Aandacht
Aansprakelijkheid
Aanvaarding
Aarde
Absolutisme
Absurde
Afrika
Agnosticisme
Alchemie
Alleen-zijn
Amerika
Analyse
Ander
Angst
Antropoceen
Antropologie
Aporie
Arbeid
Architectuur
Argumenten
Armoede
Art deco
Ascese
Atheïsme
Authenticiteit
Autobiografie
Autonomie
Autopoïese
Bedrijfsleven
Begeerte
Begrijpen
Begrippen
Behaviorisme
Belangeloosheid
Belangen
Beschaving
Bescheidenheid
Bestaan
Bestemming
Betekenis
Beweging
Bewustzijn
Bezinning
Bezonnenheid
Bibliotheek
Bibliotherapie
Bijbel
Bildung
Biologie
Blijmoedigheid
Blinde vlek
Boeddhisme
Boeken
Boosheid
Brein
Bulverisme
Burgerschap
Burn-out
Categorische imperatief
Chaos
Christendom
Coaching
Cogito
Cognitie
Communicatie
Communisme
Computer
Concentratie
Conditionering
Constructivisme
Consumeren
Contemplatie
Creativiteit
Cultuur
Cultuurfilosofie
Cybernetica
Cynisme
Dagelijks leven
Darwinisme
Definitie
Definitie van de situatie
Democratie
Denkbeelden
Denken
Depressie
Deskundigheid
Determinisme
Deugden
Deugdenethiek
Deugdzaamheid
Dialoog
Dierenrechten
Dilemma
Ding-in-zichzelf
Diplomatie
Discipline
Dood
Doodsangst
Dorst
Drogredenen
Dromen
Dubbelzinnigheid
Dunning-Kruger-effect
Duurzaamheid
Dwaasheid
Ecologie
Economie
Eenzaamheid
Eerlijkheid
Eeuwigheid
Egoïsme
Eigenbelang
Eigenheid
Eigenliefde
Eindigheid
Elementen
Emergentie
Emoties
Empathie
Empirisme
Epicurisme
Epistemologie
Erotiek
Ervaring
Essay
Esthetiek
Ethiek
Eudaimonia
Euthanasie
Evangelie
Evolutie
Existentialisme
Existentie
Experiment
Faidros
Falen
Fanatisme
Feiten
Fenomenologie
Filosofen
Filosoferen in organisaties
Filosoferen met kinderen
Filosofie
Filosofisch café
Filosofisch consult
Filosofische praktijk
Filosofische vraag
Fortitudo
Frankrijk
Fundamentalisme
Fysiologie
Gebed
Gebod
Geboorte
Gedachten
Gedrag
Gedragswetenschap
Geest
Geestelijke gezondheid
Geesteswetenschappen
Geheugen
Gelatenheid
Geld
Geloof
Geluk
Gelukzaligheid
Gematigdheid
Gemeenschap
Gemeenschappelijkheid
Gemoedsrust
Genot
Geschiedenis
Gesprek
Geven
Gevoelens
Geweld
Gewoonten
Gezondheid
Gnostiek
God
Goed
Goede leven
Grondeloosheid
Haat
Handelen
Hartstochten
Hebben
Heden
Hedonisme
Held
Helpen
Hermes
Hilberts paradox
Hoop
Humanisme
Huwelijk
Hybris
Hypothese
Idealen
Idealisme
Ideeën
Identiteit
Ik
Illocutionaire handelingen
Individualisme
Individualiteit
Instinct
Integratie
Integriteit
Interpretatie
Intersubjectiviteit
Introspectie
Inzicht
Ironie
Isolement
Iustitia
Jaïnisme
Jodendom
Jona
Kapitalisme
Karakter
Kennis
Keuzes
Kijken
Kitsch
Koningschap
Kredietcrisis
Kritiek
Kunst
Kwaad
Kwaliteit
Kwantumfysica
Kwetsbaarheid
Leefregels
Leibniz
Leiderschap
Leren
Leugen
Leven
Levensbeschouwing
Levensfilosofie
Levenskunst
Levensvorm
Levenszorgen
Lezen
Lichaam
Liefde
Lijden
Literatuur
Logica
Logos
Logotherapie
Luisteren
Maaltijd
Maatschappij
Macht
Markt
Marktdenken
Marxisme
Massa
Massamedia
Materialisme
Medelijden
Mediatie
Meerduidigheid
Meesterschap
Mens
Mens en dier
Mens-zijn
Mensapen
Menselijkheid
Mensenkennis
Mensheid
Metafysica
Methode
Midlifecrisis
Minderwaardigheidscomplex
Mindfulness
Missie
Mode
Modernisering
Moderniteit
Moed
Moedeloosheid
Monniken
Moraal
Moraliteit
Mystiek
Naastenliefde
Namen
Nataliteit
Nationalisme
Natuur
Natuurwetenschap
Nazisme
Nederigheid
Neoplatonisme
Neurofilosofie
Niets
Noodlot
Nut
Object
Objectiviteit
Offer
Oidipous
Onbewuste
Onderscheiding
Onderwijs
Oneindigheid
Ongemak
Onmenselijkheid
Onsterfelijkheid
Onthaasting
Onthechting
Ontologie
Ontroering
Ontspanning
Onverschilligheid
Onwetendheid
Onzekerheid
Oorlog
Oprechtheid
Optimisme
Opvoeding
Orde
Organisaties
Organismen
Ouderen
Paradigma
Paradigmawisseling
Paradox
Perfectie
Persoon
Persoonlijkheid
Pessimisme
Phaedrus
Pijn
Placebo-effect
Plichtethiek
Poëzie
Politici
Politiek
Politieke filosofie
Positivisme
Postmodernisme
Pragmatiek
Pragmatisme
Praktische filosofie
Principes
Procesfilosofie
Procestheologie
Profeet
Prudentia
Psychiaters
Psychiatrie
Psychoanalyse
Psychofarmaca
Psychologen
Psychologie
Psychose
Psychotherapie
rationalisme
Rationaliteit
Rationeel-emotieve therapie
Realisme
Rechtschapenheid
Rechtvaardigheid
Reclame
Rede
Redelijkheid
Reductie
Reductionisme
Reflectie
Reflexiviteit
Regels
Relativisme
Relativiteit
Religie
Respect
Retorica
Revolutie
Ritme
Ruimte
Salutogenese
Samenleving
Samenwerking
Samoerai
Scepsis
Scepticisme
Schaamte
Schilderkunst
Schizofrenie
Scholing
School
Schoonheid
Schrift
Schrijven
Schuldgevoel
Sciëntisme
Seksualiteit
Sereniteitsgebed
Slaap
Sociaal contract
Socialisme
Sociologie
Socratisch gesprek
Solipsisme
Solutionisme
Speculatie
Speltheorie
Spijt
Spiritualiteit
Staat
Sterfelijkheid
Sterven
Stoa
Stoelgang
Stoïcisme
Strategie
Stress
Subject
Subjectiviteit
Taal
Taalspel
Tao
Taoïsme
Techniekfilosofie
Technologie
Tegenslag
Televisie
Temperantia
Terre des Hommes
Theodicee
Theologie
Theorie
Therapie
Thomas
Tijd
Timemanagement
Toekomst
Tolerantie
Totalitarisme
Transcendente meditatie
Transcendentie
Twijfel
Utilitarisme
Utopie
Vaderschap
Veerkracht
Veiligheid
Verandering
Verantwoordelijkheid
Verbeelding
Verbijstering
Verdriet
Vergelijking
Vergeving
Vergevingsgezindheid
Vergissen
Verlangen
Verleden
Verlichting
Verliefdheid
Vernietiging
Verslaving
Verstand
Verstrooiing
Vertalen
Vertrouwen
Verveling
Verwachtingen
Verwondering
Vijand
Visie
Volkomenheid
Voltooiing
Volwassenheid
Voortreffelijkheid
Vorming
Vragen
Vrede
Vriendschap
Vrije tijd
Vrije wil
Vrijheid
Vrijheid van meningsuiting
Vrouwenemancipatie
Waanzin
Waarde
Waarden
Waarheid
Waarneming
Wachten
Walging
Wandelen
Wanhoop
Wantrouwen
Ware weg
Wereld
Werk
Werkelijkheid
Wet
Weten
Wetenschap
Wetenschapsfilosofie
Wetenschapssociologie
Wijsgerige antropologie
Wijsheid
Wil
Wilskracht
Wiskunde
Woe wei
Woede
Wolf
Wonder
Woorden
Wraak
Zekerheid
Zelf
Zelfbeheersing
Zelfbewustzijn
Zelfkennis
Zelfmoord
Zelfoverschatting
Zelfvertrouwen
Zelfzorg
Zelfzuchtigheid
Zen
Zenboeddhisme
Ziekte
Ziel
Zien
Zijn
Zin
Zinloosheid
Zintuigen
Zitten
Zonde
Zwaardvechten
Zwaarmoedigheid
Zwaartekracht

De liefde verlangt naar persoonlijkheid. Daarom verlangt de liefde naar onderscheiding.

G.K. Chesterton in Orthodoxy (1995)

Als de Engelse letterkundige Gilbert Keith Chesterton (1874-1936) deze stellingen poneert denkt hij niet zozeer aan een individueel psychologische invulling als zouden ‘tegengestelden elkaar aantrekken’. Hem gaat het erom dat het christendom ‘instinctief blij’ is dat God het universum in kleine stukjes heeft gebroken. Dit is volgens hem de ‘intellectuele kloof tussen boeddhisme en het christendom’. Voor het boeddhisme en sommige andere spirituele leren betekent de individuele persoonlijkheid (het ego, de begeerte) de ‘val’ van de mens, terwijl zij voor de christen juist het doel van God is. Het is dan ook niet de bedoeling om te ‘versmelten’ met het Al of iets dergelijks, de christelijke God heeft de mens juist geschapen als een eenling opdat hij tot liefhebben in staat is. ‘Alle moderne filosofieën zijn ketenen die verbinden en boeien. Het christendom is een zwaard dat scheidt en bevrijdt. In geen enkele andere filosofie is God juist verheugd over de verdeling van het universum in levende zielen.’

Tevens verschenen op de Filosofiekalender © Veen Media

Reacties

Liefde gelooft alles en wordt toch nooit bedrogen.

Søren Kierkegaard in Daden van liefde (1847)

Hoofdstuk 2 van het tweede deel van het meesterwerk over de liefde van de Deense denker Søren Kierkegaard (1813–1855) begint met een citaat uit het beroemde dertiende Bijbelhoofdstuk van de eerste brief aan de Korintiërs waarin van de liefde wordt gezegd: ‘Alles verdraagt ze, alles gelooft ze, alles hoopt ze, in alles volhardt ze.’
Om uit te leggen waarom de liefde nooit bedrogen wordt terwijl ze toch alles gelooft, zet Kierkegaard de ‘ware liefdevolle’ af tegen het wantrouwen en het bedrog. Om te beginnen gaat het bij het geloven van de liefde niet om twee verschillende zaken, het handelen (geloven) en reflectie (wijsheid), maar om een en hetzelfde. ‘Wijs gesproken’ is alles geloven het domste wat je kunt doen. Het weten vertelt ons dat er altijd ten minste twee mogelijkheden zijn: iemand kan oprecht zijn of je bedriegen, maar het weten kan je niet vertellen wat er nu en hier het geval is. Het wantrouwen besluit daarom niemand meer te geloven, maar kan daarin bedrogen worden. De liefde kiest ervoor iedereen te geloven, maar als zij op een bedrieger stuit, bedriegt die alleen zichzelf. Want de ware liefdevolle geeft hem zijn liefde toch wel.

Tevens verschenen op de Filosofiekalender © Veen Media

Reacties

‘L’amour est l’enfant de la liberté’ [de liefde is het kind van de vrijheid]

Oud Frans liedje, geciteerd door Erich Fromm in The art of loving (1957)

Als het om een beschouwing van de liefde gaat, komen velen niet verder dan dat het ‘een heel speciaal gevoel van binnen is’ (dat gemakkelijk weer kan verdwijnen) of een ‘sublimatie’ van de geslachtsdrift. De Duits-Amerikaanse psycholoog en filosoof Erich Fromm (1900–1980) beschrijft liefhebben echter met diepe ernst als ‘een kunst, een kunde’. Behalve dat liefde een vorm van geven is, blijkt het actieve karakter van liefhebben ook uit de andere basiselementen die alle vormen van liefde delen: zorgzaamheid, kennis, verantwoordelijkheid en respect.
Dit laatste element is, overeenkomstig de wortels van het woord (respicere = kijken naar), het vermogen om iemand te zien zoals hij of zij is, je bewustzijn van zijn of haar unieke individualiteit. Je wilt dat de geliefde persoon groeit en zich ontplooit op zijn of haar eigen wijze en niet om jou te dienen. Respect bestaat dus alleen op basis van vrijheid. Naar welk liedje Fromm in dit verband verwijst, is niet meer te achterhalen. Op internet is alleen een Nieuw-Zeelandse band te vinden die in 1971 onder die titel een popsong uitbracht.

Tevens verschenen op de Filosofiekalender © Veen Media

Reacties

Wat wij hier en nu ‘geluk’ zouden noemen is niet wat God uiteindelijk met ons voor heeft: maar als we zo zijn dat hij ons zonder enige belemmering zou kunnen liefhebben, zullen we in feite gelukkig zijn.

C.S. Lewis in The problem of pain (1940)

In de filosofie en theologie wordt over het algemeen de vraag waarom God in zijn almacht het lijden in de wereld toestaat de ‘theodicee’ genoemd, naar het boek van Leibniz uit 1710. De Britse schrijver C.S. Lewis (1898-1963) brengt de vraag wat dichter bij huis: ‘waarom moeten wij lijden?’ Waarom staat God toe dat wij pijn hebben, als hij toch van ons houdt? Deze vraag is niet langer onoplosbaar als je ‘houden van’ niet triviaal opvat en niet langer denkt dat de mens het centrum van het universum is. Dat is hij namelijk, volgens Lewis, niet: God is er niet voor de mens, maar de mens is er om zo te leven dat God van hem kan houden. En wie daarin slaagt, zal gelukkig zijn.

Tevens verschenen op de Filosofiekalender © Veen Media

Reacties

Het beoefenen van de liefde moet beginnen met het erkennen van het verschil tussen eerlijkheid en liefde.

Erich Fromm in The art of loving (1957)

In zijn boek heeft de Duits-Amerikaanse denker Erich Fromm (1900–1980) het eigenlijk niet over eerlijkheid, maar over ‘fairness’. Dit begrip laten Nederlandse ethici vaak onvertaald, omdat er geen equivalent voor is onze taal. Het gaat om redelijkheid, billijkheid, ‘eerlijk spel’ (zoals de vertaler het noemt in Liefhebben, een kunst, een kunde). De ethiek van ‘fairness’ wordt vaak samengevat tot de Gulden Regel: wat gij niet wilt dat u geschiedt, doe dat ook de ander niet. Velen denken dat dit een algemene uitwerking is van het joods-christelijke gebod van de naastenliefde. Maar volgens Fromm is het iets wezenlijk anders. Naastenliefde betekent dat je je verantwoordelijk en verbonden (één) voelt met een ander, terwijl fairness-ethiek betekent dat je niet verantwoordelijk en een voelt, maar afgescheiden en afstandelijk. Het betekent dat je de rechten van je naaste respecteert, maar niet dat je van hem houdt.

Tevens verschenen op de Filosofiekalender © Veen Media

Reacties

Want zo de liefde je kroont, zij kruist je ook. En al dient zij tot je groei, zij snoeit je evenzeer.

Kahlil Gibran in De profeet (1923, Nederlandse vertaling van C. Verhulst, 1929/1985)

Na Shakespeare en Laozi (of Lao-tse, de grondlegger van het taoïsme) is Kahlil Gibran (1883-1931) de best verkochte dichter aller tijden. De in Libanon geboren kunstenaar, schrijver en dichter, die een groot deel van zijn leven in de VS woonde, schreef in 1923 een reeks filosofisch-poëtische stukken die werden uitgegeven onder de titel De profeet. In de jaren zestig werd hij geadopteerd door de hippies en werd het boek pas echt een bestseller, en zijn ideeën over ‘spirituele liefde’ blijven populair bij newageadepten.

Natuurlijk moet je de liefde volgen als zij je wenkt, ‘al zijn haar wegen zwaar en steil’. De liefde brengt je tot grote hoogten, maar rukt ook je wortels uit de grond. In een reeks van beelden wordt aan de ene kant bezongen dat de liefde het hoogste is wat je kunt bereiken, maar ook dat je er niet zonder kleerscheuren van afkomt: ‘zij dorst je tot je naakt bent.’ Dit alles doet de liefde met als hoger doel je te brengen tot kennis van wat er in het ‘verborgene van je hart’ is, waardoor je ‘een deel van ’s levens hart’ zult worden. Als je niet bereid bent jezelf op het spel te zetten, kun je maar beter warme kleren aantrekken en ‘de seizoenloze wereld’ ingaan, ‘waar je zult lachen, maar niet je volle lach, en wenen, maar niet al je tranen’.

Tevens verschenen op de Filosofiekalender © Veen Media

Reacties

‘Ben ik verliefd? Ja, want ik wacht.’

Roland Barthes in De taal der verliefden (1980)

Het boek van de Franse literatuurtheoreticus en filosoof Roland Barthes (1915–1980) verscheen oorspronkelijk als Fragments d'un discours amoureux. Barthes achtte een dergelijk boek noodzakelijk omdat hij heeft geconstateerd dat het 'vertoog' (discours) van de verliefde er tegenwoordig een is van 'uiterste eenzaamheid'. De taal der verliefden wordt door velen gesproken, maar door iedereen genegeerd. We vinden de woorden van de liefde niet terug in andere domeinen, zoals wetenschap, techniek, politiek of kunst. Barthes probeert door te dringen in het bewustzijn van de verliefde, met al zijn verwarring, gefrustreerde verlangen, jaloezie enzovoort.
Met het citaat laat Barthes zien dat je weet dat je verliefd bent als je merkt dat je aan het wachten, steeds weer aan het wachten bent, tot het volgende telefoontje, tot hij/zij er eindelijk weer is. 'De ander wacht nooit'. Al doet de verliefde zijn best om afleiding te zoeken of ook een keer te laat te komen, 'de fatale identiteit van de verliefde is juist deze: ik ben degene die wacht'. En het voorwerp van de verliefdheid heeft het voorrecht van alle machtigen en machthebbers: iemand laten wachten.

Tevens verschenen op de Filosofiekalender © Veen Media

Reacties

Pas op voor de onbeminden, want zij zullen uiteindelijk zichzelf iets aandoen. Of mij.

Jim Carrey in Full Speech: Jim Carrey's Commencement Address at the 2014 MUM Graduation

Als je hem bezig ziet in zijn films zou je het niet zeggen, maar de acteur met het ‘elastieken gezicht’ Jim Carrey (1962) doet aan transcendente meditatie en kan zich ook behoorlijk goeroeachtig uitdrukken. In een toespraak ter gelegenheid van het afstuderen van de class of 2014 aan de Maharishi University of Management in Iowa geeft hij zijn publiek tussen vele grappen de nodige wijsheden mee.
Hij vertelt onder meer over zijn vader, die in plaats van het onzekere bestaan van een komiek koos voor de zekerheid van een boekhoudersleven, maar na jaren trouwe dienst zijn baan verloor. ‘Je kunt ook falen in wat je niet wilt.’ In het citaat spreekt hij de overtuiging uit dat mensen van wie niet gehouden wordt, gevaarlijk zullen worden.
Jim Carrey houdt de afgestudeerden ten slotte voor dat ze kunnen kiezen tussen angst en liefde, en dat zij het universum kunnen vragen om wat ze echt willen. Als ze dan niet meteen krijgen wat ze willen, is het universum waarschijnlijk te druk met het vervullen van de wensen van ... Jim Carrey.

Tevens verschenen op de Filosofiekalender © Veen Media

Reacties

Liefde voelt als ijs in een kinderhand.

Sophokles, overgeleverd fragment uit De liefdes van Achilles, naar Tom Stoppard in The invention of love, geciteerd (in de vertaling) van Alberto Manguel in De bibliotheek bij nacht (2007)

Zoals het in het toneelstuk van Tom Stoppard (1937) klinkt – als een regel poëzie – heeft Sophokles het bepaald niet geschreven. Het enige overgeleverde fragment van De liefdes van Achilles luidt in werkelijkheid ongeveer zo: ‘Als buiten ijs verschijnt en jongens het pakken terwijl het nog een vaste vorm heeft, ervaren ze in eerste instantie nieuw genot. Maar uiteindelijk zal hun trots er niet mee instemmen om het weer los te laten, maar hun verovering is niet goed voor hen als die in hun handen blijft. Op dezelfde manier drijft een vergelijkbaar verlangen minnaars ertoe te handelen en niet te handelen.’
Nu is het citaat uit Stoppards toneelstuk misschien beter te vertalen als ‘liefde is als ijs in de handen van kinderen’, maar dan lijkt het nog steeds niet precies wat Sophokles heeft willen zeggen. Als we er dan toch een aforisme van zouden moeten maken, dan zouden we misschien beter kunnen zeggen: ‘Wie de liefde in eigen hand wil houden, is als een jongen die ijs in zijn knuisten wil bewaren.’

Tevens verschenen op de Filosofiekalender © Veen Media

Reacties

De kunst van het liefhebben is voornamelijk de kunst van het volharden.

Albert Ellis

De rationeel-emotieve therapie van de Amerikaanse psycholoog Albert Ellis (1913–2007) wordt wel een moderne variant van de stoïcijnse filosofie genoemd. Wij lijden (geestelijk) niet door objectieve omstandigheden, maar vooral door onze eigen gedachten daarbij of daarover. Het is dus zaak te laten zien dat onze denkbeelden verkeerd zijn, en het lijden houdt op. Ook de stoïcijnen maakten daarbij gebruik van ‘oefeningen’, wat in de mede onder invloed van Ellis ontwikkelde cognitieve gedragstherapie ‘gedragsexperimenten’ heten.
Van Ellis zelf is bekend dat hij zijn verlegenheid tegenover het andere geslacht overwon met behulp van een zelf ontworpen gedragsexperiment. Hij sprak met zichzelf af dat hij iedere keer dat er voor het universiteitsgebouw een meisje op een bank zat, hij haar aan zou spreken en mee uit zou vragen. Hij verdroeg uiteindelijk meer dan honderdvijftig afwijzingen, maar hij volhardde totdat er eentje bereid was het op liefhebben aan te laten komen.

Tevens verschenen op de Filosofiekalender © Veen Media

Reacties

Het is wat het is / zegt de liefde.

Erich Fried in Was es ist (1983)

De Joods-Oostenrijkse dichter, schrijver en essayist Erich Fried (1921–1988) werd vooral ook geprezen om zijn Duitse vertalingen van werk van T.S. Eliot, Dylan Thomas, Graham Greene en Shakespeare. Na de Anschluss werd zijn vader vermoord en vluchtte hij met zijn moeder naar Londen. Hoewel hij dus een groot deel van zijn leven in Engeland woonde, bleef hij altijd in het Duits schrijven. Zijn werk ademt die levenservaringen, maar hij was ook een geëngageerd schrijver, die twee bundels publiceerde tegen de oorlog in Vietnam en sterk atheïstische en antizionistische opvattingen koesterde.
In het bekende en vaak vertaalde gedicht waaruit het citaat afkomstig is, krijgt de liefde het ene verwijt na het andere, maar verdedigt zij zich steeds met die eenvoudige, diepe waarheid.
Het is onzin / zegt het verstand / Het is wat het is / zegt de liefde
Het is ongeluk / zegt de berekening / Het is alleen maar wat verdriet / zegt de angst / Het is uitzichtloos / zegt het inzicht / Het is wat het is / zegt de liefde
Het is belachelijk / zegt de trots / Het is lichtzinnigheid / zegt de voorzichtigheid / Het is onmogelijk / zegt de ervaring / Het is wat het is / zegt de liefde

Tevens verschenen op de Filosofiekalender © Veen Media

Reacties

Het is geen manier van leven, om te wachten met liefhebben.

Dave Eggers in What Is the What: The Autobiography of Valentino Achak Deng (2006)

Eerst had Dave Eggers (geb. 1970) nog overwogen om er een ‘echte’ roman van te maken, maar uiteindelijk koos hij ervoor Valentino Achak Deng zelf zijn verhaal te laten vertellen. Deze jongeman uit Soedan was een zogenaamde lost boy, een minderjarige vluchteling zonder ouders of begeleiders, overgeleverd aan het geweld van een chaotisch werelddeel. Dorine Manson, directeur van VluchtelingenWerk Nederland vertelt in Trouw (16 december 2013) dat het boek binnen haar organisatie een soort ‘bijbel’ is. Als je daar werkt, moet je het boek gelezen hebben. Volgens Manson beschrijft dit boek als geen ander hoe het is om vluchteling te zijn: ‘dat je als je in veiligheid bent, je er nog lang niet bent; dan begint een heel nieuwe problematiek.’

In het citaat vertolkt Valentino Achak Deng een tragisch besef, dat iedereen zich mag aantrekken. ‘We dachten dat we jong waren en dat er nog tijd genoeg was om ergens in de toekomst op de juiste manier van elkaar te houden. Maar het is verschrikkelijk om zo te denken. Als ik ooit weer van iemand houd, zal ik niet wachten zo lief te hebben als ik kan.’

Tevens verschenen op de Filosofiekalender © Veen Media


Reacties

Zoals de theologie in haar logische consequentie tot mystiek voert, is de uiterste consequentie van de psychologie: liefde.

Erich Fromm in Liefhebben, een kunst, een kunde (1957)

Het verlangen om onszelf en onze medemensen te begrijpen, gaat ver terug, en wordt uitgedrukt in een opschrift op de tempel van het orakel van Delphi: ‘Ken u zelf.’ Voor de Duits-Amerikaanse psycholoog en filosoof Erich Fromm (1900–1980) is dit de drijfveer van alle psychologie. Niettemin loopt het denken tegen grenzen op als het gaat om het volledig kennen van de mens. We kunnen het ‘geheim’ van de ander pas kennen in de daad van liefde. Daarin overstijgen we het denken en de woorden en ‘nemen we een vermetele duik in de ervaring van eenheid’. Toch is psychologische kennis wel nodig om werkelijk lief te hebben. De psychologie doorbreekt het verstoorde beeld dat wij van de ander hebben en leert ons onze medemens objectief te aanschouwen. Maar net als de theologie nodig is om God te leren kennen, maar die kennis onvolmaakt is zonder mystiek, zo stuit ook de psychologie op grenzen die alleen in de liefde overschreden kunnen worden.

Tevens verschenen op de Filosofiekalender © Veen Media
Reacties

Het huwelijk zal zich nooit uit iets anders vernieuwen dan waaruit het ware huwelijk altijd ontstaat: dat twee mensen elkaar hun Jij openbaren.

Martin Buber in Ich und Du (1923)

Volgens de Joodse denker Martin Buber (1878–1965) kunnen wij twee houdingen innemen ten opzichte van de wereld en elkaar, die samenhangen met de twee ‘grondwoorden’ die we kunnen spreken: Ik-Jij en Ik-het. Als we in de betrekking Ik-Het staan, delen we ons leven met de medemens in in twee duidelijk afgebakende gebieden: het Het van instellingen (in de zin van instituten of gewoonten) en het Ik van de gevoelens. Het Het-gebied is een ‘buiten’ waar we ons met allerlei doelen ophouden, bijvoorbeeld om er te werken, handel te drijven of te preken. Het Ik-gebied is het ‘binnen’ waar je leeft en weer op krachten komt na een verblijf in de instellingen. Hier geniet je van je haat en je lust of verdraag je je onlust. De afgrenzing tussen Ik en Het is het lastigst in stand te houden in het persoonlijk leven, waartoe ook het instituut van het huwelijk behoort. Dit kun je nooit werkelijk (nieuw) leven inblazen vanuit je gevoelens, want het is iets wat alleen door twee ‘Jijen’ kan worden opgebouwd. ‘Dit is het metafysische en metapsychische feit van de liefde, die door de liefdes-gevoelens slechts wordt begeleid.’ (cursivering TM)

Tevens verschenen op de Filosofiekalender © Veen Media

Reacties

Elke van de talrijke zelfmoorden ten gevolge van een ongelukkige liefde vormt een duidelijk bewijs voor de ondeugdelijkheid van de theorie die beweert dat een grote liefde alleen wordt opgewekt om hoe dan ook het vereiste nageslacht voort te brengen, dat

Vladimir Solovjov in De betekenis van de liefde (1892-1894)

De Russische filosoof, schrijver, dichter en mysticus Vladimir Solovjov (1853–1900) gebruikt het liefst voorbeelden uit de wereldliteratuur om te laten zien dat het liefdesgevoel bij de mens geen evolutionair doel dient. Zoals wellicht bekend leed de jonge Werther in Goethe’s Die Leiden des jungen Werthers aan een onbeantwoorde liefde voor Lotte die hem uiteindelijk tot zelfmoord dreef. Na verschijning van de romantische roman volgden vele ongelukkige verliefden in de werkelijkheid overigens zijn voorbeeld. Als de ‘wereldwil’ (Solovjov verwijst o.a. naar Schopenhauer) daadwerkelijk gebruik zou maken van de liefde om te zorgen voor meer of beter nageslacht, kan het toch niet zo zijn dat juiste de grootste liefdes vaak onbeantwoord blijven en helemaal geen (belangrijk) nageslacht voortbrengen. Want als de wereldwil zo zijn best had gedaan Werther in vuur en vlam te zetten voor Lotte, waarom lukt dat dan niet bij haar?

Tevens verschenen op de Filosofiekalender © Veen Media
Reacties

'Naar uw medisch oordeel leed de overledene dus aan goed-zijn? Was dat het psychologische defect dat leidde tot haar dood?'

Uitspraak in Breaking the waves (1996) van Lars von Trier

[bevat spoilers] Naast alle bewondering voor zijn weergaloze films roept de Deense filmmaker Lars von Trier (geb. 1956) ook veel ergernis of zelfs woede op, onder andere vanwege de manier waarop vrouwen het in zijn films te verduren krijgen. Beide reacties gelden zeker ook zijn meesterwerk Breaking the waves. De film won de grote prijs van Cannes en was voor de toonaangevende criticus Roger Ebert en regisseur Martin Scorsese een van de tien beste films van het laatste decennium van de twintigste eeuw.

De film speelt in de jaren zeventig in Noord-Schotland en gaat over de liefde van de naïef-vrome Bess, opgegroeid in een soort zwartekousenkerk, voor de wereldse Jan, hippe medewerker op een boorplatform. Bess wordt zich op zeker moment in de film bewust van haar unieke talent: ‘ik kan geloven.’ Dat geloof in haar liefde en in haar geliefde wordt haar noodlottig, zo lijkt het.

Een interessante subplot is de relatie tussen Bess en de jonge arts/psychiater van het plaatselijke ziekenhuis. Eerst ziet hij haar ‘antipsychiatrisch’ als een vrouw die lijdt onder de dood van haar vader en broer. Later slaat dat om en wil hij haar gedwongen laten opnemen in een inrichting. Uiteindelijk verliest hij zijn professionele afstand en herroept hij voor de tuchtrechter bijna zijn diagnose dat zij neurotisch of psychotisch was: ‘ik zou nu misschien gewoon een woord gebruiken als “goed”.’ Om zijn eigen hachje te redden, komt hij daar na die strenge vraag uit het citaat weer op terug.

Tevens verschenen op de Filosofiekalender © Veen Media

Reacties

Het is bespottelijk te beweren dat deugd geen eigenschap van vrouwen is.

Plutarchus in Gesprek over de liefde (Huwelijk – moraal en praktijk)

Hij was afkomstig uit Boeotië, in het midden van Griekenland, en heette eigenlijk Ploutarchos, maar is bekend geworden onder de Romeinse naam Plutarchus (ca. 46–120 n.Chr.), die hij kreeg van een Romeinse vriend die verkeerde aan het hof van keizer Vespasianus. Plutarchus was al in die tijd een veelgelezen auteur van een verzameling ‘Parallelle levens’, een reeks met veel anekdotes gelardeerde levensbeschrijvingen van telkens een grote Griek en een grote Romein die een zekere verwantschap met elkaar hadden.

De dialoog waaruit het citaat afkomstig is, heeft meer weg van een monoloog, waarin hij onder andere het huwelijk verdedigt tegen de ‘knapenliefde’. Zelf is hij gelukkig getrouwd met een ontwikkelde vrouw, Timoxena, en heeft hij een voor die tijd behoorlijk vooruitstrevende opvatting over vrouwen. Zo vindt hij het ‘al te dol’ dat velen de ‘vrouwelijke natuur’ eerst de hemel in prijzen, maar vervolgens beweren dat zij niet in staat zou zijn tot werkelijke vriendschap. ‘Een vrouw houdt toch van haar man en kinderen!’

Tevens verschenen op de Filosofiekalender © Veen Media

Reacties

Geven is de hoogste uitdrukking van kracht.

Erich Fromm in The art of loving (1956)

Alleen al van het Engelstalige origineel van Liefhebben, een kunst een kunde van Erich Fromm (1900–1980) werden zes miljoen exemplaren verkocht, maar ook in Nederland blijft het een veelgelezen boek. De 14e druk in 1995 was een herziene vertaling, en ook die werd reeds herdrukt.
Kerngedachte van het boek is dat liefde niet ‘een heel speciaal gevoel van binnen’ is dat je overkomt, maar een activiteit. Je wordt niet ‘ver-liefd’ (of hoogstens voor een paar maanden), maar je hebt lief. In de meest algemene zin kun je daarom zeggen dat liefde in de eerste plaats ‘geven’ is en niet ‘ontvangen’. Volgens Fromm is de vraag wat ‘geven’ eigenlijk is, bijzonder moeilijk te beantwoorden. Het grootste misverstand is dat ‘geven’ altijd iets ‘opgeven’ betekent, een opoffering. ‘Wiens karakter zich nog niet heeft ontwikkeld voorbij het stadium van de receptieve, uitbuitende of hamsterende oriëntatie ervaart de daad van het geven op die manier. Het “marketing”-karakter wil wel geven, maar alleen in ruil voor iets anders.’ ‘Onproductieve’ mensen, die vroom zeggen dat geven beter is dan ontvangen, lijden liever onder een verlies dan vreugde te ervaren. Voor productieve mensen is geven echter iets geheel anders: het duidelijkste teken van kracht.

Tevens verschenen op de Filosofiekalender © Veen Media
Reacties

Het huwelijk is de moeilijkste spirituele oefening die er bestaat.

Leonard Cohen, geciteerd door Rebecca De Mornay in I’m Your Man - Het leven van Leonard Cohen van Sylvie Simmons (2012)

De Canadese dichter en singer-songwriter Leonard Cohen (geb. 1934) leefde jarenlang in een boeddhistisch klooster in Amerika. De componist en tekstschrijver van onder meer het vele malen gecoverde 'Hallelujah' was nooit getrouwd, maar had verschillende min of meer langdurige relaties met vrouwen, over/voor wie hij vaak liedjes schreef (‘Suzanne’; ‘So long, Marianne’). Een van zijn liefdes gold de Amerikaanse filmster Rebecca De Mornay. Zij vertelt dat Cohen hun relatie beëindigde op het moment dat hij ontdekte dat zij verlangde wat hij haar niet kon geven: een huwelijk en een gezinsleven met kinderen. Desgevraagd legde hij haar uit wat hij bedoelde met zijn uitspraak dat het huwelijk de moeilijkste spirituele oefening is die er bestaat. Mensen vroegen hem vaak hoe hij het uithield daar in dat klooster op een afgelegen plek op Mount Baldy, en hoe hij daar uren, weken, maanden aan één stuk stil kon blijven zitten. Maar volgens Cohen is dat nog niets vergeleken met het huwelijk: ‘Als je je huwelijk werkelijk bewust ervaart, dan is dat een en al zelfreflectie, continu. Met andere woorden: wie jij bent, zie je weerspiegeld in je partner, dagelijks, elk uur, elke minuut. Wie houdt dat vol?’

Tevens verschenen op de Filosofiekalender © Veen Media
Reacties

... echte nederigheid / De hoogste deugd, moeder van allemaal

Alfred, lord Tennyson in ‘The Holy Grail’ uit Idylls of the King (1859-1885)

Er zijn verschillende klassieke rijtjes deugden, oftewel ‘gesteldheden die weten te kiezen en het op ons afgestemde midden houden, hetwelk bepaald wordt door de rede en wel zo, als de verstandige mens dat zou bepalen’ (Aristoteles, Ethica Nicomachea, boek 2, hoofdstuk 6). Om te beginnen zijn er de vier kardinale deugden van de klassieke oudheid: wijsheid, rechtvaardigheid, gematigdheid en moed. En dan zijn er de christelijke deugden van geloof, hoop en liefde (‘maar de grootste daarvan is de liefde’, 1 Kor. 13:13), die in de katholieke traditie worden gecombineerd met de klassieke deugden tot de tegenhangers van de zeven hoofdzonden.
In de Griekse tragedies is de grote zonde die de held ten val brengt vaak hybris, overmoed of hoogmoed, met name ten opzichte van de goden. In de eerdergenoemde traditie staat daar de deugd van de (Griekse) phronesis of (Latijnse) prudentia tegenover, die behalve als wijsheid ook wel vertaald worden als voorzichtigheid of verstandigheid. In die laatste betekenissen klinkt nog sterker de verwantschap met nederigheid door: weten wat je te doen staat, maar ook wanneer je je plaats moet kennen. Misschien is dat wel de verklaring voor de bevinding (Pelin Kesebir in Journal of Personality and Social Psychology, april 2014) dat wie nederig is, minder angst voor de dood kent.

Tevens verschenen op de Filosofiekalender © Veen Media
Reacties

Meer gedachten


Logo mini

begeleiding bij bezinning

filosofisch consult

socratisch gesprek

moreel beraad