggereren Menno de Bree en Eite Veening dat een moreel beraad dit morele leed wellicht kan verminderen. Door op systematische wijze met elkaar in gesprek te gaan over morele praktijkkwesties en die te analyseren, te doordenken en te bespreken kun je proberen tot een voor de praktijk werkbare oplossing te komen.

Tevens verschenen op de Levenskunst Kalender © Veen Media

De moderne tijd was een reis naar de volmaaktheid. Om dezelfde redenen was de moderne tijd er ook een van vernietiging.

Zygmunt Bauman in Modernity and the Holocaust (1989)
Voor de Joodse Pools-Britse socioloog en filosoof Zygmunt Bauman (1925–2017) was moraliteit eigenlijk een betrekking eenvoudig gegeven. Het is mij onmiddellijk duidelijk dat de ander kwetsbaar is en daarmee doet hij een direct beroep op mijn steun en hulp. Dit geldt overal en altijd. Dat neemt niet weg dat de behoefte, het verlangen of de vraag van de ander nooit volledig helder, duidelijk en hoorbaar is. Interpretatie is altijd nodig, en het blijft altijd onzeker of onze interpretatie juist is.
Daarmee is moraliteit een bron van worstelingen en problemen waar in onze huidige samenleving steeds minder tijd en ruimte voor is. Veel organisaties profiteren van de voortgaande ‘adiaforisering’: het vrijstellen van een groot aantal menselijke acties van een morele beoordeling en daarmee ook van morele betekenis. Je kunt hier bijvoorbeeld denken aan alle westerse kledingbedrijven die zich nooit druk maakten om de werkomstandigheden in de sweatshops in Bangladesh. De mensen die daar werkten waren verdwenen in de spreadsheets waarmee de bedrijfsstrategen voorrekenden dat ‘outsourcing’ rendabeler was. Ook onzichtbaar waren de textielarbeiders in Enschede of Manchester die hun baan verloren. Zij doken pas weer op in de werkloosheids- en arbeidsongeschiktheidscijfers waarvoor de samenleving een oplossing moest vinden.

Tevens verschenen op de Filosofiekalender © Veen Media

Regels zijn de dood voor de ethiek.

Hans Ludo van Mierlo in een interview in Intermediair (23-10-2008), naar aanleiding van het uitkomen van zijn boek Gepast en ongepast geld. Een zoektocht naar het geweten van banken (2008)

De voormalige adviseur externe communicatie van ING en de Rabobank Hans Ludo van Mierlo (geb. 1946) stelt vast dat veel banken van oorsprong instellingen waren die bepaalde groepen (boeren bij de Rabobank, mkb’ers bij de NMB) toegang gaven tot kredieten om hun bedrijven te kunnen ontwikkelen. De klant was toen het doel, en geld was het middel. Tegenwoordig is dat precies omgekeerd: geld is het doel geworden en mensen zijn daartoe een middel. In feite overtreden de banken daarmee de categorische imperatief van Immanuel Kant, de leidraad voor het moreel bewustzijn. Een van de manieren waarop Kant die categorische imperatief uitdrukt is dat je alleen zo moet handelen dat mensen ook doel op zich zijn, en niet alleen een middel (Grundlegung zur Metaphysik der Sitten, BA 67, 1786).Van Mierlo meent dat het geen oplossing is om steeds meer regels te maken waaraan banken of bedrijven moeten voldoen. Daardoor ontstaat volgens hem juist een sfeer waarin alles wat niet verboden is, toegestaan is. Hij meent dat maatschappelijke instanties als de Autoriteit Financiële Markten of De Nederlandsche Bank ‘moreel leiderschap’ moeten tonen en de burgers hardop moeten waarschuwen voor het afsluiten van aandelenleaseplannen of tophypotheken.

Tevens verschenen op de Filosofiekalender © Veen Media