Skip to content

Gedachten

Brein

Zolang er artsen zijn hebben ze de psychische stoornissen van hun patiënten beschouwd als producten van een defecte hersenmachine en daarnaar gehandeld. En hun patiënten hebben hen geloofd.kop

Rutger Kopland / R.H. van den Hoofdakker, Twee ambachten (2003)

Je zou kunnen denken dat pas in onze tijd wetenschappelijk wordt uitgegaan van de hersenen als bron voor gedrag en psychische stoornissen, maar dat is een misverstand. De psychiater R.H. van den Hoofdakker (als hij het andere ambacht – de poëzie – bedreef, heette hij Rutger Kopland (1934-2012)) laat zien dat Hippocrates ongeveer 400 jaar v.Chr. al zei: ‘Het dient algemeen bekend te zijn dat de bron van zowel ons plezier, onze vreugde, gelach en vermaak, als van onze smart, pijn, angst en tranen, geen andere is dan de hersenen.’
Van den Hoofdakker erkent dat hij vanwege de heilzame werking van bijvoorbeeld psychofarmaca, slaapdeprivatie en lichttherapie, in de verleiding wordt gebracht om zelf ook te geloven in het model van de ‘defecte speelgoedauto’ als verklaring voor psychisch lijden. Als kind had hij immers een speelgoedauto die de ‘vervelende persoonlijkheidsstoornis had nooit rechtuit te “willen” rijden’. Van den Hoofdakker vindt dat we de mens best mogen beschouwen als een machine, maar dan wel een die net als ieder levend organisme moet zien te leven ‘in deze wereld en door deze wereld’.

Tevens verschenen op de Filosofiekalender © Veen Media

Zeggen dat de ziel boos is, is net zoiets als zeggen dat de ziel weeft of huizen bouwt.

Aristoteles in De anima (408b 12–15)

Net als Socrates werd Aristoteles (384–322 v.Chr.) aangeklaagd voor goddeloosheid, maar anders dan de eerste besloot Aristoteles wel Athene te ontvluchten ‘omdat hij de Atheners een tweede vergrijp tegen de filosofie wilde besparen’. Misschien dat dat te verklaren is uit het feit dat de filosofie voor Socrates vooral een levenshouding is, en voor Aristoteles een vorm van intellectuele arbeid. Hij wordt wel gezien als de eerste homo universalis, aangezien hij zich bezighield met alle destijds bekende wetenschappen (van filosofie en psychologie, via politicologie en sociologie, tot taalkunde en natuurwetenschap).
Het citaat is afkomstig uit zijn geschrift over ‘de ziel’, waarin hij verder stelt dat het veel beter is om niet te zeggen dat het de ziel is die medelijden heeft of nadenkt, maar dat de mens dat doet met zijn ziel. Tegenwoordig beweren veel cognitieve psychologen en ‘neurofilosofen’ dat het de hersenen zijn die denken of iets voelen, terwijl het misschien nog altijd wijzer is om te zeggen dat het de mens als geheel is die dit doet (in de hoop dat hij daarbij zijn hersens gebruikt).

Tevens verschenen op de Filosofiekalender © Veen Media

Wie psychische eigenschappen toeschrijft aan delen van een dier die alleen van toepassing zijn voor het (handelende) dier als een geheel, gebruikt een mereologische drogreden.

Harry Smit & Peter M.S. Hacker in Seven Misconceptions About the Mereological Fallacy: A Compilation for the Perplexed (2013)

Wittgenstein beschouwde filosofie als niet meer dan een vorm van therapie tegen begoocheling door de taal. De Britse filosoof en Wittgenstein-kenner Peter Hacker (geb. 1939) gebruikt diens ‘behandelmethode’ in het debat over de relatie tussen hersenen en gedrag of bewustzijn. Hij analyseert het werk van zogenaamde ‘neurofilosofen’, die allerlei eigenschappen van mensen (denken, redeneren, kiezen, waarnemen, etc.) toeschrijven aan hun hersenen, waarbij voor de rest van de mens geen andere rol lijkt weggelegd dan als ‘vat’ en willoze uitvoerder van zijn darwinistische brein.
Mereologie is de leer van de deel-geheelrelaties. Een mereologische drogreden is gebaseerd op een onjuist beeld van de verhouding tussen deel en geheel. Strikt beschouwd, want dat doen analytische filosofen, is het overigens geen echte ‘drogreden’, want het is geen (ongeldige) argumentatie, maar een ongeoorloofde bewering. Maar aangezien die wel verregaande consequenties heeft voor het verdere debat over de relatie tussen geest en lichaam, mag het van Smit en Hacker wel zo worden genoemd.

Tevens verschenen op de Filosofiekalender © Veen Media

Wie niet weet wat liefde is, zal door analyse nooit iets anders dan begeerte in liefde vinden.

C.S. Lewis, Met reden geloven. C.S. Lewis over denken en geloof (1983; oorspronkelijk in Transposition and other adresses, 1949)

Stel dat God tot ons zou spreken, zouden wij hem dan kunnen verstaan? Hij is gedwongen om gebruik te maken van onze psychische mogelijkheden en ervaringen en moet dus zijn Waarheid uitdrukken in een taal die voor die rijkdom slechts in beperkte mate geschikt is. Het is alsof een symfonie moet worden herschreven tot een stuk voor één piano. C.S. Lewis illustreert het verschil tussen een louter lichamelijke wereld en een wereld die ook geest bevat aan de hand van de tekenkunst. Iemand die in twee dimensies leeft, kunnen we er wel van proberen te overtuigen dat een afgebeeld landschap eigenlijk driedimensionaal is, maar op grond van zijn eigen ervaringen zal hij toch denken dat wij die derde dimensie zelf ‘projecteren’. Want als wij hem wijzen op het perspectief dat duidelijk moet maken dat het om meer gaat dan een plat vlak, zal dat hem maar moeilijk overtuigen. ‘Het tweedimensionale wezen zal nooit iets anders dan vlakke vormen in een tekening ontdekken. De fysiologie zal alleen reacties in grijze cellen waarnemen, nooit gedachten.’

Tevens verschenen op de Filosofiekalender © Veen Media
Scroll To Top