Economie

Worden wij het meest gekenmerkt door haat of door liefde?

Frans de Waal in De aap in ons (2005)

Deze en andere vragen zouden bij je op kunnen komen als je ziet dat wij onze voorouders delen met twee qua gedrag zeer uiteenlopende mensapen: de chimpansee en de bonobo. De samenlevingen van de eersten worden gekenmerkt door agressie en hiërarchie, die van de tweede door wederzijdse lustbevrediging en samenwerking. Maar volgens de Nederlandse primatoloog Frans de Waal (1948) zijn het zinloze vragen, omdat wij mensen ‘bipolaire figuren’ zijn. Het is net zoiets als vragen waarmee je het best de oppervlakte van iets kunt bepalen, de lengte of de breedte.

Toch werden westerse biologen lange tijd geplaagd door een sterk vooroordeel: om een of andere reden vonden zij onze competitieve kant ‘authentieker’ dan de sociale kant. De Romeinen zeiden al: Homo homini lupus, de mens is de mens een wolf. En volgens De Waal is dit tot op heden het uitgangspunt voor wetgeving, economie en de politieke wetenschap. Maar dit gezegde geeft niet alleen een verkeerd beeld van ons mensen, het is ook een ‘belediging’ voor de wolf, ‘een van de meest sociale en loyale samenwerkers in het dierenrijk’. Niet voor niets domesticeerden onze voorouders dit dier gemakkelijk en graag tot huisdier.

Tevens verschenen op de Filosofiekalender © Veen Media

Minder economie, meer filosofie.

Bas Jacobs, Rick van der Ploeg en Sjeng Scheijen in NRC Handelsblad (18 december 2014)

Onder deze kop gaan slavist Scheijen en de economen (!) Jacobs en Van der Ploeg in een opiniestuk tekeer tegen de bezuinigingen op de geesteswetenschappen. Zij betogen dat sommige opleidingen, zoals vreemde talen, kunstgeschiedenis en filosofie, grote maatschappelijke opbrengsten hebben, zowel financieel als niet-financieel. Economen noemen dat ‘positieve externe effecten’. Die ontbreken bij studies als economie, psychologie of recht, en daarvan mag het collegegeld best wat hoger worden. Wie daarin afstudeert, ziet zijn maatschappelijke waarde rechtstreeks terug in zijn portemonnee.
Zij wijzen ook op het economisch belang van intellectuele vorming. In Amerika vinden classici en historici van topuniversiteiten banen bij banken of verzekeringsmaatschappijen. Zij blijken beter te kunnen omgaan met snelle veranderingen in economie en samenleving. En wat te denken van het feit dat er in Nederland geen Pools of Oekraïens gestudeerd kan worden, terwijl die landen steeds belangrijker worden in Europa. ‘Het Nederlandse onderwijsbeleid is inmiddels doordesemd van cynisme: men kent overal de prijs, maar nergens meer de waarde van.’

Tevens verschenen op de Filosofiekalender © Veen Media

We gaan het natuurlijk niet over liefde hebben.

Johan Schaberg in NRC Handelsblad, 10 oktober 2009

Ondernemer en investeerder Johan Schaberg (1940) schrijft een column in het economiekatern van NRC Handelsblad en daarom klopt de uitspraak: in een zakelijke omgeving geldt liefde als een emotie die je op zijn best reserveert voor thuis (waar je vanzelfsprekend zelden bent). Maar een bezoek aan Wagners Rheingold brengt Schaberg aan het twijfelen. Wotan steelt ‘de ring van de nevelingen’, die de drager almachtig maakt, van Alberich. Deze heeft , de liefde moeten opgeven. Volgens Schaberg kan het best eens zijn dat niet (alleen) hebzucht aan de basis lag van de grote financiële crisis van 2008-2009, maar ook liefdeloosheid. Want liefde is niet altijd een ‘emotie’ geweest; het was ooit een belangrijke deugd, naast moed, rechtvaardigheid, wijsheid, gematigdheid, geloof en hoop. Als je dit leest, hoor je als het ware de lach door de boardrooms bulderen. Maar misschien moeten we het in een zakelijke omgeving juist wel over liefde hebben, vindt Schaberg. Want tegen de hebzucht van een ander ben je machteloos, maar de liefde als deugd kun je beoefenen. Geen bankier of topbestuurder heeft zijn lot verbonden aan dat van zijn bedrijf. Maar vraag vandaag ‘eens aan baas, collega of medewerker: “Vertel eens, hou jij eigenlijk van dit bedrijf, en waar is dat aan te merken?” Of vraag het eerst aan uzelf.’

Tevens verschenen op de Filosofiekalender © Veen Media

Wij beschikken allemaal over een evaluatief vermogen dat ons vertelt hoe gelukkig we zijn en vervolgens ons handelen richt op het verbeteren van ons geluk. Van alle mogelijkheden die we hebben, kiezen we de combinatie van activiteiten waar we ons het best

Richard lord Layard of Highgate (Richard Layard) in ‘Happiness: has social science a clue?’ (Uit: Lionel Robbins Memorial Lectures 2002/3, maart 2003, London School of Economics)

Hoogleraar arbeidseconomie Richard Layard (1934) was onder andere topadviseur van de regering-Blair en had belangrijke invloed op het besluit om topinkomens in het bedrijfsleven zwaarder te belasten. Tony Blair was daar zelf in eerste instantie huiverig voor, omdat hij dacht dat het ondermijnend zou zijn voor werklust en initiatief. In 2004 publiceerde Layard Happiness (vertaald als Waarom zijn we niet gelukkig?). Hij vindt het onbegrijpelijk dat politici hun beleid niet baseren op modern onderzoek naar wat mensen gelukkig maakt. Volgens hem kunnen we daarvan drie dingen leren. Het blijkt dat mensen geluk niet alleen (deels) ontlenen aan de hoogte van hun inkomen, maar ook aan hoeveel ze verdienen ten opzichte van anderen. Dat betekent dat ons economisch systeem aanzet tot een ratrace. Daarnaast geldt dat mensen steeds gewend raken aan de hoogte van hun inkomen, en daarom pas gelukkiger worden als dat steeds stijgt. En ten slotte is het niet zo dat individuele voorkeuren constant zijn: alles wat we bezitten wordt relatief steeds minder waard. Belastingen hebben daarom nog een ander doel, naast het betalen voor openbare voorzieningen en het herverdelen van inkomen. Belastingen zorgen ervoor dat mensen niet méér werken dan goed voor hen is.

Tevens verschenen op de Filosofiekalender © Veen Media