Eigenbelang

… zonder filosofie wagen tegenwoordig alleen misdadigers het nog om anderen te benadelen …

Robert Musil in Der Mann ohne Eigenschaften (1952)

Volgens Ulrich, de man zonder eigenschappen in het gelijknamige boek van de Oostenrijkse schrijver Robert Musil (1880–1942), zijn ‘eigenschappen’ niet datgene wat ons tot een unieke persoonlijkheid maakt, maar vervreemden ze ons juist van onze ziel. Daarom zet hij zich (in gedachten) af tegen mannen die juist uitblinken in de edelste eigenschappen, zoals de staalmagnaat Paul Arnheim. Deze wordt gevraagd als voorzitter van het comité dat het 70-jarig ambtsjubileum voorbereidt van keizer Frans Jozef. Arnheim is niet alleen beroemd omdat hij op vele terreinen thuis is, van kunst en sport tot filosofie en economie, maar ook omdat hij zakelijk zeer succesvol is en tijdens directievergaderingen met citaten van grote schrijvers en filosofen strooit. Zijn collega-ondernemers zijn allang blij dat Arnheim hun zuivere eigenbelang weet te legitimeren met het algemeen belang door verbanden te leggen met filosofie en literatuur.

Tevens verschenen op de Filosofiekalender © Veen Media

En eigenlijk is dat heel interessant, dat we het soft en naïef vinden klinken als iemand zegt dat de mens eigenlijk goed is. Zelfs wetenschappers, die beter zouden moeten weten, hebben die neiging.

Carsten de Dreu, geïnterviewd door Ellen de Bruin in ‘Blije bedrijven’, NRC Handelsblad, 8 november 2009

Hoewel de ‘meesters van het wantrouwen’ – zoals Paul Ricoeur Marx, Nietzsche en Freud noemde – al weer even dood zijn, is het nog steeds gebruikelijk dat menswetenschappers hun best doen om aan te tonen dat wij, gewone mensen, geen baas in eigen brein zijn. Nee, wij worden gestuurd door een agressieve overlevingsdrang, net als onze aapachtige voorvaderen, of door ander bot eigenbelang. De Dreu, hoogleraar arbeids- en organisatiepsychologie aan de UvA, geeft zelf een mooi voorbeeld van de hardnekkigheid waarmee wetenschappers uitgaan van het slechte in de mens. Op een congres in 2009 werd onderzoek gepresenteerd naar discriminatie. Volgens de moderne psychologie zijn mensen geneigd om de groep waarvan ze zelf deel uitmaken te bevoordelen ten opzichte van anderen. Maar nu was onderzocht of mensen vooral willen dat hun eigen groep het goed heeft, of vooral dat het de andere groep slecht gaat. Wat de onderzoekers ook hadden geprobeerd, steeds weer bleek dat het ingroup love was en geen outgroup hate. Toehoorders bleven maar zoeken naar een fout in de onderzoeksopzet, totdat De Dreu opmerkte dat ze dat niet zouden doen als de uitkomst omgekeerd was geweest. Kennelijk past haat beter in het moderne paradigma dan liefde.

Tevens verschenen op de Filosofiekalender © Veen Media