Skip to content

Gedachten

Cultuur

In de verabsolutering van de individuele vrijheid van de persoon met zijn eindeloze behoeften en verlangens kweekt onze samenleving cultuurloos gepeupel dat zich asociaal en gewelddadig manifesteert.

Ad Verbrugge in Tijd van onbehagen. Filosofische essays over een cultuur op drift (2004)

Volgens de Nederlandse filosoof en politiek activist Ad Verbrugge (1967) moeten we bij de (Hegeliaanse) term ‘gepeupel’ niet alleen denken aan het armlastige deel van de samenleving. Ook de rijkdom kent zijn gepeupel. Het ontstaan van gepeupel hangt veel meer samen met wat Verbrugge ‘cultuurverlies’ noemt. In steeds meer Nederlandse milieus is het hele idee van een ‘gemeenschap’ verdwenen. Deugden als rechtschapenheid, gemeenschapszin, eergevoel en verantwoordelijkheidsbesef hebben daar geen betekenis meer.
Het gaat er dus niet om dat die mensen niet meer naar het theater of een museum gaan, maar dat zij niet meer opgroeien in een beschaving die zorgt voor de ‘zedelijke ontwikkeling van haar burgers, zodat dezen zich lid weten van een gemeenschap en hun leven mede daarop afstemmen’. Tegenwoordig is het zelfs in kringen van de intelligentsia gebruikelijk om dan vooral te wijzen naar allochtonen (‘kutmarrokanen’), maar volgens Verbrugge is het eerder precies andersom: ‘een samenleving die door haar cultuurverlies zelf desintegreert, kan moeilijk de voorwaarden scheppen voor integratie van allochtone bevolkingsgroepen.’

Tevens verschenen op de Filosofiekalender © Veen Media

Op het eind van onze beschaving kwam niet de socratische dialoog, op het eind stond de beulsknecht.

Arnon Grunberg in ‘Het ontslapen woord’ (Bill Minco-lezing, 4 mei 2015)

In de ingekorte versie van zijn lezing in NRC Handelsblad citeert Arnon Grunberg de Joods-Oostenrijkse schrijver Jean Améry (1912–1978), die geboren werd als Hans Mayer. Zijn Schuld en boete voorbij wordt gezien als een van de belangrijkste boeken over de uitroeiingskampen van de nazi’s. Overigens werd hij oorspronkelijk niet door de Duitsers opgepakt omdat hij Joods was, maar vanwege het verspreiden van antinazistische propaganda. Hij werd gruwelijk gemarteld door de Gestapo, naar aanleiding waarvan hij schreef dat wie ooit gefolterd is, zich nooit meer thuis voelt in deze wereld. Toen men ontdekte dat hij Joods was, werd Améry naar Auschwitz gestuurd. Naar aanleiding daarvan verwijst Améry naar een uitspraak van Sartre dat het hem dertig jaar had gekost om zich te ontdoen van het traditionele filosofische idealisme. Volgens Améry ging dat in een concentratiekamp een stuk sneller.
Grunberg stelt in zijn lezing de vraag of wij in het kader van de herdenking van de doden en de bevrijding nog iets van een ideaal kunnen formuleren waarin de humanistische waarden van voor de slachtpartijen doorklinken. ‘Misschien kunnen we dat vinden in het besef dat spreken over wanhoop ook een vorm van hoop is.’

Tevens verschenen op de Filosofiekalender © Veen Media

Moderniseren of ecologiseren? Dat is de vraag.

Bruno Latour in To modernize or to ecologize? That’s the question (1998)

Wat de ‘groene’ partijen en de milieubeweging voor ogen staat noemt Latour ‘politieke ecologie’. Politieke ecologie heeft geen plek in een moderne samenleving, maar moet veel eerder worden begrepen als een alternatief voor modernisering. Veel mensen die zich sterk maken voor ‘de natuur’ hebben bij die ‘natuur’ een beeld dat mede wordt bepaald doordat het in tegenstelling wordt gezien tot ‘cultuur’, ‘samenleving’, ‘politiek’ of ‘geest’. Maar die Grote Scheidingen zijn kenmerkend voor de moderne manier van denken. Volgens Latour is een enkele blik in de krant voldoende om vast te stellen dat als het bijvoorbeeld gaat om het ‘gat in de ozonlaag’ deze manier van denken niet langer bruikbaar is. Het wemelt er van de ‘hybriden’. ‘In een en hetzelfde artikel worden chemische reacties en politieke reacties door elkaar gehaald. Een en dezelfde draad verbindt de meest esoterische wetenschap met de meest laag-bij-de-grondse politiek, de hoogste hemel met die ene fabriek in een buitenwijk van Lyon, wereldomvattende risico’s met de aanstaande verkiezingen of de volgende directievergadering’ (Wij zijn nooit modern geweest, 1994). Er is daarom een nieuwe manier van denken nodig: een niet-moderne. In Politics of nature – how to bring the sciences into democracy (2004) stelt hij dat we moeten kiezen: moderniseren of ecologiseren.

Tevens verschenen op de Filosofiekalender © Veen Media

Scroll To Top