Aandacht
Aansprakelijkheid
Aanvaarding
Aarde
Absolutisme
Absurde
Afrika
Agnosticisme
Alchemie
Alleen-zijn
Amerika
Analyse
Ander
Angst
Antropoceen
Antropologie
Aporie
Arbeid
Architectuur
Argumenten
Armoede
Art deco
Ascese
Atheïsme
Authenticiteit
Autobiografie
Autonomie
Autopoïese
Bedrijfsleven
Begeerte
Begrijpen
Begrippen
Behaviorisme
Belangeloosheid
Belangen
Beschaving
Bescheidenheid
Bestaan
Bestemming
Betekenis
Beweging
Bewustzijn
Bezinning
Bezonnenheid
Bibliotheek
Bibliotherapie
Bijbel
Bildung
Biologie
Blijmoedigheid
Blinde vlek
Boeddhisme
Boeken
Boosheid
Brein
Bulverisme
Burgerschap
Burn-out
Categorische imperatief
Causaliteit
Chaos
Christendom
Coaching
Cogito
Cognitie
Communicatie
Communisme
Computer
Concentratie
Conditionering
Constructivisme
Consumeren
Contemplatie
Creativiteit
Cultuur
Cultuurfilosofie
Cybernetica
Cynisme
Dagelijks leven
Dansen
Darwinisme
Definitie
Definitie van de situatie
Democratie
Denkbeelden
Denken
Depressie
Deskundigheid
Determinisme
Deugden
Deugdenethiek
Deugdzaamheid
Dialoog
Dierenrechten
Dilemma
Ding-in-zichzelf
Diplomatie
Discipline
Dood
Doodsangst
Dorst
Drogredenen
Dromen
Dubbelzinnigheid
Dunning-Kruger-effect
Duurzaamheid
Dwaasheid
Ecologie
Economie
Eenzaamheid
Eerlijkheid
Eeuwigheid
Egoïsme
Eigenbelang
Eigenheid
Eigenliefde
Eindigheid
Elementen
Emergentie
Emoties
Empathie
Empirisme
Engelen
Epicurisme
Epistemologie
Erotiek
Ervaring
Essay
Esthetiek
Eten
Ethiek
Eudaimonia
Euthanasie
Evangelie
Evolutie
Existentialisme
Existentie
Experiment
Faidros
Falen
Fanatisme
Feiten
Fenomenologie
Filosofen
Filosoferen in organisaties
Filosoferen met kinderen
Filosofie
Filosofisch café
Filosofisch consult
Filosofische praktijk
Filosofische vraag
Fortitudo
Frankrijk
Fundamentalisme
Fysiologie
Gebed
Gebeurtenis
Gebod
Geboorte
Gedachten
Gedrag
Gedragswetenschap
Geest
Geestelijke gezondheid
Geesteswetenschappen
Geheugen
Gelatenheid
Geld
Geloof
Geluk
Gelukzaligheid
Gematigdheid
Gemeenschap
Gemeenschappelijkheid
Gemoedsrust
Genot
Geschiedenis
Gesprek
Geven
Gevoelens
Geweld
Gewoonten
Gezondheid
Gnostiek
God
Goed
Goede leven
Grondeloosheid
Haat
Handelen
Hartstochten
Hebben
Heden
Hedonisme
Held
Helpen
Hemel
Hermes
Hilberts paradox
Hoop
Humanisme
Huwelijk
Hybris
Hypothese
Idealen
Idealisme
Ideeën
Identiteit
Ik
Illocutionaire handelingen
Individualisme
Individualiteit
Instinct
Integratie
Integriteit
Interpretatie
Intersubjectiviteit
Introspectie
Inzicht
Ironie
Isolement
Iustitia
Jaïnisme
Jodendom
Jona
Kapitalisme
Karakter
Kennis
Keuzes
Kijken
Kitsch
Klimaat
Koningschap
Kredietcrisis
Kritiek
Kunst
Kwaad
Kwaliteit
Kwantumfysica
Kwetsbaarheid
Leefregels
Leegte
Leibniz
Leiderschap
Leren
Leugen
Leven
Levensbeschouwing
Levensfilosofie
Levenskunst
Levensvorm
Levenszorgen
Lezen
Lichaam
Liefde
Lijden
Literatuur
Logica
Logos
Logotherapie
Luisteren
Maaltijd
Maatschappij
Macht
Markt
Marktdenken
Marxisme
Massa
Massamedia
Materialisme
Medelijden
Mediatie
Meerduidigheid
Meesterschap
Melancholie
Mens
Mens en dier
Mens-zijn
Mensapen
Menselijkheid
Mensenkennis
Mensheid
Metafysica
Methode
Midlifecrisis
Minderwaardigheidscomplex
Mindfulness
Missie
Mode
Modernisering
Moderniteit
Moed
Moedeloosheid
Monniken
Moraal
Moraliteit
Mystiek
Naaktheid
Naastenliefde
Namen
Nataliteit
Nationalisme
Natuur
Natuurwetenschap
Nazisme
Nederigheid
Neoplatonisme
Neurofilosofie
Niets
Noodlot
Nut
Object
Objectiviteit
Offer
Oidipous
Onbewuste
Ondernemen
Onderscheiding
Onderwijs
Oneindigheid
Ongemak
Onmenselijkheid
Onsterfelijkheid
Onthaasting
Onthechting
Ontologie
Ontroering
Ontspanning
Onverschilligheid
Onwetendheid
Onzekerheid
Oorlog
Oorzaken
Oprechtheid
Optimisme
Opvoeding
Orde
Organisaties
Organismen
Ouderen
Paradigma
Paradigmawisseling
Paradox
Perfectie
Persoon
Persoonlijkheid
Pessimisme
Phaedrus
Pijn
Placebo-effect
Plichtethiek
Poëzie
Politici
Politiek
Politieke filosofie
Positivisme
Postmodernisme
Pragmatiek
Pragmatisme
Praktische filosofie
Principes
Procesfilosofie
Procestheologie
Profeet
Prudentia
Psychiaters
Psychiatrie
Psychoanalyse
Psychofarmaca
Psychologen
Psychologie
Psychose
Psychotherapie
rationalisme
Rationaliteit
Rationeel-emotieve therapie
Realisme
Rechtschapenheid
Rechtvaardigheid
Reclame
Rede
Redelijkheid
Reductie
Reductionisme
Reflectie
Reflexiviteit
Regels
Relativisme
Relativiteit
Religie
Respect
Retorica
Revolutie
Ritme
Ruimte
Salutogenese
Samenleving
Samenwerking
Samoerai
Scepsis
Scepticisme
Schaamte
Schilderkunst
Schizofrenie
Scholing
School
Schoonheid
Schrift
Schrijven
Schuldgevoel
Sciëntisme
Seksualiteit
Sereniteitsgebed
Slaap
Sociaal contract
Socialisme
Sociologie
Socratisch gesprek
Solipsisme
Solutionisme
Speculatie
Speltheorie
Spijt
Spiritualiteit
Staat
Sterfelijkheid
Sterven
Stoa
Stoelgang
Stoïcisme
Strategie
Stress
Subject
Subjectiviteit
Taal
Taalspel
Tao
Taoïsme
Techniekfilosofie
Technologie
Tegenslag
Televisie
Temperantia
Terre des Hommes
Tevredenheid
Theodicee
Theologie
Theorie
Therapie
Thomas
Tijd
Timemanagement
Toekomst
Tolerantie
Totalitarisme
Transcendente meditatie
Transcendentie
Twijfel
Utilitarisme
Utopie
Vaderschap
Veerkracht
Veiligheid
Verandering
Verantwoordelijkheid
Verbeelding
Verbijstering
Verdriet
Vergelijking
Vergeving
Vergevingsgezindheid
Vergissen
Verlangen
Verleden
Verlichting
Verliefdheid
Vernietiging
Verslaving
Verstand
Verstrooiing
Vertalen
Vertrouwen
Verveling
Verwachtingen
Verwondering
Vijand
Visie
Volk
Volkomenheid
Voltooiing
Volwassenheid
Voortreffelijkheid
Vorming
Vragen
Vrede
Vriendschap
Vrije tijd
Vrije wil
Vrijheid
Vrijheid van meningsuiting
Vrouwenemancipatie
Waanzin
Waarde
Waarden
Waarheid
Waarneming
Wachten
Walging
Wandelen
Wanhoop
Wantrouwen
Ware weg
Wederkerigheid
Wereld
Werk
Werkelijkheid
Wet
Weten
Wetenschap
Wetenschapsfilosofie
Wetenschapssociologie
Wijsgerige antropologie
Wijsheid
Wil
Wilskracht
Wiskunde
Woe wei
Woede
Wolf
Wonder
Woorden
Wraak
Zekerheid
Zelf
Zelfbeheersing
Zelfbewustzijn
Zelfkennis
Zelfmoord
Zelfoverschatting
Zelfvertrouwen
Zelfzorg
Zelfzuchtigheid
Zen
Zenboeddhisme
Ziekte
Ziel
Zien
Zijn
Zin
Zingeving
Zinloosheid
Zintuigen
Zitten
Zonde
Zwaardvechten
Zwaarmoedigheid
Zwaartekracht

Zoals de vis zich alleen in het water, de vogel zich alleen in de lucht en de mol zich alleen onder de aarde thuis voelt, zo voelt ieder mens zich slechts thuis in de hem passende atmosfeer.

Arthur Schopenhauer in De kunst om gelukkig te zijn (Ned. vert. 2011)

Volgens Schopenhauer benijden we vaak ten onrechte anderen om hun positie en omstandigheden, want vaak passen die alleen bij hun karakter en niet bij het onze. ‘Zo is bijvoorbeeld de hoflucht niet voor iedereen geschikt om in te ademen.’ Maar voordat we weten in welke sfeer we het meest gedijen, zullen we door gebrek aan zelfinzicht ‘allerlei tot mislukken gedoemde pogingen ondernemen’ en ons karakter geweld aandoen. En wat we dan, tegen onze natuur in, bereiken, zal ons geen genoegen schenken. Zelfs iets als een goede daad zal in je eigen ogen alle verdienstelijkheid verliezen als je die alleen maar hebt gedaan omdat je dacht dat het zo hoorde en niet vanuit je eigen, welbegrepen wil.
We moeten dus ‘eerst uit ervaring leren wat we willen en wat we kunnen’, en zo een karakter verwerven. Tot die tijd zullen we steeds weer tegen muren oplopen en met geweld worden teruggeworpen op ons eigen levenspad.

Tevens verschenen op de Levenskunstkalender © Veen Media

Reacties

Als je je 'waarom?' van het leven hebt, dan verdraag je vrijwel ieder 'hoe?'

Friedrich Nietzsche in Afgodenschemering (1889)

De titel van een van de laatste werken die Friedrich Nietzsche (1844-1900) schreef voordat hij mentaal instortte, Götzen-Dämmerung, is een toespeling op de opera Götterdämmerung (‘Godenschemering’) van Richard Wagner. Ooit hadden ze diep respect voor elkaar gehad, maar Nietzsche was ervan overtuigd geraakt dat Wagner de muziek ‘ziek’ had gemaakt. De ondertitel van Nietzsches werk luidt ‘Of hoe men met de hamer filosofeert’, wat hem de bijnaam ‘de filosoof met de hamer’ opleverde.
Het citaat staat in het hoofdstuk ‘Spreuken en pijlen’, met daarin uitsluitend dit soort aforismen. Het is een eigen leven gaan leiden in boeken over de rol van zingeving en transcendentie in het menselijk leven. Maar eigenlijk blijkt uit de tweede zin, die er zelden bij wordt geciteerd, op welke ‘afgod’ Nietzsche hier zijn pijlen heeft gericht: ‘De mens streeft niet naar geluk; dat doen alleen de Engelsen.’ Dat is een sneer naar de zogenaamde ‘utilisten’, zoals Bentham en Mill, die de morele waarde van een handeling afmaten aan de bijdrage die deze leverde aan het grootste geluk voor het grootste aantal mensen.

Tevens verschenen op de Filosofiekalender © Veen Media

Reacties

Je moet eerder bedenken met wie je wilt eten of drinken dan wat je wilt eten of drinken.

Epicurus

Rond 306 v.Chr. arriveerde de Griekse filosoof Epicurus (341-270 v.Chr.) in Athene, waar hij een school oprichtte die de ‘tuin’ werd genoemd. Hij stichtte er ook een soort commune avant la lettre, waarbij een stel vrienden introk in het huis dat groot genoeg was om hun allemaal een ruim verblijf te bieden. Daarnaast waren er ook gemeenschappelijke ruimtes om te praten en… te eten en drinken.
Voor Epicurus was het ‘verwerven van vriendschap’ verreweg het belangrijkste middel tot levensgeluk dat de wijsheid ons verschaft. Vandaar ook dat hij vond dat je eigenlijk nooit alleen moest eten. Overigens stond hij bekend om zijn soberheid. Hij dronk liever water dan wijn en had genoeg aan een maaltijd van brood, groenten en olijven. Aan een vriend vroeg hij om hem een pot kaas te sturen ‘zodat ik te allen tijde een feestmaal kan aanrichten’.

Tevens verschenen op de Filosofiekalender © Veen Media

Reacties

Wijsheid is het hoofdbestanddeel van het geluk. / Een leven in onwetendheid is uiterst aangenaam.

Sophokles in Antigone (1328) / Ajax (550)

In zijn Bespiegelingen over levenswijsheid breekt Arthur Schopenhauer (1788-1860) zich het hoofd over de vraag wie het gelukkigst is. Aan de ene kant heeft iemand die ‘innerlijk rijk’ is verder weinig nodig aan materiële zaken, aanzien of macht. Maar wie intellectueel begaafd is, is ook bijzonder gevoelig voor alle vormen van pijn. En zijn geestelijke grootheid vervreemdt hem van de meeste andere mensen. Daarom zegt men ook wel dat de ‘geestelijk minst bedeelden’ juist het gelukkigst zijn.
Zoals vaak gaat Schopenhauer graag te rade bij de klassieken. En dan stuit hij op diametraal tegenover elkaar liggende uitspraken, zoals die van Sophocles in de twee citaten. Maar ook als je de Bijbel erop naslaat, vind je bijvoorbeeld bij Prediker zowel ‘het leven van de dwaas is erger nog dan de dood’, als ‘want in veel wijsheid is veel verdriet’. Schopenhauer wil daarom het definitieve oordeel over deze kwestie graag aan de lezer overlaten.

Tevens verschenen op de Filosofiekalender © Veen Media

Reacties

Vrije tijd zonder studie staat gelijk aan de dood: het betekent voor de mens levend begraven zijn.

Seneca in Epistulae (82, par. 3)

In zijn Bespiegelingen over de levenskunst citeert Arthur Schopenhauer (1788–1860) veelvuldig de klassieken, waaronder Seneca (ca. 4 v.Chr.–65 n.Chr.), om zijn betoog te onderbouwen. Volgens Schopenhauer is ons dagelijks leven 'vervelend en flauw', tenminste wanneer het niet door hartstochten – tegenwoordig zegt men wel 'passies' – wordt beroerd. Het probleem is dat hartstochtelijk leven al gauw op leed uitdraait en voor Schopenhauer is geluk de afwezigheid van lijden (en kan het nooit meer zijn dan dat). Daarom zijn volgens Schopenhauer 'alleen diegenen gelukkig die naast de voor de diensten aan de wil benodigde hoeveelheid intellect nog een extra dosis hebben meegekregen'. Zij kunnen namelijk daarmee naast hun alledaagse leven ook nog een intellectueel leven leiden, dat hen op een pijnloze manier vermaakt. Vrije tijd alleen is daarvoor niet voldoende, want zonder intellect ga je dan dood van verveling, zoals Seneca stelt. Volgens Schopenhauer beschermt een intellectueel leven niet alleen tegen de verveling, 'maar ook tegen de verderfelijke gevolgen ervan': slecht gezelschap en de 'vele gevaren, ongelukken, verliezen en verspillingen waarmee men wordt geconfronteerd als men zijn geluk geheel en al in de reële wereld zoekt'. Ter illustratie verwijst Schopenhauer naar zijn eigen filosofie: die heeft hem nooit iets opgeleverd, maar wel veel 'bespaard'.

Tevens verschenen op de Filosofiekalender © Veen Media
Reacties

Laat niemand wanneer hij jong is het beoefenen van de filosofie uitstellen, en laat ook niemand wanneer hij oud is het filosoferen moe zijn.

Epicurus in Brief aan Menoikeus

De Griekse filosoof Epicurus (341–270 v.C.) wordt gezien als de grondlegger van het hedonisme, de leer dat het genot het hoogste goed is. Maar bij hem betekent dat niet de bevrediging van verlangens, maar de afwezigheid van angst, onlust en pijn. Zijn ethiek heeft Epicurus neergelegd in een brief aan Menoikeus, die ook wel de ‘Brief over het geluk’ wordt genoemd.
De brief begint met de geciteerde oproep tot ‘een leven lang filosoferen’. De reden dat wij nooit mogen stoppen met het vergaren van wijsheid is volgens Epicurus dat wij van jong tot oud voortdurend bezig moeten zijn met het onze geestelijke gezondheid. Voor Epicurus is filosofie dus een soort zelftherapie waar nooit een einde aan komt. Daarbij gaat het om het te boven komen van psychisch lijden, maar ook om een positief omschreven doel: ‘Wie beweert dat de tijd om te filosoferen nog niet is aangebroken, of dat deze tijd al achter hem ligt, is als iemand die zegt dat het nog geen tijd is voor het geluk of dat die tijd al voorbij is.’

Tevens verschenen op de Filosofiekalender © Veen Media

Reacties

Positief en volkomen geluk is onmogelijk, alleen een relatief minder pijnlijke toestand mag worden verwacht.

Arthur Schopenhauer in De kunst om gelukkig te zijn (2011)

Als de Duitse filosoof Arthur Schopenhauer (1788–1860) zelf zijn plan voor een ‘eudaimonologie’, een geluksleer, had uitgevoerd dan was dit zijn eerste stelling geweest. Nu is dat achteraf gebeurd in de vorm van vijftig leefregels die Arthur Volpi ontleende aan het gepubliceerde en ongepubliceerde werk van de aartspessimist.
Het besef dat een ‘relatief minder pijnlijke toestand’ de hoogst haalbare vorm van geluk is, draagt volgens Schopenhauer zelf ook bij tot meer welzijn. Daar hoort dan nog het tweede besef bij: de middelen om die toestand te bereiken, liggen slechts ‘in heel beperkte mate in onze macht’.
Zijn geluksleer zou dan in twee delen uiteengevallen zijn: regels voor onze houding tegenover onszelf en voor onze houding tegenover anderen. Daaraan voorafgaand moest nog het doel worden geformuleerd: waarin bestaat het mogelijke menselijke geluk? Zijn antwoord, in het kort:
1. opgewektheid, een gelukkig temperament;
2. lichamelijke gezondheid, die haast een noodzakelijke voorwaarde is voor 1., en die bevorderd wordt door ‘dagelijks minstens twee uur kwieke beweging in de frisse lucht’;
3. geestelijke kalmte (‘Bezonnenheid vormt het grootste deel van het geluk’ – Sophocles);
4. (een zeer kleine hoeveelheid) uitwendige goederen, namelijk alleen de volgens Epicurus natuurlijke en noodzakelijke.

Tevens verschenen op de Filosofiekalender © Veen Media

Reacties

Er zijn weinig dingen waar mensen zich zo toegewijd mee bezighouden als met ongelukkig zijn.

Alain de Botton in Hoe Proust je leven kan veranderen (2010)

In Hoe Proust je leven kan veranderen, een bestseller uit 1997, ontleent de Britse filosoof Alain de Botton (1969) interessante adviezen aan met name Prousts meesterwerk Op zoek naar de verloren tijd. Want voor De Botton is dit niet het verhaal van een nostalgisch verlangen naar een verloren jeugd, maar ‘een praktisch, algemeen geldend betoog over hoe je kunt ophouden je leven te verdoen en kunt beginnen het te waarderen’. Een van de dingen die we volgens De Botton kunnen opsteken van Proust is op welke manieren je allemaal ‘verkeerd kunt lijden’.
Een van de besproken ‘patiënten’ is madame Verdurin, een dame van burgerlijke komaf die er haar levensdoel van heeft gemaakt op te klimmen tot de betere kringen. Het lukt haar echter maar niet om op de gastenlijst van de aristocratische families te komen en als reactie veinst ze onverschilligheid en noemt ze iedereen door wie ze niet wordt uitgenodigd ‘een vervelende figuur’. Volgens Proust en De Botton kunnen we onze frustraties leren relativeren en proberen de mechanismen te doorgronden waardoor mensen uit jouw kringen van de belangrijke tafels worden geweerd.

Tevens verschenen op de Filosofiekalender © Veen Media

Reacties

Wat wij hier en nu ‘geluk’ zouden noemen is niet wat God uiteindelijk met ons voor heeft: maar als we zo zijn dat hij ons zonder enige belemmering zou kunnen liefhebben, zullen we in feite gelukkig zijn.

C.S. Lewis in The problem of pain (1940)

In de filosofie en theologie wordt over het algemeen de vraag waarom God in zijn almacht het lijden in de wereld toestaat de ‘theodicee’ genoemd, naar het boek van Leibniz uit 1710. De Britse schrijver C.S. Lewis (1898-1963) brengt de vraag wat dichter bij huis: ‘waarom moeten wij lijden?’ Waarom staat God toe dat wij pijn hebben, als hij toch van ons houdt? Deze vraag is niet langer onoplosbaar als je ‘houden van’ niet triviaal opvat en niet langer denkt dat de mens het centrum van het universum is. Dat is hij namelijk, volgens Lewis, niet: God is er niet voor de mens, maar de mens is er om zo te leven dat God van hem kan houden. En wie daarin slaagt, zal gelukkig zijn.

Tevens verschenen op de Filosofiekalender © Veen Media

Reacties

‘Ik wou dat ik trouw had durven blijven aan mijzelf, in plaats van te leven zoals anderen van mij verwachtten.’

Bronnie Ware in The top 5 regrets of the dying (2009)

De zogenaamde ‘sterfbedtest van Aristoteles’ is gebaseerd op een citaat uit de Retorica van de Griekse filosoof. Daarin stelt hij: ‘Al wat men eerder kan bezitten na zijn dood dan gedurende zijn leven is edel, want dat laatste heeft meer weg van het eigen belang.’ Tegenwoordig wordt dit door Stephen Covey en andere managementgoeroes wel als uitgangspunt genomen voor de reflectie op wat er werkelijk toe doet in je leven: Vraag je af wie je graag wilt dat er op je begrafenis spreekt, en wat die daar en dan over je zegt.

Van de Australische verpleegkundige Bronnie Ware, die lange tijd in de palliatieve zorg werkte, kunnen we leren waar mensen het vaakst spijt van hebben als ze daadwerkelijk op sterven liggen. Het citaat over trouw blijven aan jezelf staat nummer één op die lijst. De andere dingen die mensen achteraf berouwen zijn, in volgorde van belangrijkheid:
2. Ik wou dat ik niet zo hard gewerkt had.
3. Ik wou dat ik mijn gevoelens had durven uiten.
4. Ik wou dat ik contact had gehouden met mijn vrienden.
5. Ik wou dat ik mezelf had toegestaan gelukkiger te zijn.

Tevens verschenen op de Filosofiekalender © Veen Media

Reacties

Terwijl wij redeneren over het leven, is het leven voorbij; en ook al kijken ze er verschillend tegenaan, de dood behandelt de dwaas en de filosoof op dezelfde manier.

David Hume, ‘The Sceptic’ (1742), in Selected essays (1993)

Volgens de Schotse filosoof David Hume (1711-1776) hoeven we weinig van de filosofie te verwachten als het gaat om ons streven naar geluk. Want ‘als we nadenken over de korte duur en de onzekerheid van ons leven, hoe verachtelijk lijkt dan al ons streven naar geluk’. In feite wordt het menselijk leven meer bepaald door ‘fortuin’ of mazzel, dan door de rede. Het is eerder een ‘saai tijdverdrijf dan een serieuze bezigheid’, en wordt eerder bepaald ‘door een specifiek humeur dan door algemene principes’.

Tevens verschenen op de Filosofiekalender © Veen Media

Reacties

Het zekerste middel om niet heel ongelukkig te worden is niet te verlangen heel gelukkig te worden.

Arthur Schopenhauer in De kunst om gelukkig te zijn (2011)

Met dit citaat begint ‘Leefregel 36’ in het door Franco Volpi samengestelde boekje met verspreide uitspraken van de Duitse filosoof Arthur Schopenhauer (1788–1860) over de kunst van het gelukkig worden. Volgens deze pessimistische wijsgeer wordt onze wereld gekenmerkt door pijn en lijden, en geluk is voor hem vooral de (altijd tijdelijke) afwezigheid van ongeluk.
Een van de manieren waarop wij zelf van invloed zijn op ons geluk is het temperen van ons verlangen ernaar. Juist het ‘verwoede streven naar geluk trekt het meeste ongeluk aan’. Het bescheiden afstemmen van onze aanspraken op genot, bezit, aanzien en eer op onze middelen om die te verwerven, is ‘het zekerste middel om ongeluk te ontlopen’. Schopenhauer citeert met instemming de Romeinse dichter Horatius (65–8 v.Chr.):

‘Wie het gulden midden kiest
die houdt zich zeker verre van de vuiligheid van de vermolmde hut,
maar ook, in bescheidenheid, van de jaloers makende pracht en praal van het koninklijk slot’

Tevens verschenen op de Filosofiekalender © Veen Media

Reacties

Opvoeding is een sieraad bij het geluk en een toevlucht in ongeluk.

Aristoteles, geciteerd door Diogenes Laërtius in Leven en leer van beroemde filosofen (begin 3e eeuw n.Chr., vertaling 1989)

Over het leven van Diogenes Laërtius zelf, die leefde aan het begin van de 3e eeuw, is verder weinig bekend, maar zijn boek is een beroemde bron van biografische gegevens en anekdotes over Griekse filosofen. Van Aristoteles noemt hij een aantal uitspraken over de opvoeding. Zo zou hij behalve het citaat gezegd hebben dat de wortels van de opvoeding bitter zijn, maar de vrucht ervan zoet. Verder achtte hij drie zaken onmisbaar voor de opvoeding: een natuurlijke begaafdheid, studie en praktische oefening. Opvallend is dat voor Aristoteles de rol van onderwijzers bij kinderen veel belangrijker is dan die van ouders. Die laatsten ‘bezorgen’ de kinderen alleen maar hun geboorte en daarmee het leven. Voor het leven op de goede manier waren onderwijzers nodig, en dezen verdienden volgens hem dan ook de meeste eer. Overigens was Aristoteles heel praktisch ingesteld, en beschouwde hij opvoeding ook als de beste oudedagsvoorziening.

Tevens verschenen op de Filosofiekalender © Veen Media


Reacties

Cursus Schopenhauer over vrijheid en geluk (Volksuniversiteit Enschede, acht avonden vanaf dinsdag 25 oktober 2016)

Vanaf dinsdag 25 oktober a.s. verzorgt Timon Meynen een cursus Schopenhauer over vrijheid en geluk aan de Volksuniversiteit Enschede.

De Duitse filosoof Arthur Schopenhauer (1788–1860) staat bekend om zijn pessimistische levens- en mensbeeld, maar ook om zijn prachtige schrijfstijl en prikkelende uitspraken.

Veel mensen denken dat onze wil vrij is omdat we ons bewust kunnen zijn van onszelf. Maar volgens Schopenhauer (in De vrijheid van de wil) is dat niet het geval: juist omdat het ‘ware wezen van de mens’ zijn wil is, en daarmee de basis van zijn bewustzijn, ‘staat de vraag of hij ook anders zou kunnen willen gelijk aan de vraag of hij ook een ander zou kunnen zijn dan hijzelf is’.

‘Het zekerste middel om niet heel ongelukkig te worden is niet te verlangen heel gelukkig te worden’, schrijft Schopenhauer in De kunst om gelukkig te zijn. Volgens Schopenhauer wordt onze wereld gekenmerkt door pijn en lijden, en geluk is voor hem vooral de (altijd tijdelijke) afwezigheid van ongeluk.

In acht bijeenkomsten bespreken we samen deze beide boeken. Na een inleiding tot Schopenhauers leven en werk, beginnen we de volgende bijeenkomsten steeds met het bespreken van een stuk dat we gelezen hebben, waarna de docent de nieuwe stof introduceert die we in de week daarna lezen.

Zie voor meer informatie en inschrijving: https://www.vuenschede.nl/schopenhauer-over-vrijhe...

Reacties

Hij is gelukkig van wie de omstandigheden passen bij zijn gemoed; maar hij is voortreffelijker die zijn gemoed aanpast aan iedere omstandigheid.

David Hume in An Enquiry Concerning the Principles of Morals (1751)

Terugkijkend op zijn leven schrijft de Schotse verlichtingsfilosoof David Hume (1711–1776) in My own life dat zijn ‘tweede onderzoek’ (na het bekende Enquiry Concerning Human Understanding) ‘van al mijn geschriften – zowel de historische als de filosofische en literaire – onvergelijkelijk de beste’ is. Als empirist meende Hume dat alle kennis uiteindelijk uit de ervaring voortkomt. Ook in zijn onderzoek naar de principes van de moraal gaat hij voornamelijk empirisch te werk. Hij vraagt zich af wat wij eigenlijk doen als wij een moreel oordeel vellen. Daarbij denkt hij dat wij mensen of hun daden prijzenswaardig of laakbaar noemen op grond van een zeker innerlijk gevoel waar de natuur onze hele soort mee heeft behept.
De geleerden zijn het er niet over eens of Hume’s theorie zuiver beschrijvend blijft, of dat er ook een normatieve ethische theorie uit te destilleren is. Op grond van het citaat zou je dat laatste denken. ‘Voortreffelijkheid’ (excellence) is immers een waardebeladen term. Hume’s uitspraak doet denken aan de klassieke stoïcijnen. Je hebt geen invloed op de omstandigheden, je kunt hoogstens mazzel hebben dat ze passen bij je gemoed (temper, humeur of temperament). Maar werkelijk gelukkig is degene die zijn stemming of inborst weet te laten passen bij wat hem overkomt.


Tevens verschenen op de Filosofiekalender © Veen Media


Reacties

Geluk heeft zich bewezen als een van de doelen van het gedrag, en dus als een van de criteria voor moraliteit.

John Stuart Mill in Utilitarianism (1863)

De hoofdgedachte van het utilitarisme is dat je daden moet beoordelen volgens het nuttigheidsprincipe. Dat wat het menselijk geluk bevordert, is nuttig en dat wat er afbreuk aan doet, is dat niet. Volgens een van de grondleggers van deze ethische stroming, Jeremy Bentham, is het onmogelijk, en ook niet nodig, om dit beginsel te bewijzen. Een van de bezwaren tegen een dergelijke redenering is dat uit het feit dat iets het geval is, niet zomaar geconcludeerd mag worden dat het dan ook zo moet zijn (ought). Volgens de Engelse econoom en filosoof John Stuart Mill (1806–1873) is er echter een goede reden om de utilitaristische theorie niettemin aan te hangen. Die goede reden luidt dat aanvaarding van het nuttigheidsprincipe garandeert dat een daarop gebaseerde moraal niet in strijd is met de grondconditie van de menselijke soort. Met andere woorden: omdat de mens van nature streeft naar geluk, is een dergelijke ethiek goed mogelijk. Daarmee is het utilitarisme nog niet bewezen, het is er wel plausibeler op geworden.

Tevens verschenen op de Filosofiekalender © Veen Media
Reacties

Mens-zijn betekent het bij zich dragen van een minderwaardigheidsgevoel en de voortdurende prikkel om dit te boven te komen.

Alfred Adler in Der Sinn des Lebens (1933)

Met Freud en Jung vormt Alfred Adler (1870–1937) ‘de grote drie’ van de psychoanalyse, die het overigens onderling grondig oneens waren over wat de mens uiteindelijk beweegt. Anders dan Freud en Jung voor wie (overigens op geheel verschillende wijze) het libido de motor van ons bestaan vormde, gaat Adler ervan uit dat de mens streeft naar ‘volkomenheid’ en dat hij zich daarbij en daardoor voortdurend bewust is van een ‘tekort’. Alleen als hij – terugkijkend – meent dat hij enige afstand ‘op de weg naar boven’ heeft afgelegd, kan hij korte tijd tot rust komen en enige eigenwaarde en geluk ervaren. Maar het volgende moment wordt hij weer gegrepen door het doel van volmaaktheid en zoekt hij naar ‘compensatie’ voor zijn falen. Als het minderwaardigheidsgevoel groot is en het bewustzijn daarvan sterk, wordt die drang ook heviger en daarmee de emoties. Deze ‘stormloop der emoties’ is van grote invloed op het lichamelijk evenwicht en als de hevige emoties voortduren, kunnen daardoor allerlei neurosen ontstaan.

Tevens verschenen op de Filosofiekalender © Veen Media
Reacties

Het is dus uitgesloten dat men gelukkig zou zijn, als men niet wijs en goed is.

Socrates tegen Alcibiades in de dialoog Alcibiades I (134a) van Plato (?)

In de oudheid werd deze dialoog beschouwd als de beste inleiding tot het platoonse denken, maar in 1836 betoogde de Duitse filosoof Friedrich Schleiermacher dat Plato niet de auteur kon zijn. De geleerden zijn het er nog altijd niet over eens of hij op dit punt gelijk had of niet. Overigens is er nog een tweede dialoog met deze naam, maar het staat wel vast dat die zeker niet van Plato’s hand is.
Alcibiades I, met als ondertitel ‘Over de menselijke natuur’, is een gesprek tussen Socrates en Alcibiades, later een berucht veldheer die Atheense militaire geheimen verraadde aan Sparta. Maar hier vraagt de jonge, ambitieuze Alcibiades zijn ‘intieme vriend’ Socrates om advies over de juiste voorbereiding op een politieke carrière. Socrates leidt zijn discipel tot de vaststelling dat hij daartoe de oproep van het Delfische orakel moet volgen: ‘Ken je zelf.’ Om zichzelf te begrijpen moet de ziel naar andere zielen kijken, en met name naar datgene in hen wat het ‘meest goddelijke’ is, de wijsheid. Met zelfkennis kunnen we voor onszelf en anderen zorgen, en die zorg is net zo nodig voor een individu als voor de (stads)staat. Het is ook de wijsheid als hoogste deugd die ons uiteindelijk gelukkig maakt.

Tevens verschenen op de Filosofiekalender © Veen Media
Reacties

Wij beschikken allemaal over een evaluatief vermogen dat ons vertelt hoe gelukkig we zijn en vervolgens ons handelen richt op het verbeteren van ons geluk. Van alle mogelijkheden die we hebben, kiezen we de combinatie van activiteiten waar we ons het best

Richard lord Layard of Highgate (Richard Layard) in ‘Happiness: has social science a clue?’ (Uit: Lionel Robbins Memorial Lectures 2002/3, maart 2003, London School of Economics)

Hoogleraar arbeidseconomie Richard Layard (1934) was onder andere topadviseur van de regering-Blair en had belangrijke invloed op het besluit om topinkomens in het bedrijfsleven zwaarder te belasten. Tony Blair was daar zelf in eerste instantie huiverig voor, omdat hij dacht dat het ondermijnend zou zijn voor werklust en initiatief. In 2004 publiceerde Layard Happiness (vertaald als Waarom zijn we niet gelukkig?). Hij vindt het onbegrijpelijk dat politici hun beleid niet baseren op modern onderzoek naar wat mensen gelukkig maakt. Volgens hem kunnen we daarvan drie dingen leren. Het blijkt dat mensen geluk niet alleen (deels) ontlenen aan de hoogte van hun inkomen, maar ook aan hoeveel ze verdienen ten opzichte van anderen. Dat betekent dat ons economisch systeem aanzet tot een ratrace. Daarnaast geldt dat mensen steeds gewend raken aan de hoogte van hun inkomen, en daarom pas gelukkiger worden als dat steeds stijgt. En ten slotte is het niet zo dat individuele voorkeuren constant zijn: alles wat we bezitten wordt relatief steeds minder waard. Belastingen hebben daarom nog een ander doel, naast het betalen voor openbare voorzieningen en het herverdelen van inkomen. Belastingen zorgen ervoor dat mensen niet méér werken dan goed voor hen is.

Tevens verschenen op de Filosofiekalender © Veen Media

Reacties

Praat nooit met een filosoof over geluk.

Jeanette Winterson in Passie (1987)

Volgens Henri, een van de hoofdpersonen in Passie van Jeanette Winterson (1959), is ‘gelukkig’ een woord voor volwassenen. Aan een kind zie je direct of het gelukkig is of niet. Volwassenen praten er over omdat ze het over het algemeen niet zijn. Praten over geluk is net zoiets als ‘proberen de wind te vangen’. De filosofen zeggen wel dat ze kunnen spreken over de zaken van het hart, maar ze ‘hebben geen hartstocht in zich’. Misschien gaat hij hier wat kort door de bocht. Natuurlijk zijn er (veel) filosofen met hartstocht in zich. Daarnaast zijn er (veel) bescheiden filosofen die nooit zullen zeggen dat ze kunnen spreken over de zaken van het hart (maar bijvoorbeeld alleen over het spreken over het spreken over het hart). Maar misschien moet je inderdaad – als je gelukkig bent – niet met een filosoof gaan praten ... waar dan ook over.

Tevens verschenen op de Filosofiekalender © Veen Media
Reacties

Meer gedachten


Logo mini

begeleiding bij bezinning

filosofisch consult

socratisch gesprek

moreel beraad