Skip to content

Gedachten

Angst

We geven namen omdat we bang zijn.

René ten Bos in Dwalen door het Antropoceen (2017)

Denker des Vaderlands René ten Bos (1959) vraagt zich af waarom er de laatste jaren zo vaak wordt gesproken over het ‘Antropoceen’ als een nieuwe geologische tijd, de tijd waarin de aarde verandert onder invloed van de mens. Daarbij reflecteert hij ook op het waarom van zo’n naam als Antropoceen. Volgens hem geven we zaken een naam omdat we bang zijn, ‘voor het onbekende, het richtingloze, het doelloze’. In het geval van de klimaatverandering en dergelijke verschijnselen gaat het niet om onbekende verschijnselen, maar vooral om twee vragen waarop het antwoord onbekend is:
1. Wat zijn de gevolgen voor ons van deze verschijnselen?
2. Hoe moeten we een en ander aanpakken?
‘Het is alsof we dokters zijn die bij een patiënt een treffende diagnose hebben gesteld, maar niets weten over het verdere verloop van de kwaal, laat staan over de therapie.’

Tevens verschenen op de Filosofiekalender © Veen Media

Zodra er leven is, is er gevaar.

Madame de Staël in De l’Allemagne (1810)

Er wordt weleens geklaagd dat er zo weinig vrouwelijke denkers van naam zijn. En als er dan eens eentje is, loopt ze ook nog eens het gevaar dat een van haar wijze uitspraken aan een man word toegewezen. Het overkwam Anne-Louise Germaine Necker, barones van Staël-Holstein (1766-1817), de Frans-Zwitserse romanschrijfster en essayiste die bekend werd onder de naam Madame de Staël. Op internet wordt de uitspraak aan de voorkant toegeschreven aan Ralph Waldo Emerson, die in zijn Society and Solitude (1870) toch keurig een noot met verwijzing naar Madame had toegevoegd.
Emerson heeft het in zijn preek bij Romeinen 14:12 over Paulus’ uitspraak dat ieder van ons zich tegenover God moet verantwoorden. Hij verzucht dat bij allen die God de gave van de intelligentie en het vermogen om gelukkig te worden heeft verleend, een zwerm engelen van het kwaad komt aanvliegen om hem met verleidingen op het verkeerde pad te brengen. Dès qu’il y a vie, il y a danger wordt As soon as there is life there is danger.
Overigens gebruikt Joseph Ledoux dit ook door hem aan Emerson toegeschreven motto in zijn boek Angstig (2017) om aan te geven dat waar leven is, angst is.

Tevens verschenen op de Filosofiekalender © Veen Media

Laat niemand wanneer hij jong is het beoefenen van de filosofie uitstellen, en laat ook niemand wanneer hij oud is het filosoferen moe zijn.

Epicurus in Brief aan Menoikeus

De Griekse filosoof Epicurus (341–270 v.C.) wordt gezien als de grondlegger van het hedonisme, de leer dat het genot het hoogste goed is. Maar bij hem betekent dat niet de bevrediging van verlangens, maar de afwezigheid van angst, onlust en pijn. Zijn ethiek heeft Epicurus neergelegd in een brief aan Menoikeus, die ook wel de ‘Brief over het geluk’ wordt genoemd.
De brief begint met de geciteerde oproep tot ‘een leven lang filosoferen’. De reden dat wij nooit mogen stoppen met het vergaren van wijsheid is volgens Epicurus dat wij van jong tot oud voortdurend bezig moeten zijn met het onze geestelijke gezondheid. Voor Epicurus is filosofie dus een soort zelftherapie waar nooit een einde aan komt. Daarbij gaat het om het te boven komen van psychisch lijden, maar ook om een positief omschreven doel: ‘Wie beweert dat de tijd om te filosoferen nog niet is aangebroken, of dat deze tijd al achter hem ligt, is als iemand die zegt dat het nog geen tijd is voor het geluk of dat die tijd al voorbij is.’

Tevens verschenen op de Filosofiekalender © Veen Media

Angst is de begeerte om een groter kwaad dat wij vrezen, door een kleiner kwaad te vermijden.

Spinoza in Ethica (3, definitie XXXIX, p. 195)

Er wordt wel gezegd dat de Joods-Nederlandse filosoof en lenzenslijper Benedictus Spinoza (1632–1677) meent dat je niets kunt doen wat je niet wilt (omdat je wat je doet blijkbaar wilde). Maar uit zijn beschouwing over de angst blijkt dat hij toch wel oog heeft voor die ervaring die wij allemaal zo goed kennen, namelijk dat wij niet willen wat wij willen of willen wat wij niet willen (zie Stelling 39, opmerking). De vrees drijft de mens ertoe een kwaad dat hij ziet aankomen te vermijden door een geringer kwaad. Als echter niet duidelijk is welk van beide kwaden het grootste is, hebben we een serieus dilemma. Dan wordt de ‘begeerte om een toekomstig kwaad te vermijden … belemmerd door de angst voor een ander kwaad’. Als die beide ‘euvelen’ bovendien zeer groot zijn, noemen we de vrees die we ervaren: verbijstering. Nu kun je het bestaan van de vrije wil theoretisch wel ontkennen (zoals Spinoza doet), maar de ervaring ervan, die de verbijstering is, laat zich niet zomaar uitwissen.

Tevens verschenen op de Filosofiekalender © Veen Media

Pas op voor de onbeminden, want zij zullen uiteindelijk zichzelf iets aandoen. Of mij.

Jim Carrey in Full Speech: Jim Carrey’s Commencement Address at the 2014 MUM Graduation

Als je hem bezig ziet in zijn films zou je het niet zeggen, maar de acteur met het ‘elastieken gezicht’ Jim Carrey (1962) doet aan transcendente meditat

ie en kan zich ook behoorlijk goeroeachtig uitdrukken. In een toespraak ter gelegenheid van het afstuderen van de class of 2014 aan de Maharishi University of Management in Iowa geeft hij zijn publiek tussen vele grappen de nodige wijsheden mee.

Hij vertelt onder meer over zijn vader, die in plaats van het onzekere bestaan van een komiek koos voor de zekerheid van een boekhoudersleven, maar na jaren trouwe dienst zijn baan verloor. ‘Je kunt ook falen in wat je niet wilt.’ In het citaat spreekt hij de overtuiging uit dat mensen van wie niet gehouden wordt, gevaarlijk zullen worden.
Jim Carrey houdt de afgestudeerden ten slotte voor dat ze kunnen kiezen tussen angst en liefde, en dat zij het universum kunnen vragen om wat ze echt willen. Als ze dan niet meteen krijgen wat ze willen, is het universum waarschijnlijk te druk met het vervullen van de wensen van … Jim Carrey.

Tevens verschenen op de Filosofiekalender © Veen Media

Waarom is er eigenlijk iets en niet veeleer niets?

Martin Heidegger in Wat is metafysica? (1929)

Bij zijn inauguratie aan de Universiteit van Freiburg, op de leerstoel die voorheen werd bezet door Edmund Husserl, op 24 juli 1929 vraagt Martin Heidegger (1889–1976) zich af wat metafysica eigenlijk is, dat deel van de wijsbegeerte wat zich bezighoudt met de laatste gronden van de dingen en de gebeurtenissen. Volgens Heidegger is de mens het wezen dat naar het geheel vraagt, en dat vragen is de metafysica. Wetenschappers, maar ook veel filosofen, vinden deze vragen zinloos omdat er geen antwoord op kan worden gegeven. Dan lijkt het een hele praktische oplossing om de hele vraag naar de ‘zin van het zijn’ (dus niet alleen van ‘het leven’, maar van het bestaan van het universum, het geheel), niet meer te stellen. Maar deze ‘zijnsvergetelheid’ is precies wat volgens Heidegger de moderne samenleving zo mechanicistisch en eendimensionaal maakt. Ook Heidegger zoekt overigens niet naar antwoorden in de wetenschap of de logica, maar in de ervaring. In de stemming van de angst ervaren wij het Niets. Met veel moeite ervaren we het ware ‘zijn’ in het authentieke leven, dat zich kenmerkt door gelatenheid, en dan misschien ook in kunst en natuur.

Tevens verschenen op de Filosofiekalender © Veen Media

Men kan zeggen dat instincten worden doorgegeven door genen en waarden door tradities. Maar omdat de zin uniek is, moet hij persoonlijk worden ontdekt.

Viktor Frankl in De vergeefse roep om een zinvol bestaan (1978, 1981)

Volgens de Oostenrijkse neuroloog en psychiater Viktor Emil Frankl (1905–1997) moest zowel de traditionele psychoanalyse als de (dan) moderne gedragswetenschap worden vermenselijkt. Voor de traditionele en de huidige psychologie betekent psychische gezondheid zoiets als ‘(weer) kunnen functioneren in het dagelijks leven’, maar voor Frankl is geestelijke gezondheid ‘niet meer dan een middel tot een doel’. In zijn logotherapie gaat het niet om ‘zin door therapie’, maar om ‘therapie door zin’. Psychisch lijden in de vorm van depressie, angst of verslaving ontstaan als die zin ontbreekt. Om iemand te helpen de betekenis van zijn bestaan – oftewel de reden om gezond te zijn – te vinden, gebruikt Frankl onder meer de socratische dialoog. Daarbij vraagt de logotherapeut net zo lang door tot zijn ‘patiënt’ stuit op de principes waarnaar hij of zij wil leven en het doel dat hij of zij daarmee wil bereiken.

Tevens verschenen op de Filosofiekalender © Veen Media

Als je je in een gevaarlijke situatie bevindt moet je nooit iets verwachten. Wat als er dit gebeurt? Wat als er dat gebeurt? Er is nog niets begonnen en je bent je al helemaal aan het voorbereiden – voor niets! Je moet een rustige geest hebben. Verwachtin

Andrew Lum in Diary of the Way. Three Paths to Enlightenment (red. Ira Lerner, 1976)

Tai-chimeester Andrew Lum wordt geciteerd in het boek waarin Robert Pater deze en vele andere inzichten uit de martial arts samenbrengt om managers te ondersteunen bij de strijd op de markt (Leading from within, 1999). Om angst te overwinnen moet je je oefenen in het beheersen van je eigen houding tot de dingen. Door deze zelfbeheersing kun je de basis leggen voor een ‘moedige geest’. Nu is moed volgens veel filosofen een van de belangrijkste deugden, maar de moderne westerse mens heeft die in hele andere situaties nodig dan in de oudheid. Voor de oude meesters van de filosofie en die van de vechtkunst was de eerste en belangrijkste stap bij het ontwikkelen van de deugd van de moed het overwinnen van de angst voor de dood. Volgens Pater gaat het bij deze deugd tegenwoordig om de moed om te falen, de moed om ‘onzichtbaar’ te zijn (en niet de hele tijd bezig te zijn met je imago of erkenning), de moed om ‘het weg te geven’ (te delegeren) en de moed om te scheppen (en niet bang te zijn om buiten te worden gesloten of om belachelijk gevonden te worden).

Tevens verschenen op de Filosofiekalender © Veen Media

Scroll To Top