zingeving

Therapieën reflecteren, en worden gevormd door, de pathologie die zij moeten behandelen.

Irvin D. Yalom in Existential Psychotherapy (1980)

Als je de geschiedenis van de psychotherapie bekijkt, zie je dat de manier waarop therapeuten hun patiënten helpen radicaal is veranderd. De laatste jaren spreken veel therapeuten zelfs liever over ‘cliënten’, om te laten zien dat ze het ‘medische model’ hebben verlaten. Een andere grote verandering deed zich al voor in de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw. De nadruk kwam steeds meer te liggen op eigen verantwoordelijkheid, en dat is geen toeval, volgens de Amerikaanse existentiële psychotherapeut en romanschrijver Irvin D. Yalom (1931). De moderne psychotherapie ontstond in het Wenen van het eind van de 19de eeuw, in de victoriaanse cultuur van seksuele verdringing, een strikte maatschappelijke orde, aparte werelden voor vrouwen en mannen en een nadruk op zedelijke wilskracht. Freud zag dat die onderdrukking van natuurlijke neigingen schadelijk voor de ziel was. Maar in onze hedendaagse samenleving is dát niet meer het probleem. De mens van nu moet leren omgaan met de enorme vrijheid, keuzestress en zingeving als alle mogelijkheden voor je open liggen. Dat leidt tot hele andere gesprekken in de spreekkamer.

Tevens verschenen op de Filosofiekalender © Veen Media

Zonder inzet gaat de ziel schimmelen.

Ben Schreurs, Filosofisch dagboek (Tijdschrift voor Biografie), 25 januari 1990

De Utrechtse psycholoog Ben Schreurs (1934–2015) promoveerde op de metafysica van Karl Popper en hield een filosofisch dagboek bij dat na zijn dood werd gevonden. Fragmenten daarvan zijn gepubliceerd in het Tijdschrift voor Biografie. Een van de thema’s in het dagboek is de zin van het leven, die volgens hem schuilt in een verhaal of een daad, maar nooit in een theorie.

Het citaat maakt deel uit van enkele gedachten over het goede leven. Volgens Schreurs moet een mens ‘hoog spel’ durven spelen, ‘inzetten op een hoger en intenser leven’. Dat brengt wel onzekerheid met zich mee en uiteindelijk loop je ook het gevaar dat je verliest. Maar het betekent ook dat ‘de mislukkeling’ ons respect verdient: ‘hij heeft ingezet en verloren.’

Tevens verschenen op de Filosofiekalender © Veen Media

De ervaring van zin laat zich niet maken, die overkomt je.

Marjoleine Vosselman en Kick van Hout in Zingevende gespreksvoering – Helpen als er geen oplossingen zijn (2013)

In hun boek geven de psychologen Vosselman en Van Hout een ‘bruikbaar handelingsmodel’ waarmee hulpverleners het gesprek aan kunnen gaan met cliënten of patiënten die vragen hebben waarop zij geen antwoord kunnen geven, bijvoorbeeld: ‘Waarom moet ik zo jong zo ziek worden?’ ‘Wie of wat heeft bepaald dat ik geboren moest worden in een gezin met een gewelddadige vader?’ Hulpverleners weten wel dat zo’n vraag iets te maken heeft met ‘zingeving’, maar ervaren ‘methodische onhandigheid’ als hun die gesteld wordt.

Een van de aspecten van zingevende vragen die richting kan geven aan vruchtbare zingevende gespreksvoering is ‘raadselachtigheid’. Dit is het aspect wat mensen het gevoel kan geven dat het hier om ‘vage’ of ‘zweverige’ zaken gaat. Want bij een ervaring van zin is er volgens Vosselman en Van Hout sprake van ‘openheid naar en verwondering voor het onkenbare’. Het is geen verrassing dat ze zich bij dit thema niet alleen laten inspireren door psychologen en psychotherapeuten, maar ook door filosofen, want begint daar niet ook de filosofie mee?

Tevens verschenen op de Filosofiekalender © Veen Media

Hoe meer men streeft naar genot, des te minder men het bereikt.

Viktor E. Frankl in De vergeefse roep om een zinvol bestaan (1978, Ned. vert. 1981)

Voor de geestelijk vader van de logotherapie, Viktor Frankl, draait alles om het vinden van zin, niet door middel van therapie, maar als heilzaam voor psychische problemen: ‘niet zin door therapie, maar therapie door zin.’

Een van de ziekmakende patronen in het zielenleven van de mens is volgens Frankl het nastreven van (seksueel) genot. Zo zijn sommige mannen zozeer gericht op potentie en orgasme, dat hun aandacht vooral daarnaar toegaat. Dan kunnen zij het slachtoffer worden van ‘hyperreflectie’ en het tegendeel bereiken, namelijk impotent worden. Veel mensen kennen het probleem van hyperreflectie als ze bijvoorbeeld uit alle macht proberen in slaap te komen: dan lukt dat vaak juist niet.

In de logotherapie is voor dit soort problemen de techniek van de dereflectie ontwikkeld. De aandacht moet anders worden gericht, bijvoorbeeld op een ‘wederzijds spel van tederheid’ (bij impotentie) of prettige herinneringen (bij slapeloosheid), zodat de vicieuze cirkel doorbroken wordt.

Tevens verschenen op de Levenskunstkalender © Veen Media

Als je je ‘waarom?’ van het leven hebt, dan verdraag je vrijwel ieder ‘hoe?’

Friedrich Nietzsche in Afgodenschemering (1889)

De titel van een van de laatste werken die Friedrich Nietzsche (1844-1900) schreef voordat hij mentaal instortte, Götzen-Dämmerung, is een toespeling op de opera Götterdämmerung (‘Godenschemering’) van Richard Wagner. Ooit hadden ze diep respect voor elkaar gehad, maar Nietzsche was ervan overtuigd geraakt dat Wagner de muziek ‘ziek’ had gemaakt. De ondertitel van Nietzsches werk luidt ‘Of hoe men met de hamer filosofeert’, wat hem de bijnaam ‘de filosoof met de hamer’ opleverde.
Het citaat staat in het hoofdstuk ‘Spreuken en pijlen’, met daarin uitsluitend dit soort aforismen. Het is een eigen leven gaan leiden in boeken over de rol van zingeving en transcendentie in het menselijk leven. Maar eigenlijk blijkt uit de tweede zin, die er zelden bij wordt geciteerd, op welke ‘afgod’ Nietzsche hier zijn pijlen heeft gericht: ‘De mens streeft niet naar geluk; dat doen alleen de Engelsen.’ Dat is een sneer naar de zogenaamde ‘utilisten’, zoals Bentham en Mill, die de morele waarde van een handeling afmaten aan de bijdrage die deze leverde aan het grootste geluk voor het grootste aantal mensen.

Tevens verschenen op de Filosofiekalender © Veen Media

Op het moment dat je naar de zin en de waarde van het leven vraagt, ben je ziek.

Sigmund Freud op 13 augustus 1937, in een brief aan prinses Marie Bonaparte (Letters of Sigmund Freud, ed. Ernst L. Freud, 1960)

Het zijn uitspraken als deze waardoor je Sigmund Freud (1856-1939) best ‘de denker van de desillusie’ (Luc Ferry) kunt noemen. Zin noch waarde van het leven bestaan objectief, en door er over na te denken, verraad je slechts dat je onbevredigd libido over hebt. Door een of ander ‘gistingsproces’ leidt dat tot verdriet en neerslachtigheid. Freud erkent dat zijn verklaringen op dit punt ‘zeker niet geweldig’ zijn. Dat komt misschien wel omdat hij te ‘pessimistisch’ is, denkt hij zelf. Waarom zou dat eigenlijk niet ook pathologisch kunnen zijn? Waarom zou de behoefte om de illusies van anderen door te prikken, niet een neurotische stoornis zijn? Maar ach, door dat te suggereren ga je deel uitmaken van het vicieuze systeem van wederzijdse verdachtmakingen dat de motor van de psychoanalytische beweging is.

Intussen meldt Freud aan Marie Bonaparte dat er in dit verband een ‘gewaagde en geslaagde’ Amerikaanse reclameslogan door zijn hoofd blijft spoken: ‘Why live, if you can be buried for ten dollars?’ (Waarom leven als je voor tien dollar begraven kunt worden?)

Tevens verschenen op de Filosofiekalender © Veen Media