Aandacht
Aansprakelijkheid
Aanvaarding
Aarde
Absolutisme
Absurde
Afrika
Agnosticisme
Alchemie
Alleen-zijn
Amerika
Analyse
Ander
Angst
Antropoceen
Antropologie
Aporie
Arbeid
Architectuur
Argumenten
Armoede
Art deco
Ascese
Atheïsme
Authenticiteit
Autobiografie
Autonomie
Autopoïese
Bedrijfsleven
Begeerte
Begrijpen
Begrippen
Behaviorisme
Belangeloosheid
Belangen
Beschaving
Bescheidenheid
Bestaan
Bestemming
Betekenis
Beweging
Bewustzijn
Bezinning
Bezonnenheid
Bibliotheek
Bibliotherapie
Bijbel
Bildung
Biologie
Blijmoedigheid
Blinde vlek
Boeddhisme
Boeken
Boosheid
Brein
Bulverisme
Burn-out
Categorische imperatief
Chaos
Christendom
Coaching
Cogito
Cognitie
Communicatie
Communisme
Computer
Concentratie
Conditionering
Constructivisme
Consumeren
Contemplatie
Creativiteit
Cultuur
Cultuurfilosofie
Cybernetica
Cynisme
Dagelijks leven
Darwinisme
Definitie van de situatie
Democratie
Denkbeelden
Denken
Depressie
Deskundigheid
Determinisme
Deugden
Deugdenethiek
Deugdzaamheid
Dialoog
Dierenrechten
Dilemma
Ding-in-zichzelf
Diplomatie
Discipline
Dood
Doodsangst
Dorst
Drogredenen
Dromen
Dubbelzinnigheid
Dunning-Kruger-effect
Duurzaamheid
Dwaasheid
Ecologie
Economie
Eenzaamheid
Eerlijkheid
Eeuwigheid
Egoïsme
Eigenbelang
Eigenheid
Eigenliefde
Eindigheid
Elementen
Emergentie
Emoties
Empathie
Empirisme
Epicurisme
Epistemologie
Erotiek
Ervaring
Essay
Esthetiek
Ethiek
Eudaimonia
Euthanasie
Evangelie
Evolutie
Existentialisme
Existentie
Experiment
Faidros
Falen
Fanatisme
Feiten
Fenomenologie
Filosofen
Filosoferen in organisaties
Filosoferen met kinderen
Filosofie
Filosofisch café
Filosofisch consult
Filosofische praktijk
Filosofische vraag
Fortitudo
Frankrijk
Fundamentalisme
Fysiologie
Gebed
Gebod
Geboorte
Gedachten
Gedrag
Gedragswetenschap
Geest
Geestelijke gezondheid
Geesteswetenschappen
Geheugen
Gelatenheid
Geld
Geloof
Geluk
Gelukzaligheid
Gematigdheid
Gemeenschap
Gemeenschappelijkheid
Gemoedsrust
Genot
Geschiedenis
Gesprek
Geven
Gevoelens
Geweld
Gewoonten
Gezondheid
Gnostiek
God
Goed
Goede leven
Grondeloosheid
Haat
Handelen
Hartstochten
Hebben
Heden
Hedonisme
Held
Helpen
Hermes
Hilberts paradox
Hoop
Humanisme
Huwelijk
Hybris
Hypothese
Idealen
Idealisme
Ideeën
Identiteit
Ik
Illocutionaire handelingen
Individualisme
Individualiteit
Instinct
Integratie
Integriteit
Interpretatie
Intersubjectiviteit
Introspectie
Inzicht
Ironie
Isolement
Iustitia
Jaïnisme
Jodendom
Jona
Kapitalisme
Karakter
Kennis
Keuzes
Kijken
Kitsch
Koningschap
Kredietcrisis
Kritiek
Kunst
Kwaad
Kwaliteit
Kwantumfysica
Kwetsbaarheid
Leefregels
Leibniz
Leiderschap
Leren
Leugen
Leven
Levensbeschouwing
Levensfilosofie
Levenskunst
Levensvorm
Levenszorgen
Lezen
Lichaam
Liefde
Lijden
Literatuur
Logica
Logos
Logotherapie
Luisteren
Maaltijd
Maatschappij
Macht
Markt
Marktdenken
Marxisme
Massa
Massamedia
Materialisme
Medelijden
Mediatie
Meerduidigheid
Meesterschap
Mens
Mens en dier
Mens-zijn
Mensapen
Menselijkheid
Mensenkennis
Mensheid
Metafysica
Methode
Midlifecrisis
Minderwaardigheidscomplex
Mindfulness
Missie
Mode
Modernisering
Moderniteit
Moed
Moedeloosheid
Monniken
Moraal
Moraliteit
Mystiek
Naastenliefde
Namen
Nataliteit
Nationalisme
Natuur
Natuurwetenschap
Nazisme
Nederigheid
Neoplatonisme
Neurofilosofie
Niets
Noodlot
Nut
Object
Objectiviteit
Offer
Oidipous
Onbewuste
Onderscheiding
Onderwijs
Oneindigheid
Ongemak
Onmenselijkheid
Onsterfelijkheid
Onthaasting
Onthechting
Ontologie
Ontroering
Ontspanning
Onverschilligheid
Onwetendheid
Onzekerheid
Oorlog
Oprechtheid
Optimisme
Opvoeding
Orde
Organisaties
Organismen
Ouderen
Paradigma
Paradigmawisseling
Paradox
Perfectie
Persoon
Persoonlijkheid
Pessimisme
Phaedrus
Pijn
Placebo-effect
Plichtethiek
Poëzie
Politici
Politiek
Politieke filosofie
Positivisme
Postmodernisme
Pragmatiek
Pragmatisme
Praktische filosofie
Principes
Procesfilosofie
Procestheologie
Profeet
Prudentia
Psychiaters
Psychiatrie
Psychoanalyse
Psychofarmaca
Psychologen
Psychologie
Psychose
Psychotherapie
rationalisme
Rationaliteit
Rationeel-emotieve therapie
Realisme
Rechtschapenheid
Rechtvaardigheid
Reclame
Rede
Redelijkheid
Reductie
Reductionisme
Reflectie
Reflexiviteit
Regels
Relativisme
Relativiteit
Religie
Respect
Retorica
Revolutie
Ritme
Ruimte
Salutogenese
Samenleving
Samenwerking
Samoerai
Scepsis
Scepticisme
Schaamte
Schilderkunst
Schizofrenie
Scholing
School
Schoonheid
Schrift
Schrijven
Schuldgevoel
Sciëntisme
Seksualiteit
Sereniteitsgebed
Slaap
Sociaal contract
Socialisme
Sociologie
Socratisch gesprek
Solipsisme
Solutionisme
Speculatie
Speltheorie
Spijt
Spiritualiteit
Staat
Sterfelijkheid
Sterven
Stoa
Stoelgang
Stoïcisme
Strategie
Stress
Subject
Subjectiviteit
Taal
Taalspel
Tao
Taoïsme
Techniekfilosofie
Technologie
Tegenslag
Televisie
Temperantia
Terre des Hommes
Theodicee
Theologie
Theorie
Therapie
Thomas
Tijd
Timemanagement
Toekomst
Tolerantie
Totalitarisme
Transcendente meditatie
Transcendentie
Twijfel
Utilitarisme
Utopie
Vaderschap
Veerkracht
Veiligheid
Verandering
Verantwoordelijkheid
Verbeelding
Verbijstering
Verdriet
Vergelijking
Vergeving
Vergevingsgezindheid
Vergissen
Verlangen
Verleden
Verlichting
Verliefdheid
Vernietiging
Verslaving
Verstand
Verstrooiing
Vertalen
Vertrouwen
Verveling
Verwachtingen
Verwondering
Vijand
Visie
Volkomenheid
Voltooiing
Volwassenheid
Voortreffelijkheid
Vorming
Vragen
Vrede
Vriendschap
Vrije tijd
Vrije wil
Vrijheid
Vrijheid van meningsuiting
Vrouwenemancipatie
Waanzin
Waarde
Waarden
Waarheid
Waarneming
Wachten
Walging
Wandelen
Wanhoop
Wantrouwen
Ware weg
Wereld
Werk
Werkelijkheid
Wet
Weten
Wetenschap
Wetenschapsfilosofie
Wetenschapssociologie
Wijsgerige antropologie
Wijsheid
Wil
Wilskracht
Wiskunde
Woe wei
Woede
Wolf
Wonder
Woorden
Wraak
Zekerheid
Zelf
Zelfbeheersing
Zelfbewustzijn
Zelfkennis
Zelfmoord
Zelfoverschatting
Zelfvertrouwen
Zelfzorg
Zelfzuchtigheid
Zen
Zenboeddhisme
Ziekte
Ziel
Zien
Zijn
Zin
Zinloosheid
Zintuigen
Zitten
Zonde
Zwaardvechten
Zwaarmoedigheid
Zwaartekracht

Hoe meer mensen kunnen lezen, hoe meer analfabeten je krijgt.

Frans Breukelman, geïnterviewd in De Stem, 19 maart 1988

Het blijft een wonderlijk gegeven dat enkele van de grote wijsheidsleraren uit zeer uiteenlopende tradities – Socrates, Jezus van Nazareth, Lao Tse (of Laozi) – zelf niet of nauwelijks een woord op papier hebben gezet. Wilden zij niet dat hun woorden ‘ver-eeuwigd’ werden? Misschien had het te maken met hun doelstelling. Hun spreken was niet, over de hoofden van hun toehoorders heen, gericht op latere generaties en ‘doelgroepen’. Zij wilden met hun woorden het leven van hun concrete gesprekspartners veranderen.
Dominee Frans Breukelman windt zich op over nieuwe Bijbelvertalingen, zoals die van de zogenaamde Groot Nieuws Bijbel met als ondertitel ‘vertaling in omgangstaal’. Zodra er geen onderscheid meer bestaat tussen het spreken van profeten en apostelen en dat van gewone mensen in een willekeurig tijdsgewricht, kunnen zij de woorden niet meer horen. Hij betreurt soms zelfs de uitvinding van de boekdrukkunst: ‘Het ergste wat het levende Woord kon overkomen, was dat het in drukletters werd gevangen.’ Hij breekt dan ook een lans voor de oude Statenvertaling uit 1635, waarin zo letterlijk mogelijk werd vertaald en waar nodig nieuwe taal werd geschapen. Dat is precies het omgekeerde van wat Luther en latere vertalers deden die de taal van het volk van hun tijd volgden in plaats van die te bepalen.

Tevens verschenen op de Filosofiekalender © Veen Media

Reacties

Dat wij ons in 1984 niet in de door Orwell beloofde situatie bevinden, is een gemeenplaats. Er wordt te vroeg gejuicht.

Jean-François Lyotard in Het postmoderne uitgelegd aan onze kinderen (1986, 1987)

In zijn beroemde boek 1984 uit 1948 laat George Orwell ons van binnenuit meemaken hoe het is om te leven in een totalitaire staat. Er is permanent oorlog, in steeds wisselende coalities, tegen steeds wisselende tegenstanders, en de geschiedenis wordt voortdurend letterlijk herschreven. Een van de schokkendste aspecten van deze dictatuur is de kidnapping van de taal. In de zogenaamde newspeak wordt het steeds onmogelijker om die dingen uit te drukken die de macht zouden kunnen aantasten.
Toen de Franse filosoof Jean-François Lyotard het postmoderne ging uitleggen aan zijn kinderen, leek Orwells dystopie niet uitgekomen te zijn. Toch meent Lyotard dat er ontwikkelingen zijn die iets totalitairs in zich hebben (en die hebben zich inmiddels alleen maar doorgezet). Hij noemt om te beginnen de ‘veralgemenisering van de binaire talen’, oftewel het denken in termen van of-of, ja-nee of de nullen en enen van de computer. Verder denkt hij aan ‘het verdwijnen van het verschil tussen hier-nu en daar-toen’ als gevolg van de telebetrekkingen (tv en ICT), en het vergeten van gevoelens ten gunste van strategieën, ‘wat samenvalt met de hegemonie van de handel’. Deze situatie bedreigt het schrijven, de liefde en de individualiteit en is volgens Lyotard daarom ‘in haar diepste wezen’ verwant aan de door Orwell beschreven dreiging.

Tevens verschenen op de Filosofiekalender © Veen Media


Reacties

Hoe weet ik wat ik denk, totdat ik zie wat ik zeg?

E.M. Forster, geciteerd door Daniel Dennett in Het bewustzijn verklaard (1991, 1995)

Als we nadenken over wat we in feite aan het zeggen zijn, zonder dat we onszelf corrigeren, ontdekken we vaak pas wat we denken. Tenminste dat denkt Daniel C. Dennett (geb. 1942) als hij zich buigt over de vraag wat woorden met ons doen. We zijn dan dus in dezelfde positie als iemand anders die ons kritisch aanhoort of probeert te begrijpen, al is het voor ons misschien wat persoonlijk overtuigender en doet het ons wat authentieker aan. Dennett noemt in dit verband nog een voorbeeld uit het leven van de Britse filosoof Bertrand Russell. Nadat zijn andere dinergasten waren vertrokken, zat Russell nog tot diep in de nacht bij de open haard te praten met lady Ottoline Morrell. Bij die gelegenheid verklaart hij haar zijn liefde. Enkele dagen later schrijft hij daarover in een brief: ‘Ik wist niet dat ik van je hield totdat ik hoorde dat ik het tegen je zei – één ogenblik dacht ik: allemachtig, wat heb ik gezegd? En daarna wist ik dat het de waarheid was.’

Tevens verschenen op de Filosofiekalender © Veen Media

Reacties

... zulke dingen als het stellen van vragen of het doen van mededelingen zijn op een volkomen overeenkomstige manier aan regels onderworpen handelingen als het maken van een doelpunt bij voetbal of het uitvoeren van een paardensprong bij schaak.

John Searle in ‘Wat is een taalhandeling?’ (1965, 1981)

Alles wat wij zeggen of schrijven heeft niet alleen een bepaalde structuur (grammatica) en betekenis (semantiek), maar het heeft ook altijd het karakter van een handeling, een daad (pragmatiek). In een gesprekssituatie zijn er met de uiting van een spreker zelfs vele handelingen verbonden. Hij beweegt kaak en tong om klanken voort te brengen. Hij doet dingen die behoren tot de klasse van bijvoorbeeld het op de hoogte stellen, ergeren of vervelen van de luisteraar. Daarnaast refereert hij vaak aan mensen of plaatsen. Maar ook verricht hij met het spreken een of meer illocutionaire handelingen (Austin). De Amerikaanse filosoof John R. Searle (geb. 1932) onderscheidt vijf categorieën:

1. ‘beweerders’, waarbij de spreker zich vastlegt op de (on)waarheid van een bewering, bijvoorbeeld door iets mee te delen of te ontkennen;

2. ‘stuurders’, waarbij de spreker probeert de luisteraar ertoe te brengen iets te doen, bijvoorbeeld door een bevel of advies te geven;

3. ‘binders’, waarbij de spreker zelf de verplichting op zich neemt iets te doen, bijvoorbeeld door iets te beloven of te garanderen;

4. ‘uitdrukkers’, waarbij de spreker zijn gemoedstoestand, zoals vreugde of spijt, tot uitdrukking brengt;

5. ‘verklaarders’.

Deze laatste categorie is een bijzondere, want hiermee ‘brengt’ de spreker de werkelijkheid ‘in overeenstemming met’ wat hij zegt. Je kunt hierbij denken aan iemand ontslaan of juist aanstellen. Door te zeggen ‘je bent ontslagen’ wordt dat ook daadwerkelijk het geval. Andere voorbeelden zijn dopen en welkom heten.

Tevens verschenen op de Filosofiekalender © Veen Media
Reacties

Het wezen van de rede bestaat er niet in voor de mens een grondslag en vermogens veilig te stellen, maar hem onder kritiek te plaatsen en tot rechtvaardigheid te manen.

Emmanuel Levinas in Totaliteit en oneindigheid (1961)

Het werk van de Joods-Franse denker van Litouwse afkomst Emmanuel Levinas (1906–1995) vormt een bijzonder ‘tegengeluid’ in de filosofie. In de afgelopen eeuwen gingen steeds meer filosofen zich vooral bezighouden met het zoeken van het fundament van de ‘rede’ (het begripsvermogen) en andere menselijke vermogens als de waarneming en de moraal. In feite waren ze voortdurend bezig zichzelf en hun uitspraken te rechtvaardigen.
In zijn zeer diepzinnige, en daarom nogal moeilijk te doorgronden hoofdwerk Totaliteit en oneindigheid komt Levinas tot een omkering van de filosofie. Die vertrekt niet vanuit de (zelf)reflectie, maar vanuit de ervaring van het ‘gelaat van de ander’, onze ‘naaste’ die met zijn blik zegt: ‘dood me niet.’ De filosofie heeft dan slechts tot taak om de consequenties van die ervaring te onderzoeken. Dan blijkt bijvoorbeeld dat het feit dat wij überhaupt taal (kunnen) gebruiken ook afhankelijk is van het feit dat wij er voor de ander zijn. En denk ook niet dat de kwetsbare ander, die ons ‘maant’ tot rechtvaardigheid, onze gelijke is. Hij, maar even vaak zij, is onze leermeester.

Tevens verschenen op de Filosofiekalender © Veen Media
Reacties

Wat we zeggen legt ons veel uitgebreidere verplichtingen op dan we zouden willen – genoeg om het langzamer aan te doen en na te denken voor we iets zeggen.

Bruno Latour in An inquiry into modes of existence (2013)

Al sinds zijn eerste ‘veldonderzoek’ naar het ‘leven in het laboratorium’ (Laboratory life, met Steve Woolgar, 1979) probeert filosoof en ‘wetenschapsantropoloog’ Bruno Latour (geb. 1947) te begrijpen waarom er zo’n groot onderscheid zit tussen wat de moderne mens doet en wat hij zegt dat hij doet. Zo zeggen de Modernen bijvoorbeeld aan zuivere wetenschap te doen, maar voor hun artikelen gebruiken ze technieken uit de romankunst en de ‘feiten’ waarvan ze spreken zijn het resultaat van een complex politiek spel.
Inmiddels is Latour zelf van strategie veranderd, omdat hij heeft ontdekt dat er diepe, maar tegenstrijdige filosofische overtuigingen zijn die de moderne mens ervan weerhouden zich rekenschap te geven van wat hij doet. En dat laatste is hard nodig gezien de ecologische crisis. Vandaar dat Latour voorstelt over verschillende ‘bestaanswijzen’ te spreken, en het oude onderscheid tussen woorden en dingen, taal en zijn, opnieuw te doordenken. Dan kunnen we inzien dat wat wij zeggen over wat er wel of niet bestaat, grote consequenties heeft voor de werkelijkheid om ons heen en dus vraagt om rustige reflectie. Aan de andere kant krijgen we door dat ‘ontologische pluralisme’ wel een rijkere, meer verscheiden kosmos.


Tevens verschenen op de Filosofiekalender © Veen Media

Reacties

Wie psychische eigenschappen toeschrijft aan delen van een dier die alleen van toepassing zijn voor het (handelende) dier als een geheel, gebruikt een mereologische drogreden.

Harry Smit & Peter M.S. Hacker in Seven Misconceptions About the Mereological Fallacy: A Compilation for the Perplexed (2013)

Wittgenstein beschouwde filosofie als niet meer dan een vorm van therapie tegen begoocheling door de taal. De Britse filosoof en Wittgenstein-kenner Peter Hacker (geb. 1939) gebruikt diens ‘behandelmethode’ in het debat over de relatie tussen hersenen en gedrag of bewustzijn. Hij analyseert het werk van zogenaamde ‘neurofilosofen’, die allerlei eigenschappen van mensen (denken, redeneren, kiezen, waarnemen, etc.) toeschrijven aan hun hersenen, waarbij voor de rest van de mens geen andere rol lijkt weggelegd dan als ‘vat’ en willoze uitvoerder van zijn darwinistische brein.
Mereologie is de leer van de deel-geheelrelaties. Een mereologische drogreden is gebaseerd op een onjuist beeld van de verhouding tussen deel en geheel. Strikt beschouwd, want dat doen analytische filosofen, is het overigens geen echte ‘drogreden’, want het is geen (ongeldige) argumentatie, maar een ongeoorloofde bewering. Maar aangezien die wel verregaande consequenties heeft voor het verdere debat over de relatie tussen geest en lichaam, mag het van Smit en Hacker wel zo worden genoemd.

Tevens verschenen op de Filosofiekalender © Veen Media
Reacties

De vriendschap is een kapitaal waarvan de rente nooit verloren gaat.

Johann Georg Hamann in ‘An J.G. Lindner, 1756’ (1905)

Kierkegaard noemde de Duitse filosoof Johann Georg Hamann (1730–1788) ‘zonderling’ (maar dat bedoelde hij als een compliment!). Hamann was afkomstig uit Koningsbergen, de stad waar Immanuel Kant – letterlijk – zijn hele leven doorbracht en wordt gerekend tot de ‘geloofsfilosofen’, samen met onder anderen Schleiermacher en Herder.
Onder invloed van David Hume stelde Hamann zich op het standpunt dat de filosofie moet uitgaan van de zintuiglijk ervaren werkelijkheid. Met name Hamann’s opvatting dat wij als mensen eerst en vooral geboren worden in een ‘taalwerkelijkheid’, die vervolgens ons denken bepaalt, is opmerkelijk. In zijn nadruk op de fundamentele betekenis van ons spraakvermogen, wijst hij vooruit naar 20ste-eeuwse taalopvattingen van bijvoorbeeld Wittgenstein, maar ook van de structuralisten.
Zijn visie op de vriendschap als kapitaal, sluit aan bij een andere, nog recentere, opvatting (van bijvoorbeeld managementgoeroe Stephen Covey) dat wij mensen bij elkaar een ‘emotionele bankrekening’ hebben. Als je te veel van het kapitaal ‘opneemt’ (door gunsten te vragen of iemand te benadelen), kan dat ten koste gaan van de vriendschap, en dan lopen de rente-inkomsten ook terug ...

Tevens verschenen op de Filosofiekalender © Veen Media
Reacties

Wie zich niet alleen pessimist noemt, maar het ook inderdaad is, zal over dat feit het minst spreken.

Menno ter Braak, ‘Aanvaardend pessimisme’ (Verzameld werk. Deel 7 (1951))

Alleen al door taal te gebruiken geeft de pessimist blijk van optimisme over de mens en zijn cultuur, aldus Menno ter Braak (1902-1940). Het gebruiken van taal betekent immers dat je nog steeds deel wilt uitmaken van de gemeenschap van mensen en daar met je woorden invloed op wilt uitoefenen. Schrijvers en denkers die ontgoocheld, vermoeid of sceptisch klagen over de teloorgang of de illusie van de mensheid en de beschaving, zullen in hun werk daarom altijd een ‘tegenkant’ laten zien, waarmee ze toch nog een ‘positieve verhouding tot het bestaan zoeken’. Als voorbeelden van mogelijke houdingen van deze zelfverklaarde aanhangers van de Weltverneinung noemt Ter Braak de ‘kracht van de burgermanshaat’ en het ‘genot van de uitzonderingspositie’. Er is echter volgens hem ook nog een andere mogelijkheid, die wellicht tragisch, maar ook wat heldhaftiger is: het besef dat je ondanks alle desillusie en teleurstelling toch een aardbewoner bent, en ook al ben je dan geen ‘levensgenieter’, toch alleen al daarom ook deel hebt aan wat die aarde wel aan ‘vreugden’ biedt. Als je de betrekkelijkheid en vergankelijkheid van maatschappelijke conventies hebt doorzien, is er misschien een soort aardse mystiek mogelijk, al is het zonder ‘extatisch gezwijmel’.

Tevens verschenen op de Filosofiekalender © Veen Media

Reacties

Hoe gemakkelijk wordt een mens er niet toe verleid aan zichzelf te denken in abstracte zin, in plaats van aan die ontstellende concreetheid die hij is.

Søren Kierkegaard in Papirer (XI 2 A 88 en 235)

Hoewel het ook volgens Kierkegaard de taal is die de mens onderscheidt van het dier, is het ook een feit dat de mens gemakkelijk op het verkeerde spoor komt omdat zijn opvoeding en opleiding in de vorm van taal plaatsvindt. Omdat de taal iets abstracts is, kan de mens zich gemakkelijk inbeelden dat hij iets waarvoor hij het woord weet ook feitelijk kent. Dat geldt op het natuurwetenschappelijke en esthetische vlak, maar het wordt pas echt erg als dat in de ethiek gebeurt. De geest van het goede kan alleen in de enkeling gestalte krijgen. Maar er zijn vele krachten die de mens tot massa, tot ‘publiek’ willen maken. Zo heeft de ‘dagbladjournalistiek’ volgens Kierkegaard tot doel om ‘ons allen tot exemplaren te doen ontaarden’. En ook de Deense Staatskerk leeft van de macht van het getal van de ‘miljoenen christenen’. De abstracties van het theoretische denken of het burgerlijke christendom zijn dus een bedreiging voor de ethische ontwikkeling van de eenling. Hij beveelt daarom aan om net als Pythagoras het onderricht steeds te beginnen met ‘een stille bezinning op het concrete’.

Tevens verschenen op de Filosofiekalender © Veen Media

Reacties

Meer gedachten


Logo mini

begeleiding bij bezinning

filosofisch consult

socratisch gesprek

moreel beraad