Niets maakt slaperiger dan de leer dat er geen toeval is.

K.H. Miskotte in Het gewone leven – in den spiegel van het boek Ruth (1939, p. 147)

De theoloog Miskotte doelt met de leer dat er geen toeval is, op de doctrine dat God van tevoren alles al bepaald heeft, ook of wij ‘gered’ worden of niet. Je kunt ook denken aan het ‘determinisme’ dat veel wetenschappers aanhangen: alles wordt bepaald door de natuurwetten en is in principe verklaarbaar. Er kan dan dus geen ‘toeval’ in de ware zin van het woord zijn. Dat betekent volgens Miskotte dat je beter in je bed kunt blijven liggen met de dekens over je hoofd, wachten tot het voorbij is. Geloof je niettemin wél in toeval, als iets wat je ‘toe-valt’, dan is het zaak voortdurend ‘bereid te zijn’ om het te ervaren.

Tevens verschenen op de Levenskunst Kalender © Veen Media