Skip to content

Gedachten

Psychologen

Mensen die geïnteresseerd zijn in het gedrag van andere mensen willen op den duur iets aan ze verdienen.

Freek de Jonge in De Mars (1983)

Er zijn twee manieren waarop je deze uitspraak van cabaretier Freek de Jonge (1944) uit zijn derde onemanshow kunt lezen. In de eerste plaats mogen psychologen en psychiaters zich dit aantrekken. Is dat waar zij uiteindelijk op uit zijn? Op een ander moment in zijn show gaat Freek de Jonge nog een stukje verder: je mag volgens hem van de psychiater ‘niks meer opkroppen / Je moet de meest vreselijke dingen tegen elkaar zeggen / Die psychiaters weten wel hoe ze aan de slag moeten blijven’.
Daarnaast kun je zeggen dat met name mensen die iets te verkopen hebben, moeten weten waarom mensen zich gedragen zoals ze zich gedragen. Zo noemde Harry Mulisch in De toekomst van gisteren de psychologie ‘de ideologie der neringdoenden’. En volgens Freek de Jonge is het ook nog eens gevaarlijk, want ‘als de middenstand gaat nadenken / staan we binnen de kortste keren weer Heil Hitler te roepen’. Vijfendertig jaar later hebben de neringdoenden hun psychologische arsenaal uitgebreid en zijn ondernemende miljardairs meer of minder democratisch aan de macht gekomen in Rusland, China en de Verenigde Staten met een programma van angst aanjagen en kracht uitstralen.

Tevens verschenen op de Filosofiekalender © Veen Media

Dierverzorgers hebben over het algemeen een hogere dunk van de geestelijke vermogens van mensapen dan de filosofen en psychologen die over het onderwerp schrijven.

Frans de Waal in De aap in ons (2005)

Dit tekende de Nederlandse primatoloog Frans de Waal (1948) op uit de mond van taalonderzoeker Charles Menzel tijdens een livedemonstratie van de communicatieve vermogens van chimpanseevrouwtje Panzee. Menzel had duidelijk zichtbaar voor Panzee lekkernijen verstopt in een bossig stuk in de buurt van haar kooi. Zij kon er niet bij en moest dus de verzorgers duidelijk maken waar het snoepgoed verstopt was (en dat ze het aan haar moesten geven), waarbij ze soms van de onderzoekers moest wachten tot de volgende dag. Deze verzorgers wisten niets van het experiment, maar Panzee wist hun al gauw duidelijk te maken waar ze moesten zijn en waarom. Met behulp van haar wenken, gesnuif en kreten kostte het de verzorgers geen moeite om het verborgen voedsel te vinden. Uit het experiment blijkt dat chimpansees wel degelijk een besef hebben van verleden en toekomst en uitstekend in staat zijn tot communicatief gedrag. Om echter in haar opzet te slagen, was het wel nodig dat Panzee te maken had met mensen die haar serieus namen. Gelukkig voor haar waren er geen filosofen of psychologen aanwezig die alleen maar uit waren op het bevestigen van hun hypothese dat dat geen enkele zin had bij zo’n beest.

Tevens verschenen op de Filosofiekalender © Veen Media

De Ander is de verzwegen vooronderstelling van het Cartesiaanse cogito.

B.J. Kouwer in Existentiële psychologie. Grondslagen van het psychologisch gesprek (1973)

Als je over de mens, het bewustzijn of de geest begint te praten, veronderstel je al dat die bestaan, want zonder (mede)mens, bewustzijn of geest kan er niet worden gepraat. Het bestaan van het bewustzijn (van de ander) kun je daarom ‘absoluut evident’ noemen. Psychologen die het gedrag van hun onderzoeksobjecten als ‘bewusteloos’ of ‘onbewust’ beschouwen, veronderstellen dat bewustzijn nog altijd wel bij hun vakgenoten als ze het over ons, zielloze schepsels, hebben. Er is een filosoof nodig om hen op deze fundamentele fout te wijzen. Of een kritische collega als Kouwer.
‘Evident’ betekent zoveel als ‘vanzelfsprekend’ en ‘absoluut’ betekent hier: onafhankelijk van wie er praat en wanneer. Een van de bekendste filosofische ‘evidenties’ is de zekerheid waarop de twijfel van Descartes uiteindelijk stuit: ‘ik denk dus ik ben’ (cogito ergo sum). Dit individuele bewustzijn (subject) was daarna lange tijd het referentiekader van het moderne denken. Maar ‘cogito’ zou je volgens Kouwer moeten opvatten als een ‘(mede)menselijke bezigheid’ en het ‘sum’ als ‘er zijn’. Niet alleen ik ben, maar ook de ander is.

Tevens verschenen op de Filosofiekalender © Veen Media

Scroll To Top