Skip to content

Gedachten

Bestaan

De ware weg loopt over een koord dat niet meer hoog in de lucht is gespannen maar vlak boven de grond. Het is eerder zo dat mensen erover struikelen dan dat ze erover lopen.

Franz Kafka in Betrachtungen über Sunde, Leid, Hoffnung und den wahren Weg

Dit is het eerste aforisme van een reeks die Franz Kafka (1883–1924) op grond van zijn aantekeningen zelf samenstelde en rangschikte. In Je moet je leven veranderen brengt Peter Sloterdijk dit citaat in verband met een scène uit Aldus sprak Zarathoestra. Daarin beschrijft Friedrich Nietzsche hoe Zarathoestra een dodelijk ten val gekomen acrobaat als zijn eerste leerling aanneemt. De acrobaat heeft namelijk van het gevaar zijn beroep gemaakt en ‘daar is niets verachtelijks aan’. Hoewel hij nu met zijn beroep te gronde gaat, wil Zarathoestra hem ‘met zijn handen begraven’. De acrobaat is precies de figuur die model staat voor de poging van mens ‘Übermensch’ te worden, wat je misschien beter kunt vertalen als ‘voorbij-mens’ dan supermens. Zoals Nietzsche ook al heeft gezegd dat de mens een koord is geknoopt tussen mens en Übermensch.
Maar voor Kafka is het vinden van de ware weg zelf al moeilijk genoeg. Mensen hoeven niet de hoogte in om gevaarlijk te leven: ‘bestaan als zodanig is een acrobatische prestatie, en niemand kan met zekerheid zeggen welke opleiding de voorwaarden levert die ons in staat stellen ons in deze discipline te bewijzen.’

Tevens verschenen op de Filosofiekalender © Veen Media

De beweging is on- / veranderlijk

Jules Deelder in Het graf van Descartes (2013)

In een reeks gedichten waarin hij speelt met Descartes’ beroemde uitspraak ‘ik denk dus ik ben’, beweert de Rotterdamse nachtburgemeester en dichter Jules Deelder (geb. 1944) dat ‘ik sta dus ik ben’ (cursivering TM) in het Nederlands meer zegt ‘over wezen en / zijn dan Descartes / ooit bedenken kon / in het Latijn’. Maar volgens Deelder zou ‘Ik staat’ nog beter zijn, want ‘Zonder standpunt / ben je nergens’. En, gaat hij verder:
Op een beweeglijk
standpunt sta je
het sterkst
De beweging is on-
veranderlijk

Tevens verschenen op de Filosofiekalender © Veen Media

Iedereen die niet door de kwantumtheorie gechoqueerd wordt, heeft er niets van begrepen.

Niels Bohr, geciteerd door John Gribbin in Op zoek naar Schrödingers kat. Quantumfysica en de werkelijkheid (1985)

Niels Bohr (1885-1962) is een van de grondleggers van de kwantumtheorie, een theorie die Einstein ‘ketters’ vond. Een theorie die beweerde dat de werkelijkheid de resultante was van de opgetelde uitkomsten van toevallige gebeurtenissen op kwantumniveau, mocht van hem niet deugen: ‘God dobbelt niet.’ Het aardige van natuurwetenschap is, dat er soms jaren later technische of conceptuele mogelijkheden ontstaan om oude controverses experimenteel te toetsen. Dat gebeurde met de controverse tussen Einstein en de Kopenhaagse interpretatie van de kwantumverschijnselen uiteindelijk in 1982, door de Fransman Alain Aspect. Hij ontwierp een reeks cruciale experimenten met als paradoxale uitkomst dat elementaire deeltjes hun eigenschappen pas ‘aannemen’ als ze worden gemeten. Kon in de oude metafysica slechts gedacht worden in termen van ‘zijn of niet-zijn’, na deze experimenten wordt het mogelijk om te denken in termen van ‘bestaan’ als een soort relatieve eigenschap. Als je kind vraagt of Sinterklaas bestaat, hoef je niet meer te kiezen tussen ‘ja’ of ‘nee’. Het is wetenschappelijk verdedigbaar om te zeggen: ‘in zekere mate.’

Tevens verschenen op de Filosofiekalender © Veen Media

En weet je wat theorieën zijn? Het geknars van een kruiwagen, het ruisen van de wind in de bomen. Als de kruiwagen niet knarst, blijft het toch precies dezelfde kruiwagen en als er geen wind is, ritselen de blaadjes van de bomen niet. Maar het blijven dez

W.F. Hermans in Au pair (1989)

Het blijft altijd merkwaardig dat de schrijver W.F. Hermans in Nederland zoveel bewonderaars heeft. Zijn hele oeuvre is gebaseerd op, vaak zeer particuliere, wrok en een visie op mens en leven waar je niet oud mee wordt (als je er consequenties aan zou verbinden). In het buitenland is het ook nooit veel met hem geworden. Misschien waren zijn bewonderaars vooral bang voor hem, en zijn ze dat nu nog voor zijn geest.
In Au pair, een van zijn laatste romans, gebeurt er echter iets merkwaardigs met de schrijver. Ook dit boek bevat weer veel welbekende reactionaire meninkjes, maar het verhaal wordt gered omdat Hermans ingrijpt in zijn eigen creatie. In tegenstelling tot de eerste moderne roman, Madame Bovary, waar Flaubert toekijkt hoe zijn hoofdpersoon te gronde gaat, kan Hermans het niet aanzien. Op de laatste bladzijden ontmoet de hypochondrische maagd Paulina – de au pair uit de titel – in Parijs een oude man in wie we Hermans herkennen. Hij heeft haar gered, misschien wel omdat hij – in weerwil van zichzelf – een beetje van haar was gaan houden …

Tevens verschenen op de Filosofiekalender © Veen Media

Scroll To Top