Aandacht
Aansprakelijkheid
Aanvaarding
Aarde
Absolutisme
Absurde
Afrika
Agnosticisme
Alchemie
Alleen-zijn
Amerika
Analyse
Ander
Angst
Antropoceen
Antropologie
Aporie
Arbeid
Architectuur
Argumenten
Armoede
Art deco
Ascese
Atheïsme
Authenticiteit
Autobiografie
Autonomie
Autopoïese
Bedrijfsleven
Begeerte
Begrijpen
Begrippen
Behaviorisme
Belangeloosheid
Belangen
Beschaving
Bescheidenheid
Bestaan
Bestemming
Betekenis
Beweging
Bewustzijn
Bezinning
Bezonnenheid
Bibliotheek
Bibliotherapie
Bijbel
Bildung
Biologie
Blijmoedigheid
Blinde vlek
Boeddhisme
Boeken
Boosheid
Brein
Bulverisme
Burgerschap
Burn-out
Categorische imperatief
Chaos
Christendom
Coaching
Cogito
Cognitie
Communicatie
Communisme
Computer
Concentratie
Conditionering
Constructivisme
Consumeren
Contemplatie
Creativiteit
Cultuur
Cultuurfilosofie
Cybernetica
Cynisme
Dagelijks leven
Darwinisme
Definitie
Definitie van de situatie
Democratie
Denkbeelden
Denken
Depressie
Deskundigheid
Determinisme
Deugden
Deugdenethiek
Deugdzaamheid
Dialoog
Dierenrechten
Dilemma
Ding-in-zichzelf
Diplomatie
Discipline
Dood
Doodsangst
Dorst
Drogredenen
Dromen
Dubbelzinnigheid
Dunning-Kruger-effect
Duurzaamheid
Dwaasheid
Ecologie
Economie
Eenzaamheid
Eerlijkheid
Eeuwigheid
Egoïsme
Eigenbelang
Eigenheid
Eigenliefde
Eindigheid
Elementen
Emergentie
Emoties
Empathie
Empirisme
Epicurisme
Epistemologie
Erotiek
Ervaring
Essay
Esthetiek
Ethiek
Eudaimonia
Euthanasie
Evangelie
Evolutie
Existentialisme
Existentie
Experiment
Faidros
Falen
Fanatisme
Feiten
Fenomenologie
Filosofen
Filosoferen in organisaties
Filosoferen met kinderen
Filosofie
Filosofisch café
Filosofisch consult
Filosofische praktijk
Filosofische vraag
Fortitudo
Frankrijk
Fundamentalisme
Fysiologie
Gebed
Gebod
Geboorte
Gedachten
Gedrag
Gedragswetenschap
Geest
Geestelijke gezondheid
Geesteswetenschappen
Geheugen
Gelatenheid
Geld
Geloof
Geluk
Gelukzaligheid
Gematigdheid
Gemeenschap
Gemeenschappelijkheid
Gemoedsrust
Genot
Geschiedenis
Gesprek
Geven
Gevoelens
Geweld
Gewoonten
Gezondheid
Gnostiek
God
Goed
Goede leven
Grondeloosheid
Haat
Handelen
Hartstochten
Hebben
Heden
Hedonisme
Held
Helpen
Hermes
Hilberts paradox
Hoop
Humanisme
Huwelijk
Hybris
Hypothese
Idealen
Idealisme
Ideeën
Identiteit
Ik
Illocutionaire handelingen
Individualisme
Individualiteit
Instinct
Integratie
Integriteit
Interpretatie
Intersubjectiviteit
Introspectie
Inzicht
Ironie
Isolement
Iustitia
Jaïnisme
Jodendom
Jona
Kapitalisme
Karakter
Kennis
Keuzes
Kijken
Kitsch
Koningschap
Kredietcrisis
Kritiek
Kunst
Kwaad
Kwaliteit
Kwantumfysica
Kwetsbaarheid
Leefregels
Leibniz
Leiderschap
Leren
Leugen
Leven
Levensbeschouwing
Levensfilosofie
Levenskunst
Levensvorm
Levenszorgen
Lezen
Lichaam
Liefde
Lijden
Literatuur
Logica
Logos
Logotherapie
Luisteren
Maaltijd
Maatschappij
Macht
Markt
Marktdenken
Marxisme
Massa
Massamedia
Materialisme
Medelijden
Mediatie
Meerduidigheid
Meesterschap
Mens
Mens en dier
Mens-zijn
Mensapen
Menselijkheid
Mensenkennis
Mensheid
Metafysica
Methode
Midlifecrisis
Minderwaardigheidscomplex
Mindfulness
Missie
Mode
Modernisering
Moderniteit
Moed
Moedeloosheid
Monniken
Moraal
Moraliteit
Mystiek
Naastenliefde
Namen
Nataliteit
Nationalisme
Natuur
Natuurwetenschap
Nazisme
Nederigheid
Neoplatonisme
Neurofilosofie
Niets
Noodlot
Nut
Object
Objectiviteit
Offer
Oidipous
Onbewuste
Onderscheiding
Onderwijs
Oneindigheid
Ongemak
Onmenselijkheid
Onsterfelijkheid
Onthaasting
Onthechting
Ontologie
Ontroering
Ontspanning
Onverschilligheid
Onwetendheid
Onzekerheid
Oorlog
Oprechtheid
Optimisme
Opvoeding
Orde
Organisaties
Organismen
Ouderen
Paradigma
Paradigmawisseling
Paradox
Perfectie
Persoon
Persoonlijkheid
Pessimisme
Phaedrus
Pijn
Placebo-effect
Plichtethiek
Poëzie
Politici
Politiek
Politieke filosofie
Positivisme
Postmodernisme
Pragmatiek
Pragmatisme
Praktische filosofie
Principes
Procesfilosofie
Procestheologie
Profeet
Prudentia
Psychiaters
Psychiatrie
Psychoanalyse
Psychofarmaca
Psychologen
Psychologie
Psychose
Psychotherapie
rationalisme
Rationaliteit
Rationeel-emotieve therapie
Realisme
Rechtschapenheid
Rechtvaardigheid
Reclame
Rede
Redelijkheid
Reductie
Reductionisme
Reflectie
Reflexiviteit
Regels
Relativisme
Relativiteit
Religie
Respect
Retorica
Revolutie
Ritme
Ruimte
Salutogenese
Samenleving
Samenwerking
Samoerai
Scepsis
Scepticisme
Schaamte
Schilderkunst
Schizofrenie
Scholing
School
Schoonheid
Schrift
Schrijven
Schuldgevoel
Sciëntisme
Seksualiteit
Sereniteitsgebed
Slaap
Sociaal contract
Socialisme
Sociologie
Socratisch gesprek
Solipsisme
Solutionisme
Speculatie
Speltheorie
Spijt
Spiritualiteit
Staat
Sterfelijkheid
Sterven
Stoa
Stoelgang
Stoïcisme
Strategie
Stress
Subject
Subjectiviteit
Taal
Taalspel
Tao
Taoïsme
Techniekfilosofie
Technologie
Tegenslag
Televisie
Temperantia
Terre des Hommes
Theodicee
Theologie
Theorie
Therapie
Thomas
Tijd
Timemanagement
Toekomst
Tolerantie
Totalitarisme
Transcendente meditatie
Transcendentie
Twijfel
Utilitarisme
Utopie
Vaderschap
Veerkracht
Veiligheid
Verandering
Verantwoordelijkheid
Verbeelding
Verbijstering
Verdriet
Vergelijking
Vergeving
Vergevingsgezindheid
Vergissen
Verlangen
Verleden
Verlichting
Verliefdheid
Vernietiging
Verslaving
Verstand
Verstrooiing
Vertalen
Vertrouwen
Verveling
Verwachtingen
Verwondering
Vijand
Visie
Volkomenheid
Voltooiing
Volwassenheid
Voortreffelijkheid
Vorming
Vragen
Vrede
Vriendschap
Vrije tijd
Vrije wil
Vrijheid
Vrijheid van meningsuiting
Vrouwenemancipatie
Waanzin
Waarde
Waarden
Waarheid
Waarneming
Wachten
Walging
Wandelen
Wanhoop
Wantrouwen
Ware weg
Wereld
Werk
Werkelijkheid
Wet
Weten
Wetenschap
Wetenschapsfilosofie
Wetenschapssociologie
Wijsgerige antropologie
Wijsheid
Wil
Wilskracht
Wiskunde
Woe wei
Woede
Wolf
Wonder
Woorden
Wraak
Zekerheid
Zelf
Zelfbeheersing
Zelfbewustzijn
Zelfkennis
Zelfmoord
Zelfoverschatting
Zelfvertrouwen
Zelfzorg
Zelfzuchtigheid
Zen
Zenboeddhisme
Ziekte
Ziel
Zien
Zijn
Zin
Zinloosheid
Zintuigen
Zitten
Zonde
Zwaardvechten
Zwaarmoedigheid
Zwaartekracht

Rechtvaardigheid is de leiderschapsdeugd bij uitstek.

Jos Kessels, Erik Boers en Pieter Mostert in Vrije ruimte – Filosoferen in organisaties – Klassieke scholing voor de hedendaagse praktijk (2002)

Voor hun filosofische wijze van werken met organisaties gebruiken de filosofen Kessels, Boers en Mostert het beeld van een school, als een van oorsprong vrije ruimte, ‘een vrijplaats om na te denken, samen met anderen, over hoe de wereld in elkaar zit, wat ons en anderen te doen staat, wat het “goede leven” inhoudt’.
Volgens de klassieke levenskunst moet ieder mens streven naar voortreffelijkheid en die kun je uitdrukken in vier zogenaamde kardinale deugden: (de juiste) maat / matigheid, moed, verstandigheid/bezonnenheid en rechtvaardigheid. De laatste daarvan is in de klassieke opvatting de hoogste.
Rechtvaardigheid is ‘het vermogen het juiste evenwicht aan te brengen, enerzijds in jezelf tussen de drijfveren van je eigen buik, hart en hoofd, anderzijds in de werkelijkheid om je heen, tussen verschillende soorten belangengroepen en hun aanspraken’. Het is de leiderschapsdeugd bij uitstek omdat het gaat om de kunst van een evenwichtig geheel, de balans tussen behoefte en verdienste, doelen en middelen, regels en billijkheid, vrijheid en gelijkheid. Zij is uiteindelijk ‘het richtpunt van alle andere excellenties, omdat zij de basis is van alle sociale cohesie’.

Tevens verschenen op de Filosofiekalender © Veen Media

Reacties

Het stoïcijnse programma dat we tegemoetkomen aan onze behoeften door het elimineren van onze verlangens, is als het afhakken van onze voeten als we schoenen nodig hebben.

Jonathan Swift in Thoughts on various subjects (1711)
De meeste mensen kennen de Ierse satiricus Jonathan Swift (1667–1745) vooral van het onsterfelijke Gulliver's Travels (1726). Hoewel het inmiddels ook tot kinderboek is bewerkt, was het oorspronkelijk een felle satirische aanklacht tegen de politieke en sociale misstanden van zijn tijd, maar ook tegen de feilen van de mensheid in het algemeen.
Al in de jaren 1696-1706 schreef Swift ook een reeks aforismen, die in 1711 werden gepubliceerd in Morphew Miscellanies (mengelwerk). De kritische uitspraak over het stoïcisme staat daarin min of meer op zichzelf. Deze filosofische stroming kwam rond 300 v.Chr. op in Griekenland, maar werd vooral populair in het Romeinse Rijk door de levensfilosofische geschriften van onder meer Seneca, Epictetus en Marcus Aurelius. Vanwege de hedendaagse opleving van de levenskunst wordt er ook tegenwoordig veel op teruggegrepen. Natuurlijk legt elke auteur andere accenten, maar in het algemeen zijn stoïcijnen erop uit het lijden te verlichten of gelukkig te worden door alle gevoelens zo veel mogelijk onder controle te krijgen en uit te schakelen. Dat gaat helaas soms ook ten koste van de gevoelens die ons dierbaar zijn.

Tevens verschenen op de Filosofiekalender © Veen Media

Reacties

In het hart van de machtsverhouding bevindt zich als een voortdurende uitdaging het verzet van de wil en de compromisloze vrijheid.

Foucault, Michel in ‘Hoe wordt macht uitgeoefend’ in Comenius (1987)

Vrijwel gelijktijdig met het overlijden van de Franse filosoof Michel Foucault (1926–1984) verschenen het tweede en derde deel van zijn in 1976 gestarte drieluik over De geschiedenis van de seksualiteit. Voor veel Foucault-adepten waren deze werken nogal een schok. Niet alleen was de stijl veel toegankelijker dan zijn eerdere studies naar de machtsmechanismen van de menswetenschappen, maar ook hield hij plotseling een pleidooi voor ‘de zorg voor zichzelf’ (de titel van het derde deel). Daarmee was hij medeverantwoordelijk voor een terugkeer van het thema van de levenskunst in de filosofie en het maatschappelijk debat.
Hadden velen uit het eerdere werk van Foucault menen te moeten opmaken dat ‘het subject’, de mens, een willoos slachtoffer van maatschappelijke machtsmachinaties was, nu blijkt er plotseling een compromisloze, ‘onbuigzame’ vrijheid te bestaan. Maar, zegt Foucault, misschien kunnen we nog beter spreken van een ‘agonisme’, een neologisme dat hij omschrijft als ‘een relatie die tegelijkertijd door wederzijdse aansporing en door strijd wordt gekenmerkt’. Hoe meer verzet, hoe meer macht – hoe meer macht, hoe meer verzet.

Tevens verschenen op de Filosofiekalender © Veen Media

Reacties

Er waart een spook door de westerse wereld – het spook van de religie.

Peter Sloterdijk in Je moet je leven veranderen (2009)

Met deze zin begint het magistrale boek van de Duitse cultuurfilosoof en romanschrijver Peter Sloterdijk (1947). Het is een directe verwijzing naar de openingszin van Het communistisch manifest van Karl Marx en Friedrich Engels uit 1848. Overigens zagen die natuurlijk een ander spook rondwaren: het communisme. Maar anders dan het communisme, dat nieuw was, is het huidige spook van de religie er een dat steeds weer opnieuw opduikt. En de teruggekeerde religie wordt door ‘machthebbers van het oude Europa’ feestelijk verwelkomd met een ‘pompeus’ feest waar uiteenlopende gasten bijeenkomen, van de paus tot islamitische geleerden, Amerikaanse presidenten en Kremlinkrijgsheren, en zelfs Duitse sociologen (een sneer naar Habermas). Het enige wat het feest verstoort, is het ‘zomeroffensief van de goddelozen van 2007’, ‘waaraan we twee van de oppervlakkigste pamfletten van de recente geestesgeschiedenis te danken hebben, namelijk van Christopher Hitchens en van Richard Dawkins’.
Zelf pleit Sloterdijk niet voor een terugkeer van de oude religie maar voor een ‘antropotechnische wending’. Met een eigenzinnig beroep op filosofen als Nietzsche, Wittgenstein en Foucault stelt Sloterdijk dat de mens allereerst een wezen is dat geen genoegen neemt met het leven zoals het gegeven is. Mensen zijn voortdurend bezig om hun leven te veranderen, en dat ‘moet’ ook, maar ze kunnen dat niet alleen. Ze hebben elkaar en ‘antropotechnieken’ nodig: rituelen, technieken, oefening, training enzovoort.

Tevens verschenen op de Filosofiekalender © Veen Media

Reacties

In de klassieke zorg voor het zelf ... is [het] niet mogelijk om immoreel te zijn en toch de waarheid te kennen.

Dick Kleinlugtenbelt in ‘Het domein van filosofische praktijken’, in: Delnoij & Van der Vlist, Filosofisch consulentschap (1998)

In onze moderne cultuur van het zelf, zo constateert socioloog en filosoof Dick Kleinlugtenbelt (1949), gaat het om het ontdekken van het ‘ware zelf’. Dit ontdekken is ons over het algemeen niet zelf gegeven, maar het moet ‘ontcijferd’ worden door de psychologie of de psychoanalyse. Maar in de klassieke zelfzorg kun je geen toegang tot de waarheid krijgen als je niet eerst aan jezelf werkt. Door deze ‘arbeid’ ontwikkel je een ‘gezonde achterdocht ten aanzien van het kennen van de waarheid’ en ga je daar vervolgens ‘behoedzaam’ mee om. Je streeft naar ‘zuivering’ door jezelf te bevragen en over jezelf na te denken. Daartoe moet je eerst leren autonoom te zijn en zelfstandig te denken. De waarheid heeft vervolgens wel een ‘prijs’: je moet een beter mens worden om jezelf werkelijk te kennen in je eigen unieke situatie. Zolang je jezelf niet moreel ontwikkelt, zul je daar nooit in doordringen.

Tevens verschenen op de Filosofiekalender © Veen Media

Reacties

Levenskunst is het bewust en kritisch ontwikkelen van je eigenheid.

Ronald Wolbink in Levenskunst à la Montaigne (2016)

Bedrijfskundige en filosoof Ronald Wolbink promoveerde in 2012 op een filosofisch proefschrift over De coach, de begeleider van de laatste mens. Hij is tamelijk kritisch op de beroepsgroep van coaches, onder meer omdat die reflectie preekt, maar zelf niet in de praktijk brengt. Verder hanteren coaches veelal een reductionistisch mensbeeld, waardoor zij reële problemen van mensen individualiseren en psychologiseren. Als het gaat om existentiële vragen op de werkvloer ziet hij dan ook meer in de levenskunst, een praktijk die teruggaat tot de eerste filosofen, maar waarbij Wolbink zich vooral laat inspireren door de Essays van Michel de Montaigne (1533–1592). Hij pleitte ervoor ‘om zelf vorm te geven aan je eigen leven en om daarvoor letterlijk en figuurlijk een eigen ruimte voor jezelf te creëren om te zorgen dat je niet overspoeld wordt door alles wat op je afkomt en wat een appel op je doet’.

Tevens verschenen op de Filosofiekalender © Veen Media

Reacties

Kunst is een therapeutisch medium dat ons kan begeleiden, vermanen en troosten, waardoor we in staat zijn betere versies van onszelf te worden.

Alain de Botton en John Armstrong in Kunst als therapie (2013)

Alain de Botton en John Armstrong zetten zich nadrukkelijk af tegen de gedachte van l’art pour l’art, de door de kunstelite aangehangen gedachte dat je je niet mag afvragen waar kunst voor dient, maar dat kunst slechts waarde in zichzelf heeft. Dat maakt de kunst overigens ook kwetsbaar, zoals bij de bezuinigingen van de afgelopen jaren is gebleken.
De Botton en Armstrong vinden dat je kunst wel degelijk (ook) mag benaderen als ‘gereedschap’ dat onze ‘vaardigheden en mogelijkheden’ vergroot doordat het onze aangeboren psychologische tekortkomingen compenseert en ons helpt beter om te gaan met onszelf en elkaar. Daartoe doen ze voorstellen om niet alleen de bijschriften bij de kunstwerken in de bestaande musea te herschrijven, maar ook musea te ontwerpen met afdelingen als Leed, Mededogen en Angst, en aparte verdiepingen voor Liefde en Zelfinzicht.

Tevens verschenen op de Filosofiekalender © Veen Media

Reacties

De kunst van het leven is niets anders dan gebruik maken van de personen door wie we lijden.

Marcel Proust, geciteerd in Alain de Botton – Hoe Proust je leven kan veranderen (1997)

De Franse schrijver Marcel Proust (1871–1922) is vooral de auteur van één groot meesterwerk: Op zoek naar de verloren tijd. Deze meerdelige roman en Prousts leven en andere geschriften bieden volgens Alain de Botton talloze wijsheden waarmee eenieder zijn voordeel kan doen. Hij leert je onder meer van het leven te genieten, hoe je een goede vriend kunt zijn, en vooral hoe je ‘met succes kunt lijden’. Proust bleef in zijn leven op lichamelijk, relationeel en geestelijk vlak weinig bespaard, dus je kunt hem beschouwen als een ‘veteraan in het leed’. Er was hem dus veel aan gelegen niet te zoeken naar een of ander utopisch geluk, maar een ‘werkbare benadering van de ellende’ te vinden. Een van de manieren waarop je die kunt ontwikkelen, is te reflecteren op de mensen die ons in de steek laten of ‘van een gastenlijst schrappen’. Door inzicht te krijgen in de manier waarop we worden gekwetst, worden we niet van onze pijn verlost, maar ‘zodra leed wordt omgezet in ideeën, verliest het iets van zijn vermogen ons hart te verwonden’.

Tevens verschenen op de Filosofiekalender © Veen Media

Reacties

Het verkennen van onze emotionele geografie is een belangrijk aspect van het streven naar zelfkennis.

Martha Nussbaum in De breekbaarheid van het goede – Geluk en ethiek in de Griekse filosofie en literatuur (1986)

Een van de dingen die de Amerikaanse filosofe Martha Nussbaum (1947) zich afvraagt, is of we genoeg hebben aan de filosofie en de filosofische manier van schrijven – koel en duidelijk – om tot het goede leven te komen. In de traditie van de westerse filosofie is het vanaf Plato gebruikelijk dat ethische teksten alleen een beroep doen op het verstand. Plato vond dat in een ‘ethisch leerproces’ het denken gescheiden moet worden van ‘onze louter menselijke delen’: emoties, gevoelens en zintuiglijke ervaringen. Daarom moesten we ons verre houden van de literatuur, die een beroep doet op die aspecten.
Als we een tragedie lezen, reageren we in eerste instantie emotioneel. We leven mee met de tragische helden en ondergaan hun dilemma’s. Pas daarna gaan we reflecteren en proberen we een morele positie in te nemen. ‘Wat we van de gebeurtenissen vinden, ontdekken we voor een deel vanuit het besef hoe we ons voelen.’ In een tragedie zien we mensen van vlees en bloed, wier mogelijkheden deels worden bepaald en beperkt door wat hun overkomt. Die kwetsbaarheid van de mens die zijn best doet, maar tegen onoplosbare morele dilemma’s aanloopt, maakt hem niet minder ‘voortreffelijk’, maar is misschien wel onlosmakelijk verbonden met het streven naar het goede.

Tevens verschenen op de Filosofiekalender © Veen Media

Reacties

Kunst is een therapeutisch medium dat ons kan begeleiden, vermanen en troosten, waardoor we in staat zijn betere versies van onszelf te worden.

Alain De Botton en John Armstrong in Kunst als therapie (2014)

De Britse filosofen Alain de Botton (1969) en John Armstrong (1966) zetten zich nadrukkelijk af tegen de gedachte van l’art pour l’art, de door de kunstelite aangehangen gedachte dat je je niet mag afvragen waar kunst voor dient, maar dat kunst slechts waarde in zichzelf heeft. De Botton en Armstrong vinden dat je kunst wel degelijk (ook) mag benaderen als ‘gereedschap’ dat onze ‘vaardigheden en mogelijkheden’ vergroot doordat het onze aangeboren psychologische tekortkomingen compenseert en ons helpt beter om te gaan met onszelf en elkaar.
Volgens Alain de Botton en John Armstrong gaat het onder meer om de volgende tekortkomingen:
1. We vergeten wat belangrijk is.
2. We zijn overgevoelig voor de nare kanten van het bestaan en geven al snel de hoop op.
3. We voelen ons alleen in ons verdriet.
4. We hebben te weinig oog voor onze betere kanten en het ontbreekt ons aan wilskracht om onze idealen na te streven.
5. We zijn een raadsel voor onszelf.
6. We oordelen oppervlakkig en vinden gauw iets vreemd.
7. We zijn ongevoelig geworden door de vertrouwdheid van ons dagelijks leven en vinden het maar saai.
Ze doen voorstellen om niet alleen de bijschriften bij de kunstwerken in de bestaande musea te herschrijven, maar ook musea te ontwerpen met afdelingen als Leed, Mededogen en Angst, en aparte verdiepingen voor Liefde en Zelfinzicht.

Tevens verschenen op de Filosofiekalender © Veen Media

Reacties

Filosofie moet het leven moeilijker maken.

Arnold Heumakers in NRC Handelsblad, 11 april 2008

Volgens criticus en essayist Arnold Heumakers (1950) is het een misverstand dat het de taak is van de filosofie om problemen op te lossen. Dat kunnen we overlaten aan andere sectoren, zoals 'het alom aanwezige therapeutendom'. Hij vraagt zich af of filosofie niet juist begint waar geen oplossingen meer zijn, zodat je ook niet meer van problemen kunt spreken. Wie denkt dat de filosofie een einde kan maken aan de problemen van mens en cultuur, bijvoorbeeld in de vorm van levenskunst of cultuurkritiek, neemt volgens hem de 'eindigheid van de menselijke conditie' niet serieus.
Heumakers wil dat filosofen zich richten op de waarheid en dan zou weleens kunnen blijken dat die zich niet verdraagt met het goede leven. Als je het moeilijk vindt om daarmee te leven, moet je je misschien bezighouden met levenskunst. Maar als je filosofie wilt bedrijven, moet je die 'tegenstrijdigheid zelf, zo volledig en zo radicaal mogelijk' aan het licht brengen. 'In onze humanistische, liberale en pragmatische wereld die voor elk probleem de passende oplossing zoekt en vaak meent te vinden, zou de filosofie het als haar rechtvaardiging, haar trots en haar unieke belang moeten beschouwen dat zij het leven niet makkelijker maakt, maar juist moeilijker.'

Tevens verschenen op de Filosofiekalender © Veen Media

Reacties

Cinementaal Filmcyclus 2017: maandag 22 mei a.s. leidt Ronald Wolbink Woody Allen's 'Irrational Man' in.

Elk voorjaar organiseert Cinementaal in samenwerking met Concordia in Enschede een thematische filmcyclus: vier films, verdeeld over vier avonden, met één overkoepelend thema. Dit jaar is dat Lastige Levensfases, met de fases Puberteit, Dertigersdilemma, Midlife en Ouderdom.

De derde filmavond in deze cyclus heeft als thema Midlife. Filosofieprofessor Abe Lucas (een prachtige hoofdrol van Joaquin Phoenix) lijdt aan het leven in Woody Allens Irrational Man.

De film wordt ingeleid door Ronald Wolbink, bedrijfskundige. Ronald Wolbink studeerde bedrijfskunde en volgde opleidingen op de terreinen filosofie, supervisiekunde en coachen. Hij promoveerde in 2012 op een filosofisch proefschrift met als titel De coach, de begeleider van de laatste mens. Verder schreef hij o.a. Filosoferen over management en organisaties en recentelijk Levenskunst à la Montaigne. Hij doceert levenskunst en (organisatie)filosofie in het hbo, bij het humanistisch verbond en aan de Internationale School voor Wijsbegeerte en heeft een eigen bureau voor filosofische gesprekken, supervisie en coachen. In zijn inleiding zal Wolbink ingaan op de thema's die spelen in de midlifeperiode en daarbij verbinding maken met de film.

Voor meer informatie, zie http://www.cinementaal.nl of www.concordia.nl

Reacties

De filosofie geneest menselijke ziekten, ziekten veroorzaakt door onjuiste overtuigingen.

Martha Nussbaum in Therapy of desire – Theory and practice in Hellenistic ethics (1994)

Net als bijvoorbeeld Epicurus en Wittgenstein ziet de Amerikaanse filosofe Martha Nussbaum (geb. 1947) de filosoof in de eerste plaats als een behandelaar die de mens van verkeerde denkbeelden moet afhelpen. Zoals een arts geneesmiddelen voorschrijft om het lichaam weer gezond te maken, zet de filosoof redeneringen in om de ziel te helen. Sterker nog: je moet een filosofie beoordelen op haar ‘helingskracht’. De geneeskunst streeft naar vooruitgang teneinde het lijdende lichaam bij te staan, terwijl de filosofie zich ontwikkelt om de ziel in nood te helpen. Uiteindelijk is de filosofie volgens Nussbaum ‘niets minder dan de levenskunst van de ziel (technè biou)’. Het is echter de vraag of dit zo’n gelukkige analogie is. Want filosofie gaat ook over de vraag of het wel mogelijk is om voor eens en voor altijd te bepalen welke overtuigingen juist of onjuist zijn. En wie nadenkt over zijn ellende, kan zich daarbij ook afvragen of die niet minstens voor een deel gegeven is met de menselijke conditie of een gevolg is van keuzes die je niettemin niet ongedaan wilt maken.


Tevens verschenen op de Filosofiekalender © Veen Media
Reacties

Zaterdag 16 april 2016 hield ik een lezing over bibliotherapie in Boekhandel Broekhuis te Enschede in het kader van het Festival Levenskunst in Twente

Bibliotherapie in engere zin betekent het behandelen van psychische klachten door middel van het voorschrijven/lezen van specifieke (zelfhulp-) boeken. Uit onderzoek blijkt dat dat helpt bij bijvoorbeeld lichte vormen van depressie. Bibliotherapie wordt ook wel breder opgevat als het bevorderen van (psychische) gezondheid en welbevinden met behulp van literatuur (fictie), zelfhulpboeken, spirituele geschriften, filosofische werken en dergelijke. Over deze laatste vorm van bibliotherapie ging mijn inleiding. Daarna was er ruimte voor een gesprek met de aanwezigen over manieren waarop boeken je van gedachten kunnen doen veranderen.

Daarbij kwamen in de inleiding aan de orde boeken van Alain de Botton (Hoe Proust je leven kan veranderen, De troost van de filosofie, Kunst als therapie, etc.), Ella Berthoud & Susan Elderkin (De boekenapotheek), Kelly McGonigal (Sterker met Stress – vertaling Timon Meynen), Lou Marinoff (Geen pillen maar Plato!, Levensvragen), Arthur Schopenhauer (De kunst om gelukkig te zijn) en Irvin D. Yalom (De Schopenhauer-kuur, Nietzsches tranen, Het raadsel Spinoza, Scherprechter van de liefde, Eendagsvlinders).

Zie voor meer informatie: http://www.levenskunstintwente.nl/festival/program...


Reacties

Wanneer u een zwaard ter hand neemt moet uw allereerste bedoeling zijn uw vijand neer te slaan, welke middelen u ook gebruikt.

Miyamoto Musashi in De strategie van de samoerai (1645, 1974, 2006)

Miyamotu Musashi (1584-1645) was al op jonge leeftijd een van de beroemdste samoerai van Japan. Toen hij dertig was had hij al meer dan zestig gevechten gewonnen, maar hij besefte dat dat eerder kwam door zijn talent of door de zwakte van zijn tegenstanders, dan door werkelijk inzicht in De Strategie. Daarop besloot hij de rest van zijn leven alleen nog maar die strategie te bestuderen. Hij werd niet alleen leraar (kendo, zwaardvechtkunst), maar bekwaamde zich bijvoorbeeld ook in de schilderkunst. Aan het einde van zijn leven trok hij zich terug in een grot op de berg Kyushu, waar hij een paar weken voor zijn dood zijn levensfilosofie boekstaafde onder de titel Go rin no sho (Een boek van vijf ringen). Ogenschijnlijk gaat dit boek alleen over de strategie van het zwaardvechten, maar voor velen is wat hij zegt van toepassing op alle aspecten van het leven, misschien wel juist omdat volgens hem de Weg van de samoerai ‘het vastberaden accepteren van de dood’ is.

Tevens verschenen op de Filosofiekalender © Veen Media
Reacties

De filosofie zou zich als geneeskunde van de ziel nog wel kunnen handhaven, omdat de gezonden dan zouden weten dat ze hun niet tot last zal zijn.

Christoph Martin Wieland in Filosofie als levenskunst en geneeskunst van de ziel (1778)

In de uitstekende bloemlezing Over levenskunst – De grote filosofen over het goede leven (2002) heeft Joep Dohmen ook plek ingeruimd voor denkers die de gedachte dat de wijsbegeerte de mensen de kunst van het leven zou kunnen bijbrengen nogal pretentieus achten. Zo meent de Duitse schrijver Christoph Martin Wieland (1733–1813) dat mensen al duizenden jaren hebben geleefd voordat iemand op het idee kwam dat leven een kunst zou kunnen zijn. De natuur leert immers iedereen hoe te leven, al is dat leven niet altijd naar de zin van filosofen.
Nu is onze maatschappij verpest door de ‘verfijning’, en zijn lichaam en ziel volkomen ten onrechte gescheiden geraakt, en daar komt veel ellende van. Dan moet de levenskunst wel ‘oplappen en stutten, smeren en kwakzalven zo goed ze kan’ en dan is de filosofie dus ‘medicijn voor de ziel’. Maar zoals alle kunsten doet ook de filosofie zich graag belangrijker voor dan ze is en wil ze haar eigen markt scheppen door niemand toe te staan gezond te zijn: ‘Volgens haar leerstellingen en haar ideaal van gezondheid is de hele aarde één groot gekken- en ziekenhuis en verkeert niemand in zo’n blakende gezondheid dat hij haar voorschriften zou kunnen ontberen.’ Gelukkig ziet Wieland dat de natuur en de mensen zich daar niets van aantrekken en al die filosofische traktaten gewoon ongelezen laten.

Tevens verschenen op de Filosofiekalender © Veen Media
Reacties

Onze ziel te leren kennen: dat was dus wel de vermaning van hem die voorschreef: Ken uzelf.

Socrates tegen Alcibiades in de dialoog Alcibiades van Plato

Het door Plato (428–348 v.C.) opgetekende gesprek dat Socrates voert met Alcibiades wordt wel beschouwd als de eerste tekst over de levenskunst in de geschiedenis van de westerse filosofie. Als de dan nog geen twintigjarige Alcibiades daarin beter naar Socrates had geluisterd, zou hij nu misschien niet op Wikipedia worden aangeduid als een ‘omstreden’ Atheens politicus en veldheer. Nu weten we dat dit rijkeluiszoontje vaak in de problemen kwam, onder meer door vermeende heiligschennis en door overspel, maar in de dialoog met Socrates toont hij zich nog zeer leergierig.
Socrates toont aan dat de mens niet lichamelijk is, maar iets is dat zich van het lichaam ‘bedient’. Als zij met elkaar spreken doen zij dat immers ‘van ziel tot ziel’. We weten niet hoe teleurgesteld Alcibiades over de lage status van het lichaam was, want zijn uiterlijk schijnt op zowel mannen als vrouwen een onweerstaanbare aantrekkingskracht te hebben uitgeoefend, en dat heeft zo zijn voordelen. En we weten ook niet welke verborgen bedoelingen Socrates misschien heeft gehad door de jongeman in te laten stemmen met de uitspraak dat alleen hij bemint die de ziel liefheeft. Om daaraan toe te voegen: ‘Wel, ik ben de man die niet weggaat maar die trouw blijft, ook al verwelkt je lichaam, terwijl al de anderen weggaan’.

Tevens verschenen op de Filosofiekalender © Veen Media
Reacties

Meer gedachten


Logo mini

begeleiding bij bezinning

filosofisch consult

socratisch gesprek

moreel beraad