Skip to content

Gedachten

Empathie

Empathie moet luisteren naar de rede als de mensheid een toekomst wil hebben.

Paul Bloom in ‘The baby in the well. The case against empathy’ (2013)

Het woord empathie is afkomstig van het Griekse woord voor lichamelijk gevoel, maar het begrip van je inleven in de ander werd in de negentiende eeuw door de Duitse filosofen Hermann Lotze en Robert Vischer Einfühlung genoemd. De Britse psycholoog Thitchener vertaalde dat als ‘empathy’.
Net als vele anderen vindt Paul Bloom empathie een belangrijk vermogen, maar een overdreven afhankelijkheid van empathie heeft paradoxale gevolgen. Hij illustreert dat onder meer met de gevolgen van het bloedbad op de Sandy Hook-basisschool in Newton Connecticut, waar de twintigjarige Adam Lanza twintig kinderen en zes volwassenen doodschoot. Het relatief welvarende Newton kreeg ‘uit empathie’ uit het hele land pakhuizen vol knuffels en miljoenen dollars waar ze geen behoefte aan hadden. Intussen maakten veel minder mensen zich druk over de twintig miljoen kinderen in Amerika die iedere avond met honger naar bed gaan. Ook zoiets als het noodzakelijke klimaatbeleid heeft door zijn abstractie (miljoenen slachtoffers in de toekomst) te lijden van de empathie die velen voelen voor bedrijven (en hun personeel) die het principe van ‘de vervuiler betaalt’ niet zouden overleven.
Mensen mét een rede, maar zonder empathie (psychopaten) zijn eng, maar mensen mét empathie maar zonder rede brengen de toekomst in gevaar.

Tevens verschenen op de Filosofiekalender © Veen Media

Door in de verbeelding van plaats te wisselen met iemand die lijdt, kunnen we begrijpen of navoelen wat de ander voelt.

Adam Smith in The Theory of the Moral Sentiments (1759)

Heel lang is gedacht dat zoiets als empathie, het je kunnen inleven in een ander, is voorbehouden aan de mens. In De aap in ons (2005) gebruikt de Nederlandse primatoloog Frans de Waal (1948) de definitie van ‘sympathy’ van de econoom en moraalfilosoof Adam Smith (1723–1790) om aan te tonen dat dat vermogen ook bestaat bij onze naaste verwanten in het dierenrijk. Hij vertelt over de bonobo Kuni die zag hoe een spreeuw tegen het glas van haar omheining in de dierentuin vloog. Ze ging naar de vogel toe, raapte hem op en probeerde hem op zijn pootjes te zetten. Toen dat niet lukte, gooide ze hem voorzichtig in de lucht. Vervolgens nam ze de spreeuw mee een hoge boom in, vouwde zijn vleugels open en gooide hem in de richting van de omheining. De vogel landde echter op de oever van de gracht om het apenverblijf. Kuni hield vervolgens de wacht bij de spreeuw en beschermde hem tegen haar soortgenoten, totdat de vogel hersteld was en weg kon vliegen. Volgens De Waal is het bijzondere dat Kuni de vogel niet behandelde als een andere aap, want ze ‘paste haar hulp aan aan de specifieke situatie van een dier dat heel anders was dan zij’.

Tevens verschenen op de Filosofiekalender © Veen Media

Scroll To Top