Skip to content

Gedachten

Shakespeare

Ongemakkelijk ligt het hoofd dat de kroon draagt.

Hendrik IV in het gelijknamige stuk van William Shakespeare

Met in de kop dit citaat van Shakespeare bespreken de bedrijfskundigen Schaumberg en Flynn in het Journal of Personality and Social Psychology het verband dat zij hebben gevonden tussen leiderschap en de geneigdheid zich schuldig te voelen. Uit hun onderzoek bleek onder meer dat personen met een sterk schuldbesef door anderen als kundiger leiders werden beschouwd. De onderzoekers denken dat dat verband is gebaseerd op verantwoordelijkheidsgevoel voor anderen.
In het stuk van Shakespeare lijkt het echter om een andere relatie te gaan. Daar is het meer het ambt dat zwaar op de drager drukt. Koning Hendrik richt zich tot de god van de slaap:
O dommelgod, waarom ligt gij bij beed’laars
In ’t walg’lijk bed, en schuwt des konings sponde,
Alsof ze een wacht- of stormklokhuisjen waar’?
Misschien hadden Schaumberg en Flynn ook even moeten kijken naar de leiders van de grote ondernemingen en landen in deze wereld. Zouden zij zover gekomen zijn als zij erg leden onder schuldgevoelens?

Tevens verschenen op de Filosofiekalender © Veen Media

To be or not to be is not the question.

Theo de Boer in annotatie 180 bij Levinas’ Totaliteit en oneindigheid (1961)

Door de glasheldere aantekeningen van emeritus-hoogleraar wijsgerige antropologie Theo de Boer (1932) wordt het buitengewoon lastige hoofdwerk van Emmanuel Levinas (1906–1995) iets toegankelijker voor de naar wijsheid hunkerende leek. Zo vat De Boer diens visie op de dood samen met deze variant op de beroemde uitspraak van Hamlet in het gelijknamige stuk van Shakespeare. In tegenstelling tot Heidegger, met wie Levinas vaak min of meer in gesprek is, is de dood voor hem niet iets van de enkele, angstige, eenzame mens, maar iets dat door iemand en voor iemand bestaat. Eigenlijk is de dood ook niet ‘iets’ maar ‘Iemand’, een vijand. Daarom vraagt de stervende Ander niet alleen om de medicijnen van de arts, maar ook om diens aanwezigheid als persoon.
Voor Levinas gaat het bij onze sterfelijkheid niet om een ontologisch dilemma (zijn of niet-zijn), maar om het beantwoorden van een ethische vraag: ben je wel of niet bereid ‘in te staan voor’ de ander die door de dood wordt bedreigd? ‘De wil tot zelfbehoud lost op in goedheid en geduld. De absurditeit van de dood tekent zich af tegen een achtergrond van betekenis …’

Tevens verschenen op de Filosofiekalender © Veen Media
Scroll To Top