Geweten

Empathie haalt de horizon erg dichtbij, verzet zich tegen abstractie en is volstrekt niet gericht op kwantitatieve aspecten’

Paul Bloom in ‘The baby in the well: the case against empathy’, in The New Yorker, 20 mei 2013 (geciteerd in Kampers & Ruiter, Filosoferen aan de keukentafel, 2015)

Uit onderzoek blijkt dat ook veel diersoorten in staat zijn tot empathie, maar het wordt vaak gezien als een typisch menselijk vermogen dat een belangrijke rol speelt bij ons geweten of moreel bewustzijn. Men denkt dat dit vermogen samenhangt met zogenaamde spiegelneuronen: hersencellen die ‘vuren’ als we een ander mens een handeling zien uitvoeren of iets zien overkomen. Het blijkt ook dat empathie alleen optreedt wanneer we ook een concreet beeld van een ander hebben. Psychologen vroegen aan de ene groep mensen hoeveel ze wilden bijdragen aan een medicijn dat het leven van één kind zou redden en een andere groep hoeveel om acht kinderen te redden. Dat was ongeveer evenveel. Als je mensen in de eerste groep echter een naam en leeftijd van het kind gaf, werd er voor dat ene kind veel meer geld gegeven dan voor acht anonieme. Paul Bloom vindt dat empathie daarom een paar minder gelukkige eigenschappen heeft. Om tot een rechtvaardig oordeel te komen over een dergelijke situatie moet je je horizon verbreden, abstraheren van een concreet geval en rekening houden met kwantitatieve aspecten.

Tevens verschenen op de Levenskunst Kalender © Veen Media

Wie alle dagen in de rondte rent wordt een vreemde in zijn eigen huis; wie altijd verstrooiing zoekt wordt een vreemde in zijn eigen hart.

Adolph Knigge in Über den Umgang mit Menschen (1788)

Door het boek over de ‘omgang met mensen’ werd Knigges naam synoniem voor ‘handleiding voor de etiquette’, maar zo’n boek is het eigenlijk helemaal niet. Het gaat eerder over levenskunst, en Knigge gaat daarbij uit van een duidelijke moraal. Hij vindt bijvoorbeeld dat het onze belangrijkste plicht is om bezig te zijn met het verbeteren van onszelf, het ‘cultiveren van het eigen ik’. Het is daarom ‘onvergeeflijk’ als je altijd in het gezelschap van anderen bent. Dan is het alsof je voor jezelf vlucht.

Bovendien loop je het gevaar in het gezelschap van ‘leeglopers’ terecht te komen. Als dat bovendien mensen zijn die zich aan je proberen te binden door je voortdurend te vleien, ‘verlies je de smaak voor de stem van de waarheid’. En als je dan de stem van je geweten hoort, ren je misschien wel hard weg, ‘het vertier in, waar die weldadige stem overschreeuwd wordt’.

Tevens verschenen op de Levenskunstkalender © Veen Media