Verliefdheid

Een gebeurtenis heeft, per definitie, iets wonderbaarlijks.

Slavoj Žižek in Event – Filosofie van de gebeurtenis (2014)

De cultuurfilosofische ‘rockster’ Slavoj Žižek (1949) buigt zich in dit boek over de gebeurtenis an sich, en al meteen blijkt die een ‘vicieuze structuur’ te hebben. Het gebeurteniseffect bepaalt namelijk met terugwerkende kracht zijn oorzaken of redenen. Een van de voorbeelden van een gebeurtenis is verliefd worden. Verliefd word je niet om dat je daar specifieke redenen voor hebt, zoals zijn of haar lippen, of zijn of haar glimlach, maar omdat je van hem of haar houdt, vind je die lippen of die glimlach aantrekkelijk.
Anders is volgens Žižek ook niet goed te begrijpen waarom we ons in al onze kwetsbaarheid blootgeven aan onze geliefde: ‘wanneer we samen naakt zijn, kan een cynisch lachje of opmerking van onze partner charme doen omslaan in spot.’ En hij gaat verder: ‘Liefde impliceert absoluut vertrouwen: door van een ander te houden geef ik hem of haar de macht om mij kapot te maken, in de hoop en het vertrouwen dat hij of zij die macht niet zal gebruiken.’

Tevens verschenen op de Filosofiekalender © Veen Media

‘Ben ik verliefd? Ja, want ik wacht.’

Roland Barthes in De taal der verliefden (1980)

Het boek van de Franse literatuurtheoreticus en filosoof Roland Barthes (1915–1980) verscheen oorspronkelijk als Fragments d’un discours amoureux. Barthes achtte een dergelijk boek noodzakelijk omdat hij heeft geconstateerd dat het ‘vertoog’ (discours) van de verliefde er tegenwoordig een is van ‘uiterste eenzaamheid’. De taal der verliefden wordt door velen gesproken, maar door iedereen genegeerd. We vinden de woorden van de liefde niet terug in andere domeinen, zoals wetenschap, techniek, politiek of kunst. Barthes probeert door te dringen in het bewustzijn van de verliefde, met al zijn verwarring, gefrustreerde verlangen, jaloezie enzovoort.
Met het citaat laat Barthes zien dat je weet dat je verliefd bent als je merkt dat je aan het wachten, steeds weer aan het wachten bent, tot het volgende telefoontje, tot hij/zij er eindelijk weer is. ‘De ander wacht nooit’. Al doet de verliefde zijn best om afleiding te zoeken of ook een keer te laat te komen, ‘de fatale identiteit van de verliefde is juist deze: ik ben degene die wacht’. En het voorwerp van de verliefdheid heeft het voorrecht van alle machtigen en machthebbers: iemand laten wachten.

Tevens verschenen op de Filosofiekalender © Veen Media

Men kan zeer wel verdedigen dat het schriele, zuinige, verzuurde, bekrompen calvinisme, zoals ik dat aan den lijve heb mogen ervaren, eerder bij Seneca vandaan komt dan uit het Woord.

Maarten ’t Hart in ‘Calvijn haalde zijn benepen zuinigheid niet uit de Bijbel’, NRC Handelsblad, 10 juli 2009

Erasmus, die een uitgave van het werk van Seneca bezorgde, had al opgemerkt dat Seneca op een christelijke manier schrijft. Erasmus had andere humanisten opgeroepen om zijn werk te verbeteren en het was de jonge, van huis uit rooms-katholieke humanist ‘Jehan Cauvin’ die zo stoutmoedig was om daaraan gehoor te geven. Hij publiceerde een commentaar op De clementia (Over de mildheid, barmhartigheid) van de Romeinse wijsgeer. Volgens Maarten ’t Hart werd Calvijn door Seneca geïnspireerd tot zijn strijd tegen ‘elke vorm van genieten, elke uiting van levensvreugde, alle tekenen van wuftheid, pronkzucht, pracht en praal’. Seneca was tegen dansen en muziek, waarschuwde voor het gevaar van verliefdheid en omarmde deugden als zuinigheid, tevredenheid met het eigen lot, passieloosheid, enzovoort. Alleen de ‘walgelijke’ predestinatieleer – de overtuiging dat iedereen al is voorbeschikt voor zaligheid of niet, los van zijn daden en deugden – ontleende Calvijn niet aan Seneca. ‘Die heeft de afknijper uit Genève zelf bedacht (ze is namelijk totaal on-Bijbels).’

Tevens verschenen op de Filosofiekalender © Veen Media