Skip to content

Gedachten

Eeuwigheid

Als er sub specie aeternitatis geen reden is om te geloven dat iets ertoe doet, dan doet dat er ook niet toe.

Thomas Nagel in ‘The Absurd’ (1971, in Journal of Philosophy, pp. 716–727)

In dit citaat van de Amerikaanse filosoof Thomas Nagel maakt hij gebruik van een uitdrukking in het Latijn, die afkomstig is uit het werk van Spinoza. Zij betekent zoveel als: ‘in het licht van de eeuwigheid.’ Het verwijst naar een denkhouding waarin je afziet van alles wat tijdelijk en toevallig is, om uiteindelijk te komen tot dat wat universeel en eeuwig waar is.
In het citaat gaat Thomas Nagel in tegen de filosofen van het absurde, zoals Camus, die meenden dat er uiteindelijk geen waarden zijn die voor eens en voor altijd geldig zijn. Voor de existentialistische helden in de romans en toneelstukken van Camus en Sartre rest er dan slechts ongericht heldendom of wanhoop. Maar volgens Nagel is dat niet de enige mogelijke houding: we kunnen ons absurde leven ook met ironie bezien.

Tevens verschenen op de Levenskunstkalender © Veen Media

Als je onder eeuwigheid niet oneindige tijdsduur, maar ontijdelijkheid verstaat, dan leeft hij eeuwig die in het heden leeft.

Ludwig Wittgenstein in Tractatus Logico-Philosophicus (1922, 1998, 6.4311)

Vlak voordat hij in paragraaf 7 zal zeggen dat je moet zwijgen over de dingen waarover je niets kunt zeggen, houdt Wittgenstein zich in de Tractatus bezig met de dingen die er werkelijk toe doen: ethiek, leven en dood, en God. Zo beweert hij dat de dood geen gebeurtenis in het leven is, dat wij de dood niet ervaren. Ons leven heeft geen einde, op dezelfde wijze als waarop we de grenzen van ons gezichtsveld niet zien.
Maar met de constatering dat wie eeuwig wil leven, in het heden moet leven, zijn we er nog niet. Er bestaat immers geen enkele garantie voor de onsterfelijkheid of het eeuwig overleven van de menselijke ziel na de dood. Maar het aannemen van een onsterfelijke ziel lost het raadsel ook helemaal niet op. Het eeuwige leven zelf is net zo’n groot raadsel als ons huidige leven. ‘De oplossing voor het raadsel van het leven in ruimte en tijd ligt buiten ruimte en tijd.’

Tevens verschenen op de Filosofiekalender © Veen Media

De echte opgave van de liefde is om het geliefde werkelijk te vereeuwigen, het werkelijk van dood en ontbinding te verlossen, het uiteindelijk in schoonheid wedergeboren te laten worden.

Vladimir Solovjov in Het levensdrama van Plato (1898)

Vladimir Solovjov (1853-1900) was van invloed op de groten van de Russische literatuur, zoals Tolstoj, Achmatova en Dostojevski, maar is zelf in Nederland nauwelijks bekend. Behalve als filosoof en mysticus wordt hij beschouwd als een belangrijk dichter. In het essay dat een inleiding was op wat zijn vertaling van het volledige werk van Plato had moeten worden, beschrijft Solovjov als een werkelijk existentiëel psycholoog Het levensdrama van Plato. Voor hem is de theorie van de liefde van Plato (in het Symposium) ‘ongehoord in de heidense wereld, diep en gedurfd’, maar niettemin nog niet voltooid. Wat hij de ‘fatale erotische ondergang van de filosoof van de liefde’ noemt, is erin gelegen dat Plato de laatste stap niet heeft durven zetten. Want als je de hogere Eros eenmaal gedacht hebt, moet je erkennen dat de betekenis ervan onlosmakelijk verbonden is met ‘de plicht om hem ten uitvoer te brengen’. Plato heeft gezien dat het wezen van Eros is dat hij ‘in schoonheid voortbrengt’, maar volgens Solovjov is het minstens zo wezenlijk dat dit voortbrengen plaatsvindt in de zintuiglijk waarneembare werkelijkheid. Solovjov suggereert dat Plato de schok van de moord op zijn leermeester Socrates nooit werkelijk te boven is gekomen.

Tevens verschenen op de Filosofiekalender © Veen Media

Scroll To Top