Skip to content

Gedachten

Psychoanalyse

Men kan zeggen dat instincten worden doorgegeven door genen en waarden door tradities. Maar omdat de zin uniek is, moet hij persoonlijk worden ontdekt.

Viktor Frankl in De vergeefse roep om een zinvol bestaan (1978, 1981)

Volgens de Oostenrijkse neuroloog en psychiater Viktor Emil Frankl (1905–1997) moest zowel de traditionele psychoanalyse als de (dan) moderne gedragswetenschap worden vermenselijkt. Voor de traditionele en de huidige psychologie betekent psychische gezondheid zoiets als ‘(weer) kunnen functioneren in het dagelijks leven’, maar voor Frankl is geestelijke gezondheid ‘niet meer dan een middel tot een doel’. In zijn logotherapie gaat het niet om ‘zin door therapie’, maar om ‘therapie door zin’. Psychisch lijden in de vorm van depressie, angst of verslaving ontstaan als die zin ontbreekt. Om iemand te helpen de betekenis van zijn bestaan – oftewel de reden om gezond te zijn – te vinden, gebruikt Frankl onder meer de socratische dialoog. Daarbij vraagt de logotherapeut net zo lang door tot zijn ‘patiënt’ stuit op de principes waarnaar hij of zij wil leven en het doel dat hij of zij daarmee wil bereiken.

Tevens verschenen op de Filosofiekalender © Veen Media

Voor het heiligdom waarin de kunstenaar droomt, staan tegenwoordig vuile laarzen. Ze zijn van de psycholoog, die daarbinnen doet of hij er thuishoort.

Karl Kraus in Nachts – Aphorismen (1924)

De Joods-Oostenrijkse dichter en schrijver Karl Kraus (1874–1936) is vooral beroemd en berucht geworden vanwege zijn blad Die Fackel, dat hij in 1899 oprichtte en vanaf 1911 tot zijn dood volledig zelf volschreef. Hij werd gevreesd om zijn vaak scherp satirische kritiek op de Duitse cultuur en de Duitse en Oostenrijkse politiek.
In eerste instantie verwelkomde hij de opkomende psychoanalyse van Sigmund Freud en zijn volgelingen, vanwege hun moed om zonder taboes te spreken over (homo)seksualiteit. Zijn sympathie voor de nieuwe ‘zielkunde’ blijkt ook uit de ruimte die hij leden van de psychoanalytische beweging in zijn tijdschrift geeft. Maar de satiricus in Kraus krijgt al snel in de gaten hoe gemakkelijk het is om de uitspraken van freudianen te parodiëren. Zo schrijft hij al in 1907: ‘De mensheid is in de middeleeuwen hysterisch geworden, omdat zij de bepalende seksuele indrukken uit haar Griekse jeugd niet goed verdrongen heeft.’ En: ‘Het is de hoogste tijd dat kinderen hun ouders inwijden in de geheimen van het geslachtsleven.’
Maar als hij in 1913 zelf op de analytische sofa wordt gelegd, doordat een aantal van zijn aforismen zonder toestemming wordt overgenomen in een psychoanalytisch tijdschrift, wordt de toon anders, want ‘de nieuwe zielkunde heeft het gewaagd, in het mysterie van het genie te spugen’.

Tevens verschenen op de Filosofiekalender © Veen Media

Mens-zijn betekent het bij zich dragen van een minderwaardigheidsgevoel en de voortdurende prikkel om dit te boven te komen.

Alfred Adler in Der Sinn des Lebens (1933)

Met Freud en Jung vormt Alfred Adler (1870–1937) ‘de grote drie’ van de psychoanalyse, die het overigens onderling grondig oneens waren over wat de mens uiteindelijk beweegt. Anders dan Freud en Jung voor wie (overigens op geheel verschillende wijze) het libido de motor van ons bestaan vormde, gaat Adler ervan uit dat de mens streeft naar ‘volkomenheid’ en dat hij zich daarbij en daardoor voortdurend bewust is van een ‘tekort’. Alleen als hij – terugkijkend – meent dat hij enige afstand ‘op de weg naar boven’ heeft afgelegd, kan hij korte tijd tot rust komen en enige eigenwaarde en geluk ervaren. Maar het volgende moment wordt hij weer gegrepen door het doel van volmaaktheid en zoekt hij naar ‘compensatie’ voor zijn falen. Als het minderwaardigheidsgevoel groot is en het bewustzijn daarvan sterk, wordt die drang ook heviger en daarmee de emoties. Deze ‘stormloop der emoties’ is van grote invloed op het lichamelijk evenwicht en als de hevige emoties voortduren, kunnen daardoor allerlei neurosen ontstaan.

Tevens verschenen op de Filosofiekalender © Veen Media

Betekenissen worden niet bepaald door situaties, maar wij bepalen onszelf door middel van de betekenis die wij aan situaties geven.

Alfred Adler in Wozu leben wir? (1931)

Naast Freud en Jung behoort Alfred Adler (1870–1937) tot ‘de grote drie’ van de psychoanalyse. Hij is bekend als bedenker van het ‘minderwaardigheidscomplex’ en als grondlegger van de Individualpsychologie of individuele psychologie.
Anders dan Freud, wiens verklaringen van menselijk gedrag nogal mechanicistisch waren, gaat Adler ervan uit dat je mensen moeten begrijpen op grond van de betekenis die hun gedrag voor hen zelf heeft. Als iemand iets geks doet, vraag je dan altijd af of dat gedrag de persoon helpt
  • een emotionele toestand teweeg te brengen, te stoppen of te vermijden;
  • de intensiteit van een emotionele toestand te verminderen, te intensifiëren of in stand te houden;
  • een reactie te ontlokken aan de fysieke of aan de sociale omgeving;
  • of te handelen op een wijze die overeenkomt met persoonlijke waarden, normen en doelen.
Alleen als je weet welke betekenis iemand geeft aan zijn situatie, kun je begrijpen waarom hij doet wat hij doet, namelijk om te worden of te blijven wie hij is.

Tevens verschenen op de Filosofiekalender © Veen Media

Ga ervan uit dat je tegenstander het mis heeft, verklaar dan zijn vergissing en de wereld zal aan je voeten liggen. Probeer te bewijzen dat hij het mis heeft of (nog erger) probeer uit te vinden of hij gelijk heeft of ongelijk en de nationale dynamiek van

C.S. Lewis in Met reden geloven. C.S. Lewis over denken en geloof (1983)

Clive Staples Lewis (29 november 1898 – 22 november 1963), beter bekend als C.S. Lewis, was een Ierse schrijver en geleerde. Hij is tegenwoordig vooral bekend als auteur van de kinderboekenserie De kronieken van Narnia (1950-1956). Deze boeken zijn een nauwelijks verhulde fantasy-versie van de Bijbelverhalen rond Jezus Christus. Lewis schreef ook essays over het christendom voor volwassenen.
In Undeceptions (1971) schrijft hij over een ‘ondeugd’ die hij Bulverisme doopt, naar de fictieve Ezechiël Bulver, die op zijn vijfde getuige is van een discussie tussen zijn vader en moeder over de aard van de driehoek. Volgens zijn vader zijn twee hoeken van een driehoek samen groter dan de derde. Zijn moeder reageert daar uiteindelijk op met te zeggen dat hij dat alleen maar zegt omdat hij een man is. Dit leidt bij het jongetje tot een ‘flitsend’ inzicht, namelijk dat ‘weerlegging geen noodzakelijk onderdeel van een discussie is’. Lewis noemt in dit verband met name de psychoanalytici en marxisten als aanhangers van een leer waarvoor het niet nodig is om afwijkende ideeën te bestrijden. Alle gedachten zijn voor hen immers ‘besmet aan de bron’, respectievelijk omdat onze gedachten worden bepaald door onze onbewuste wensen en angsten, dan wel door onze economische positie.

Tevens verschenen op de Filosofiekalender © Veen Media

Scroll To Top