Skip to content

Gedachten

Scholing

Een school is oorspronkelijk een vrije ruimte.

Jos Kessels, Erik Boers en Pieter Mostert in Vrije ruimte – Filosoferen in organisaties – Klassieke scholing voor de hedendaagse praktijk (2002)

‘Scholing’ komt van het Griekse woord scholè, en dat betekent oorspronkelijk vrije ruimte. Voor hun filosofische wijze van werken met organisaties gebruiken de filosofen Kessels, Boers en Mostert daarom het beeld van een school, als een van oorsprong vrije ruimte, ‘een vrijplaats om na te denken, samen met anderen, over hoe de wereld in elkaar zit, wat ons en anderen te doen staat, wat het “goede leven” inhoudt’.

In onze tijd is vrije ruimte in organisaties of in het dagelijks leven vooral een kwestie van vrije tijd. Dat het ons vaak ontbreekt aan tijd en dat we (mede daarom) veelal sterk doel- of resultaatgericht zijn, is een van de grootste obstakels voor een dialoog waarin we de tijd nemen om onszelf en elkaar te ‘scholen’. Voor een dialoog heb je volgens de auteurs juist het omgekeerde nodig: genoeg ruimte om de tijd te nemen en geen storende elementen als prangende of urgente doelen.

Tevens verschenen op de Filosofiekalender © Veen Media

De gewoonte om goed begrepen principes actief te gebruiken is het uiteindelijke bezit van wijsheid.

Alfred North Whitehead in ‘The rhythmic claims of freedom and discipline’ (Uit: The aims of education and other essays (1929))

In het inleidende essay uit de genoemde bundel geeft de Brits-Amerikaanse filosoof, natuurkundige en wiskundige Alfred North Whitehead (1861-1947) een definitie van ‘education’ (wat hier zowel scholing als ontwikkeling of vorming betekent): ‘Vorming is het verwerven van de kunst om kennis te gebruiken.’ Whiteheads nadruk op de noodzakelijke verbinding tussen opleiding en praktijk doet modern aan. Hij formuleerde deze ideeën in een tijd waarin veel onderwijstheorieën nog uitsluitend spraken over mentale oefening. Voor Whitehead is de geest echter geen ‘gereedschap’ dat moet worden ‘geslepen’, of een soort opslagplaats voor losse ideeën. Voor hem vormt de geest met het lichaam een organische eenheid, die in voortdurende relatie staat tot de levende omgeving. Daarom is vorming of scholing een ritmisch proces van wederzijdse groei tussen leerling en de inhoud van het onderwerp. ‘In het paradijs zag Adam de dieren voordat hij ze een naam gaf; in het traditionele schoolsysteem gaven de kinderen de dieren namen, voordat ze die ooit hadden gezien’ (Science and the modern world, 1925).

Tevens verschenen op de Filosofiekalender © Veen Media

Stel dat Socrates, de aartsvader van de westerse filosofie, nu geleefd had, in onze tijd. Wat zou hij dan gedaan hebben?

Jos Kessels, Socrates op de markt – Filosofie in bedrijf (1997)

Het antwoord van Jos Kessels en zijn concurrenten en collega’s in de ‘filosofische praktijken’ in Nederland luidt dat Socrates precies hetzelfde zou hebben gedaan als 2500 jaar geleden. Hij zou net als toen elke dag op de markt te vinden zijn geweest, om daar iedereen te ondervragen over hoe we moeten leven. De markt van tegenwoordig is niet meer (alleen) een plein midden in de stad, maar bevindt zich overal waar culturele, politieke en economische activiteiten plaatsvinden. En dus proberen filosofische consultants tegenwoordig een voet tussen de deur te krijgen van directiekamers van bedrijven, raadszalen van overheidsgebouwen en de vergaderzalen van onderwijs- en zorginstellingen. De plekken zijn dus anders, maar volgens Kessels doen de mensen op de markt er nog steeds goed aan om aan de hand van Socrates in gesprek te gaan. ‘Over wat waan is en werkelijkheid, over wat waarde heeft en wat niet, over wanneer iets kwaliteit heeft, wie deskundig is om dat te bepalen, welke scholing de juiste is, kortom, wat goed is in het leven en wat het goede leven is.’

Tevens verschenen op de Filosofiekalender © Veen Media

Het recht om te leren wordt voor de meeste mensen beknot door een verplicht schoolbezoek.

Ivan Illich in De ontscholing van de maatschappij (1971)

In 2002 overleed Ivan Illich, een van de meest radicale criciti van de moderne maatschappij. Jarenlang doorstond hij de last van een kankergezwel in zijn gezicht omdat hij geen deel wilde worden van het m

edisch-farmaceutische complex. Leren was volgens hem ook iets waarvoor onze moderne instituties volledig ongeschikt waren. Kennis en vaardigheden waar je echt wat aan hebt, zijn niet het gevolg van instructie door anderen, maar van ‘een onbelemmerde participatie in een zinvolle omgeving’. Scholen zijn dat bij uitstek niet. Daar leer je niet zelfstandig denken, maar word je alleen maar afhankelijk gemaakt en geïndoctrineerd. In plaats van dergelijke onderwijstrechters moet leren plaatsvinden in onderwijsnetwerken. Een individu kan ieder moment van zijn leven ‘transformeren in een tijd van leren, participatie en begaan zijn’. Dat zijn allemaal waarden die Illich onderschrijft. Hij ziet institutionalisering ervan echter als de oorzaak van milieuproblemen, sociale polarisatie en ‘psychische onmacht, ‘drie dimensies van een proces van mondiaal verval en gemoderniseerde ellende’.

Tevens verschenen op de Filosofiekalender © Veen Media

Scroll To Top