Skip to content

Gedachten

Rumi

Er is geen grotere ziekte in je ziel / o hoogmoedige, dan de waan van de perfectie …

Rumi in Stufkens & Derkse – De herberg van het hart – Franciscus en Rumi als gidsen voor onze tijd (2003)

Volgens de Perzische denker en dichter Mohamed DJalal ad-Din Balkhi Rumi (1207–1273) is ‘de waan van de perfectie’ de grootste ziekte van de mensheid. De ellende in de wereld is niet een gevolg van onze fouten en tekortkomingen, maar van het onderdrukken daarvan. En we moeten die wel onderdrukken, want we rekenen elkaar er genadeloos op af, in plaats van ervan te leren. De volgende woorden gaan aan het citaat op de voorkant vooraf:

Fouten zijn de spiegel van de kwaliteit van de
Volmaaktheid. Wie ook zijn eigen gebrekkigheid
heeft gezien en herkend, heeft grote voortgang
gemaakt op weg naar
een volmaakter zelf. De oorzaak dat iemand niet
naar de Heer van Lof en Eer vliegt
ligt in het feit dat hij zichzelf als perfect
beschouwt.

Tevens verschenen op de Filosofiekalender © Veen Media

Ik heb het verstand dat grondig overweegt en de toekomst berekent al genoeg geprobeerd / van nu af aan zal ik proberen de dwaasheid aan te nemen.

Rumi, geciteerd in Hein Stufkens & Marcel Derkse – De herberg van het hart – Franciscus en Rumi als gidsen voor onze tijd (2003)

De Perzische denker en dichter Mohamed DJalal ad-Din Balkhi Rumi (1207–1273) was oorspronkelijk geleerde en jurist, maar hij veranderde radicaal door zijn ontmoeting en vriendschap met de soefi-mysticus en derwisj Sjems Tebrizi. Vanaf dat moment zwoor hij het denken af en omarmde hij de dwaasheid van de dans en de muziek als manier om een te worden met de goddelijke Geliefde. Het feit dat je daarmee het risico loopt de risee van de intelligentsia te worden, nam hij nadrukkelijk op de koop toe. ‘Laat de veiligheid achter je en ga waar vrees en gevaar is. / Vergeet je reputatie en waardigheid. Wees publiekelijk onteerd.’ Men zegt dat bij zijn dood de moslims, joden en christenen in Konya (nu Turkije) streden om de eer om hem te mogen begraven. Zijn zoon stichtte de orde van de ‘dansende derwisjen’, die nog altijd bestaat.

Tevens verschenen op de Filosofiekalender © Veen Media

Scroll To Top