Ach, wij zijn allen min of meer en tot op zekere hoogte verslaafd aan de bedwelming.

Søren Kierkegaard in Oordeel zelf! Tot zelfonderzoek, mijn tijdgenoten aanbevolen (vertaling door W.R. Scholtens, 1990)

Kierkegaard (1813-1855) is nog nooit iemand tegengekomen van wie hij zou kunnen zeggen dat die geheel nuchter was. En hij kan dat ook niet over zichzelf beweren. Hij heeft het dan niet over de roes van alcohol of drugs, maar over de ontsnapping aan het onvoorwaardelijke (dat voor hem het christendom is) in het ‘tot op zekere hoogte’. Als altijd bespot hij de christenen-in-naam van het Denemarken van zijn tijd. Voor hem eist het christendom dat wij geest zijn en dus moeten we daar onvoorwaardelijk naar streven. Omdat dat niet makkelijk is, bedwelmt iedereen zichzelf met de gedachte dat het al heel wat is om het af en toe te proberen.

Tevens verschenen op de Filosofie Scheurkalender © Filosofie Magazine

Thema's:
Denkers: