Bezinning

Met behulp van bezinning kan in plaats van een finale nervositeit ten slotte de finale ontspannenheid ontstaan.

Wilhelm Schmid in Gelatenheid (2014–2015)

In zijn tienstappenplan om op je oude dag tot een houding van gelatenheid te komen, is bezinning volgens Schmid (1953) de achtste en ‘beslissende’ stap. Natuurlijk gaat het daarbij om bezinning op je eigen leven, maar hij verwijst ook naar Democritus (ca. 460-370 v.Chr.), die ‘welgemoedheid’ (euthymia) ontleende aan zijn ideeën over de atomen, de kleinste deeltjes waarmee hij het wereldgebeuren meende te kunnen verklaren. Democritus beschouwde blijmoedigheid, met als basiskenmerk gevoel voor humor, als ‘het hoogste innerlijke goed’ en staat daarom bekend als ‘de lachende filosoof’.

Tevens verschenen op de Filosofiekalender © Veen Media

Filosofisch consulentschap is een oefening in wijsgerig doe-het-zelven.

Dries Boele in ‘Wat is het filosofisch consulentschap?’, in Delnoij & Van der Vlist, Filosofisch consulentschap (1998)

In een filosofisch consult wordt iemand begeleid bij het stellen en beantwoorden van fundamentele vragen over zichzelf en de zin van zijn of haar bestaan. Dat heeft in de eerste plaats de vorm van een gesprek. Als iemand daarin werkelijk begrijpt wat het probleem is, is dat vaak al niet echt meer een probleem. Veel filosofisch consulenten houden dan ook op bij de formulering van een vraag en laten het aan de cliënten over om het ‘antwoord’ uit te werken door dingen in hun leven te veranderen of een belangrijke beslissing te nemen.

Volgens filosofisch consulent Dries Boele is voor het geleidelijke proces van verandering vooral zelfbegeleiding nodig: ‘alert blijven voor de macht der gewoonte, open blijven staan voor nieuwe mogelijkheden en onszelf herinneren aan eerdere voornemens.’ Een cliënt kan voor de regelmatige bezinning die daarvoor nodig is eventueel een ‘plan de campagne’ met de cliënt doorspreken, maar uiteindelijk zal die aan het wijsgerig doe-het-zelven moeten.

Tevens verschenen op de Filosofiekalender © Veen Media

De tijd brengt de geest van zijn plannen af.

Antiphon

Hoewel de geleerden het niet eens zijn of Antiphon de sofist en Antiphon van Rhamnus een en dezelfde persoon zijn, wordt van een zekere Antiphon (5de eeuw v.Chr.) gezegd dat hij een schild op zijn huis liet aanbrengen waarop hij claimde dat hij ‘gekwelden’ met woorden kon genezen. Daarmee zou je hem de eerste psychotherapeut kunnen noemen.

Hij zag deze ‘kunst om verdriet te genezen’ (technè alupias) naar analogie van de methode waarmee artsen zieken behandelen. Dicht bij de agora in Corinthe hield hij praktijk om door verdriet getroffenen beter te maken door middel van spreken. Hij vroeg eerst naar de oorzaken van de kwelling en vervolgens ‘ontlastte en troostte’ hij zijn patiënten met zijn gave van het woord. Overigens achtte hij deze kunst uiteindelijk beneden zijn stand en hij besloot zich te richten op de studie van de retorica.
In het citaat verwijst hij naar het effect van bezinning op iemand met boze plannen. ‘In de aarzeling ligt de mogelijkheid dat het ook niet gebeurt.’

Tevens verschenen op de Filosofiekalender © Veen Media

Al wat men eerder kan bezitten na zijn dood dan gedurende zijn leven is edel, want dat laatste heeft meer weg van het eigen belang.

Aristoteles in Retorica (360–330 v.Chr., vertaling Marc Huys)

In de Retorica spreekt Aristoteles (384–322 v.Chr.) op een nogal andere manier over de deugd dan in zijn Ethica. In dat laatste boek gaat het om de vraag wat je moet doen en hoe je moet leven, in het eerste over de vraag hoe je als spreker je publiek kunt bespelen. Daarom wordt in de Retorica een opsomming gegeven van wat algemeen als edel wordt beschouwd, zodat je daarmee je toehoorders kunt overtuigen van de deugdzaamheid van jouzelf of liever nog van degene voor wie je een pleidooi houdt.
Het citaat is een eigen leven gaan leiden als de ‘sterfbedtest van Aristoteles’: waar wil je op terug kunnen kijken als je op sterven ligt? Bij Stephen Covey en andere managementgoeroes vind je uitgebreidere varianten van deze zelftest. Bedenk wie je zou willen dat er op je begrafenis spreekt, en wat je zou willen dat zij daar en dan over je zeggen. De veronderstelling is dat dit leidt tot bezinning op je huidige leven, want wie zal vlak voordat hij zijn laatste adem uitblaast, bijvoorbeeld klagen dat hij in zijn leven te weinig heeft gewerkt?

Tevens verschenen op de Filosofiekalender © Veen Media