Aandacht
Aansprakelijkheid
Aanvaarding
Aarde
Absolutisme
Absurde
Afrika
Agnosticisme
Alchemie
Alleen-zijn
Amerika
Analyse
Ander
Angst
Antropoceen
Antropologie
Aporie
Arbeid
Architectuur
Argumenten
Armoede
Art deco
Ascese
Atheïsme
Authenticiteit
Autobiografie
Autonomie
Autopoïese
Bedrijfsleven
Begeerte
Begrijpen
Begrippen
Behaviorisme
Belangeloosheid
Belangen
Beschaving
Bescheidenheid
Bestaan
Bestemming
Betekenis
Beweging
Bewustzijn
Bezinning
Bezonnenheid
Bibliotheek
Bibliotherapie
Bijbel
Bildung
Biologie
Blijmoedigheid
Blinde vlek
Boeddhisme
Boeken
Boosheid
Brein
Bulverisme
Burgerschap
Burn-out
Categorische imperatief
Chaos
Christendom
Coaching
Cogito
Cognitie
Communicatie
Communisme
Computer
Concentratie
Conditionering
Constructivisme
Consumeren
Contemplatie
Creativiteit
Cultuur
Cultuurfilosofie
Cybernetica
Cynisme
Dagelijks leven
Darwinisme
Definitie
Definitie van de situatie
Democratie
Denkbeelden
Denken
Depressie
Deskundigheid
Determinisme
Deugden
Deugdenethiek
Deugdzaamheid
Dialoog
Dierenrechten
Dilemma
Ding-in-zichzelf
Diplomatie
Discipline
Dood
Doodsangst
Dorst
Drogredenen
Dromen
Dubbelzinnigheid
Dunning-Kruger-effect
Duurzaamheid
Dwaasheid
Ecologie
Economie
Eenzaamheid
Eerlijkheid
Eeuwigheid
Egoïsme
Eigenbelang
Eigenheid
Eigenliefde
Eindigheid
Elementen
Emergentie
Emoties
Empathie
Empirisme
Epicurisme
Epistemologie
Erotiek
Ervaring
Essay
Esthetiek
Ethiek
Eudaimonia
Euthanasie
Evangelie
Evolutie
Existentialisme
Existentie
Experiment
Faidros
Falen
Fanatisme
Feiten
Fenomenologie
Filosofen
Filosoferen in organisaties
Filosoferen met kinderen
Filosofie
Filosofisch café
Filosofisch consult
Filosofische praktijk
Filosofische vraag
Fortitudo
Frankrijk
Fundamentalisme
Fysiologie
Gebed
Gebod
Geboorte
Gedachten
Gedrag
Gedragswetenschap
Geest
Geestelijke gezondheid
Geesteswetenschappen
Geheugen
Gelatenheid
Geld
Geloof
Geluk
Gelukzaligheid
Gematigdheid
Gemeenschap
Gemeenschappelijkheid
Gemoedsrust
Genot
Geschiedenis
Gesprek
Geven
Gevoelens
Geweld
Gewoonten
Gezondheid
Gnostiek
God
Goed
Goede leven
Grondeloosheid
Haat
Handelen
Hartstochten
Hebben
Heden
Hedonisme
Held
Helpen
Hermes
Hilberts paradox
Hoop
Humanisme
Huwelijk
Hybris
Hypothese
Idealen
Idealisme
Ideeën
Identiteit
Ik
Illocutionaire handelingen
Individualisme
Individualiteit
Instinct
Integratie
Integriteit
Interpretatie
Intersubjectiviteit
Introspectie
Inzicht
Ironie
Isolement
Iustitia
Jaïnisme
Jodendom
Jona
Kapitalisme
Karakter
Kennis
Keuzes
Kijken
Kitsch
Koningschap
Kredietcrisis
Kritiek
Kunst
Kwaad
Kwaliteit
Kwantumfysica
Kwetsbaarheid
Leefregels
Leibniz
Leiderschap
Leren
Leugen
Leven
Levensbeschouwing
Levensfilosofie
Levenskunst
Levensvorm
Levenszorgen
Lezen
Lichaam
Liefde
Lijden
Literatuur
Logica
Logos
Logotherapie
Luisteren
Maaltijd
Maatschappij
Macht
Markt
Marktdenken
Marxisme
Massa
Massamedia
Materialisme
Medelijden
Mediatie
Meerduidigheid
Meesterschap
Mens
Mens en dier
Mens-zijn
Mensapen
Menselijkheid
Mensenkennis
Mensheid
Metafysica
Methode
Midlifecrisis
Minderwaardigheidscomplex
Mindfulness
Missie
Mode
Modernisering
Moderniteit
Moed
Moedeloosheid
Monniken
Moraal
Moraliteit
Mystiek
Naastenliefde
Namen
Nataliteit
Nationalisme
Natuur
Natuurwetenschap
Nazisme
Nederigheid
Neoplatonisme
Neurofilosofie
Niets
Noodlot
Nut
Object
Objectiviteit
Offer
Oidipous
Onbewuste
Onderscheiding
Onderwijs
Oneindigheid
Ongemak
Onmenselijkheid
Onsterfelijkheid
Onthaasting
Onthechting
Ontologie
Ontroering
Ontspanning
Onverschilligheid
Onwetendheid
Onzekerheid
Oorlog
Oprechtheid
Optimisme
Opvoeding
Orde
Organisaties
Organismen
Ouderen
Paradigma
Paradigmawisseling
Paradox
Perfectie
Persoon
Persoonlijkheid
Pessimisme
Phaedrus
Pijn
Placebo-effect
Plichtethiek
Poëzie
Politici
Politiek
Politieke filosofie
Positivisme
Postmodernisme
Pragmatiek
Pragmatisme
Praktische filosofie
Principes
Procesfilosofie
Procestheologie
Profeet
Prudentia
Psychiaters
Psychiatrie
Psychoanalyse
Psychofarmaca
Psychologen
Psychologie
Psychose
Psychotherapie
rationalisme
Rationaliteit
Rationeel-emotieve therapie
Realisme
Rechtschapenheid
Rechtvaardigheid
Reclame
Rede
Redelijkheid
Reductie
Reductionisme
Reflectie
Reflexiviteit
Regels
Relativisme
Relativiteit
Religie
Respect
Retorica
Revolutie
Ritme
Ruimte
Salutogenese
Samenleving
Samenwerking
Samoerai
Scepsis
Scepticisme
Schaamte
Schilderkunst
Schizofrenie
Scholing
School
Schoonheid
Schrift
Schrijven
Schuldgevoel
Sciëntisme
Seksualiteit
Sereniteitsgebed
Slaap
Sociaal contract
Socialisme
Sociologie
Socratisch gesprek
Solipsisme
Solutionisme
Speculatie
Speltheorie
Spijt
Spiritualiteit
Staat
Sterfelijkheid
Sterven
Stoa
Stoelgang
Stoïcisme
Strategie
Stress
Subject
Subjectiviteit
Taal
Taalspel
Tao
Taoïsme
Techniekfilosofie
Technologie
Tegenslag
Televisie
Temperantia
Terre des Hommes
Theodicee
Theologie
Theorie
Therapie
Thomas
Tijd
Timemanagement
Toekomst
Tolerantie
Totalitarisme
Transcendente meditatie
Transcendentie
Twijfel
Utilitarisme
Utopie
Vaderschap
Veerkracht
Veiligheid
Verandering
Verantwoordelijkheid
Verbeelding
Verbijstering
Verdriet
Vergelijking
Vergeving
Vergevingsgezindheid
Vergissen
Verlangen
Verleden
Verlichting
Verliefdheid
Vernietiging
Verslaving
Verstand
Verstrooiing
Vertalen
Vertrouwen
Verveling
Verwachtingen
Verwondering
Vijand
Visie
Volkomenheid
Voltooiing
Volwassenheid
Voortreffelijkheid
Vorming
Vragen
Vrede
Vriendschap
Vrije tijd
Vrije wil
Vrijheid
Vrijheid van meningsuiting
Vrouwenemancipatie
Waanzin
Waarde
Waarden
Waarheid
Waarneming
Wachten
Walging
Wandelen
Wanhoop
Wantrouwen
Ware weg
Wereld
Werk
Werkelijkheid
Wet
Weten
Wetenschap
Wetenschapsfilosofie
Wetenschapssociologie
Wijsgerige antropologie
Wijsheid
Wil
Wilskracht
Wiskunde
Woe wei
Woede
Wolf
Wonder
Woorden
Wraak
Zekerheid
Zelf
Zelfbeheersing
Zelfbewustzijn
Zelfkennis
Zelfmoord
Zelfoverschatting
Zelfvertrouwen
Zelfzorg
Zelfzuchtigheid
Zen
Zenboeddhisme
Ziekte
Ziel
Zien
Zijn
Zin
Zinloosheid
Zintuigen
Zitten
Zonde
Zwaardvechten
Zwaarmoedigheid
Zwaartekracht

Wijsheid is het hoofdbestanddeel van het geluk. / Een leven in onwetendheid is uiterst aangenaam.

Sophokles in Antigone (1328) / Ajax (550)

In zijn Bespiegelingen over levenswijsheid breekt Arthur Schopenhauer (1788-1860) zich het hoofd over de vraag wie het gelukkigst is. Aan de ene kant heeft iemand die ‘innerlijk rijk’ is verder weinig nodig aan materiële zaken, aanzien of macht. Maar wie intellectueel begaafd is, is ook bijzonder gevoelig voor alle vormen van pijn. En zijn geestelijke grootheid vervreemdt hem van de meeste andere mensen. Daarom zegt men ook wel dat de ‘geestelijk minst bedeelden’ juist het gelukkigst zijn.
Zoals vaak gaat Schopenhauer graag te rade bij de klassieken. En dan stuit hij op diametraal tegenover elkaar liggende uitspraken, zoals die van Sophocles in de twee citaten. Maar ook als je de Bijbel erop naslaat, vind je bijvoorbeeld bij Prediker zowel ‘het leven van de dwaas is erger nog dan de dood’, als ‘want in veel wijsheid is veel verdriet’. Schopenhauer wil daarom het definitieve oordeel over deze kwestie graag aan de lezer overlaten.

Tevens verschenen op de Filosofiekalender © Veen Media

Reacties

Laat niemand wanneer hij jong is het beoefenen van de filosofie uitstellen, en laat ook niemand wanneer hij oud is het filosoferen moe zijn.

Epicurus in Brief aan Menoikeus

De Griekse filosoof Epicurus (341–270 v.C.) wordt gezien als de grondlegger van het hedonisme, de leer dat het genot het hoogste goed is. Maar bij hem betekent dat niet de bevrediging van verlangens, maar de afwezigheid van angst, onlust en pijn. Zijn ethiek heeft Epicurus neergelegd in een brief aan Menoikeus, die ook wel de ‘Brief over het geluk’ wordt genoemd.
De brief begint met de geciteerde oproep tot ‘een leven lang filosoferen’. De reden dat wij nooit mogen stoppen met het vergaren van wijsheid is volgens Epicurus dat wij van jong tot oud voortdurend bezig moeten zijn met het onze geestelijke gezondheid. Voor Epicurus is filosofie dus een soort zelftherapie waar nooit een einde aan komt. Daarbij gaat het om het te boven komen van psychisch lijden, maar ook om een positief omschreven doel: ‘Wie beweert dat de tijd om te filosoferen nog niet is aangebroken, of dat deze tijd al achter hem ligt, is als iemand die zegt dat het nog geen tijd is voor het geluk of dat die tijd al voorbij is.’

Tevens verschenen op de Filosofiekalender © Veen Media

Reacties

Een man zonder enige ervaring met de wijsbegeerte zal altijd anderen aansprakelijk stellen voor zijn tegenslagen, een beginnend filosoof zichzelf, een volleerd wijsgeer echter geen van beiden.

Epictetus (of Epiktetos) in Zakboekje – Wenken voor een evenwichtig leven (1995)

Vroeger, heel vroeger was wijsbegeerte nog geen academische opleiding (met een beperkt beroepsperspectief), maar een wezenlijk verlangen van elke vrije burger. Men wist toen namelijk dat ‘niet de dingen zelf de mensen van streek maken, maar hun denkbeelden erover’, zoals de stoïcijnse filosoof Epictetus (ca. 50–130 n.Chr.) het formuleerde. Het was dus zaak de juiste denkbeelden te hebben, opdat je niet meer van streek raakte. En ‘de juiste denkbeelden ontwikkelen’, dat is een hele aardige definitie van filosoferen. Zo’n juist denkbeeld is volgens Epictetus dat wij noch anderen noch onszelf aansprakelijk moeten stellen voor onze tegenslagen, alleen onze opvattingen, want die bepalen dat wij iets als tegenslag zien.

Tevens verschenen op de Filosofiekalender © Veen Media

Reacties

De koning is 729 keer gelukkiger dan de dictator.

Plato in De staat (587e)

In De staat (Politeia) stelt Plato (ca. 427-347 v.Chr.) dat de ideale leider van zijn ideale staat de filosoof-koning is. Als filosoof weet hij wat rechtvaardigheid is, en het was de onrechtvaardigheid van de Atheense samenleving die had geleid tot de terdoodveroordeling van zijn leermeester Socrates. De filosoof-koning moet natuurlijk een gedegen opleiding krijgen, maar dan is hij in staat om de alleenheerschappij te voeren over de wachters (die garant staan voor de veiligheid) en het gewone volk.
Elders in De staat komt Plato in een ingewikkelde berekening tot de conclusie dat de dictator 729 keer zo ongelukkig is als de koning-filosoof. De dictator kent maar twee (‘onwettige’) genoegens, seksuele lust en macht, terwijl het slechts legitiem is om te verlangen naar wijsheid. Doordat de rechtvaardigheid de drie delen van de ziel (intellect, wil en lust) tot harmonie brengt, leeft de filosoof-koning in drie dimensies. Na nog wat berekeningen komt Plato tot een afstand van drie tot de macht zes (= 729), wat voor de pythagoreeërs een heilig getal was.

Tevens verschenen op de Filosofiekalender © Veen Media

Reacties

Hoe meer mensen kunnen lezen, hoe meer analfabeten je krijgt.

Frans Breukelman, geïnterviewd in De Stem, 19 maart 1988

Het blijft een wonderlijk gegeven dat enkele van de grote wijsheidsleraren uit zeer uiteenlopende tradities – Socrates, Jezus van Nazareth, Lao Tse (of Laozi) – zelf niet of nauwelijks een woord op papier hebben gezet. Wilden zij niet dat hun woorden ‘ver-eeuwigd’ werden? Misschien had het te maken met hun doelstelling. Hun spreken was niet, over de hoofden van hun toehoorders heen, gericht op latere generaties en ‘doelgroepen’. Zij wilden met hun woorden het leven van hun concrete gesprekspartners veranderen.
Dominee Frans Breukelman windt zich op over nieuwe Bijbelvertalingen, zoals die van de zogenaamde Groot Nieuws Bijbel met als ondertitel ‘vertaling in omgangstaal’. Zodra er geen onderscheid meer bestaat tussen het spreken van profeten en apostelen en dat van gewone mensen in een willekeurig tijdsgewricht, kunnen zij de woorden niet meer horen. Hij betreurt soms zelfs de uitvinding van de boekdrukkunst: ‘Het ergste wat het levende Woord kon overkomen, was dat het in drukletters werd gevangen.’ Hij breekt dan ook een lans voor de oude Statenvertaling uit 1635, waarin zo letterlijk mogelijk werd vertaald en waar nodig nieuwe taal werd geschapen. Dat is precies het omgekeerde van wat Luther en latere vertalers deden die de taal van het volk van hun tijd volgden in plaats van die te bepalen.

Tevens verschenen op de Filosofiekalender © Veen Media

Reacties

Sapere aude – heb de moed om wijs te zijn

Horatius in Epistulae I,2,40

Letterlijk betekent de uitspraak sapere aude van de Romeinse dichter Horatius (65–8 v.Chr.) ‘durf te weten’. Deze aansporing nam Immanuel Kant over in zijn programmatische Beantwortung der Frage: Was ist Aufklärung? (1784). Daarmee werd het het motto van de Verlichting. Voor Kant ging het erom dat de mens zijn onmondigheid liet varen en niet meer alles aannam waarvan de autoriteiten uit heden en verleden zeiden dat het waar was. De vertaling ‘heb de moed om wijs te zijn’ is ontleend aan Friedrich Schiller die het een ‘veelbetekenende uitdrukking’ van een ‘oude wijze’ noemt.
Zelf denken en kennis vergaren, en je niet op anderen verlaten, maakt je wel eenzaam. Volgens de Duitse filosoof Schopenhauer in Bespiegelingen over levenswijsheid wordt de moed om ‘eigenwijs’ te zijn met het klimmen der jaren echter steeds ‘gemakkelijker en vanzelfsprekender’. Hij ziet het als het lot van ‘alle superieure geesten’ dat ze eenzaam zijn. Maar ‘als men boven de zestig komt, is de hang naar eenzaamheid ronduit natuurlijk’.

Tevens verschenen op de Filosofiekalender © Veen Media

Reacties

Wijsheid kruipt tevoorschijn uit een mierenhoop.

Afrikaans spreekwoord

Een van de pioniers op het gebied van het socratisch gesprek in Nederland is filosoof Jos Kessels (1948). In zijn boek Socrates op de markt (1997) citeert hij het genoemde Afrikaanse spreekwoord om het gebeuren in een socratisch gesprek te karakteriseren. Een socratisch gesprek probeert aan de hand van een concreet voorbeeld antwoord te vinden op een filosofische vraag in de vorm van een of meer algemene principes. Maar ook in een systematische, begeleide dialoog als het socratisch gesprek komen allerlei feiten, details, argumenten, redeneringen, standpunten en overwegingen aan de orde. Wat de boel bij elkaar houdt, is steeds: ‘Wat is wijsheid in dit concrete voorbeeld? Wat zijn in deze wirwar de belangrijkste overwegingen, regels of principes?’
Dit is een hele concrete manier om te komen tot ‘visie’, een woord dat in politiek, maatschappij en bedrijfsleven zo vaak wordt gebezigd dat het soms ergernis opwekt. Dat die visie in een socratisch gesprek wordt ontwikkeld aan de hand van een concrete politieke, maatschappelijke, organisatorische of persoonlijke gebeurtenis, maakt dat visie dan meer wordt dan ‘verbalisme’. En juist daarom is het mogelijk om tot consensus (of ‘vruchtbare dissensus’) te komen.

Tevens verschenen op de Filosofiekalender © Veen Media

Reacties

Droge ziel: de meest wijze en de beste.

Herakleitos in Over de natuur/De ziel, het gemoed, de verandering in ons (in wikibooks; oktober 2009, vertaling D.M.F. Casimiri)

De Griekse filosoof Herakleitos (ca. 540-480 v.C.) wordt wel ‘de duistere’ genoemd. Hij is beroemd om zijn uitspraken dat ‘alles stroomt’ en dat je geen twee keer in dezelfde rivier kunt stappen, maar doordat slechts fragmenten bewaard zijn gebleven, zijn de meeste van zijn uitspraken in al hun compactheid soms moeilijk te duiden. Zo vervolgt het fragment over de rivier met de uitspraak ‘maar ook zielen dampen uit het vochtige op’. Zoals Thales meende dat het oerelement water was, beschouwt Herakleitos het vuur als de belichaming van alle veranderingen in de kosmos. Het wezen van de verandering in individuele dingen noemt hij ‘de ziel’, wat bij de mens ‘het gemoed’ wordt. De zielen zijn allemaal onderhevig aan een proces van ontstaan en vergaan, waarbij zij uit water ontstaan, als vuur leven en door water vergaan. De suggestie wordt gewekt dat er een soort kringloop is, waarbij de in water opgeloste (‘dode’) zielen daaruit als damp herboren worden. In het algemeen geldt dat de beste en meest wijze ziel een droge lichtstraal is. Als iemand dronken is, heeft hij vocht in zijn ziel, en moet hij, wankelend en niet beseffend waar hij heen gaat, worden geleid door een kind.

Tevens verschenen op de Filosofiekalender © Veen Media

Reacties

Meesterschap is de karaktertoestand die ervoor zorgt dat iemand de juiste keuzes maakt ...

Aristoteles in Ethica Nicomachea (1106 b 36)

Volgens de Griekse denker Aristoteles (384–322 v.Chr.) is meesterschap (of deugd) dus een vast gedragspatroon dat iemand zich eigen heeft gemaakt, en wel zo dat hij bij zijn keuzes een middenweg kiest tussen wat voor hem ‘een teveel of een te weinig’ zou zijn. Verder moeten die keuzes gebaseerd zijn op een redelijk principe, namelijk dat waar iemand met praktische wijsheid naar zou handelen.
Als je één keer een juiste beslissing neemt, wil dat nog niet zeggen dat je een meester bent. Om dat meesterschap te bereiken moet je je oefenen in het goed of deugdzaam leven. Dat doe je in de eerste plaats door steeds goed na te denken over de keuzes die je daadwerkelijk hebt gemaakt en of die overeenkomen met de maatstaven die je wilt hanteren. Om wat in een bepaald geval het juiste midden voor je is, moet je volgens Aristoteles nagaan wat in de gegeven situatie te veel zou zijn (bijv. roekeloosheid) en wat te weinig (bijv. apathie). In het midden ligt de moed, en die moet je dan dus betonen.

Tevens verschenen op de Filosofiekalender © Veen Media

Reacties

Enige tijd geleden drong het tot mij door dat de wijste mensen die ik ken, allemaal één ding gemeen hebben: ze zijn gulzig op zoek naar wijsheid.

Jeff Myers in Finding the wise people (2001, lifeway.com)

Leiderschapscoach Jeff Myers geeft zelf toe dat het voor de hand lijkt te liggen, maar voegt daaraan toe dat het dat niet is. Je moet namelijk nederig te zijn om bij anderen te rade te gaan, en dus voortdurend vechten tegen je eigen trots en zelfgenoegzaamheid.

Myers heeft nog een tip hoe je kunt uitvinden welke ‘Salomo’s’ er in je omgeving zijn. Je moet de volgende vragen stellen:
  • Wie weet wat jij moet weten?
  • Wie doet wat jij graag wilt doen?
  • Wie kent jou beter dan jijzelf?
  • Wie geeft je eerlijke, constructieve feedback?
  • Wie kan je bemoedigen en begeleiden?
Als je antwoord hebt gevonden op deze vragen, moet je uitvinden hoe je van deze mensen kunt leren. Hun boeken lezen, kijken wat ze doen, e-mailen, bellen, met ze gaan lunchen, en vooral: vragen stellen.
Tevens verschenen op de Filosofiekalender © Veen Media
Reacties

Jezus zegt: Heb Uw broeder lief als Uw ziel, behoed hem als de appel van uw oog.

Het Evangelie van Thomas (uit het Koptisch vertaald en toegelicht door Gilles Quispel (2004))

Het was koningin Juliana die via de toenmalige minister van Buitenlandse Zaken een goed woordje liet doen bij de Egyptische autoriteiten voor de Nederlandse theoloog Gilles Quispel (1916-2006). Quispel wilde toegang krijgen tot de eind jaren veertig gevonden Nag Hammadi-codices en het was zijn overtuiging dat deze geschriften zonder tussenkomst van Juliana ‘nu nóg in die koffer lagen in het Koptisch Museum in Cairo, en inmiddels waarschijnlijk door de insecten waren opgevreten’.
Een van de belangrijkste boeken, die Quispel zelf vertaalde uit het Koptisch, was het zogenaamde Thomas-evangelie. Uit het commentaar bij de vertaling die hij enige jaren voor zijn dood publiceerde, blijkt dat hij niet alleen een geleerde, maar ook een betrokken ‘gelovige gnosticus’ is. Hij is op zoek naar de ware woorden van Jezus, die volgens hem eerder een wijsheidsleraar dan een halfgod was. Volgens Quispel blijkt onder andere uit het citaat dat het christendom tussen de vele mysteriereligies, de enige met een sociale kant was: ‘En daarom won het.’

Tevens verschenen op de Filosofiekalender © Veen Media
Reacties

... echte nederigheid / De hoogste deugd, moeder van allemaal

Alfred, lord Tennyson in ‘The Holy Grail’ uit Idylls of the King (1859-1885)

Er zijn verschillende klassieke rijtjes deugden, oftewel ‘gesteldheden die weten te kiezen en het op ons afgestemde midden houden, hetwelk bepaald wordt door de rede en wel zo, als de verstandige mens dat zou bepalen’ (Aristoteles, Ethica Nicomachea, boek 2, hoofdstuk 6). Om te beginnen zijn er de vier kardinale deugden van de klassieke oudheid: wijsheid, rechtvaardigheid, gematigdheid en moed. En dan zijn er de christelijke deugden van geloof, hoop en liefde (‘maar de grootste daarvan is de liefde’, 1 Kor. 13:13), die in de katholieke traditie worden gecombineerd met de klassieke deugden tot de tegenhangers van de zeven hoofdzonden.
In de Griekse tragedies is de grote zonde die de held ten val brengt vaak hybris, overmoed of hoogmoed, met name ten opzichte van de goden. In de eerdergenoemde traditie staat daar de deugd van de (Griekse) phronesis of (Latijnse) prudentia tegenover, die behalve als wijsheid ook wel vertaald worden als voorzichtigheid of verstandigheid. In die laatste betekenissen klinkt nog sterker de verwantschap met nederigheid door: weten wat je te doen staat, maar ook wanneer je je plaats moet kennen. Misschien is dat wel de verklaring voor de bevinding (Pelin Kesebir in Journal of Personality and Social Psychology, april 2014) dat wie nederig is, minder angst voor de dood kent.

Tevens verschenen op de Filosofiekalender © Veen Media
Reacties

Wisdom and knowledge shall be the stability of thy times [wijsheid en kennis zullen de vaste grond van uw tijd zijn]

Tekst op het portaal boven de ingang tot het RCA building, New York, gemaakt door Lee Lawrie, 1934

Boven de ingang van Rockefeller Plaza 30 prijkt een bas-reliëf genaamd Wisdom van de Amerikaanse art-decobeeldhouwer Lee Lawrie (1877–1963) met daarop een Mozesachtige figuur met in zijn hand een soort meetinstrument. De tekst onder en achter de afbeelding is afkomstig uit het Bijbelboek Jesaja (33:6). In het oorspronkelijke ontwerp zou Wijsheid staan voor God, maar op instigatie van opdrachtgever Rockefeller zelf werd het beeld ‘ontgoddelijkt’. Geleerden menen dat Lawrie het 19de-eeuwse schilderij van William Blake ‘The Age of Days’ plagieerde, maar hij gaf er zeker zijn eigen draai aan, en nu is het een van de meest emblematische iconen van de art deco.
Je zou soms willen dat je het Hebreeuws beheerste want als je een vertaling zoekt van deze tekst uit de King James-Bijbel over de bevrijding van Jeruzalem, kun je hem moeilijk met een dergelijke afbeelding en betekenis verbinden. In de Nieuwe Bijbelvertaling staat bijvoorbeeld: ‘Hij is ons houvast, zolang wij leven. Wijsheid en toewijding leiden tot redding, ontzag voor de HEER is Sions rijkdom.’ In de afbeelding lijkt de god zelf de wijze die met visie en wetenschap zorgt voor een stabiele orde.

Tevens verschenen op de Filosofiekalender © Veen Media
Reacties

Het is dus uitgesloten dat men gelukkig zou zijn, als men niet wijs en goed is.

Socrates tegen Alcibiades in de dialoog Alcibiades I (134a) van Plato (?)

In de oudheid werd deze dialoog beschouwd als de beste inleiding tot het platoonse denken, maar in 1836 betoogde de Duitse filosoof Friedrich Schleiermacher dat Plato niet de auteur kon zijn. De geleerden zijn het er nog altijd niet over eens of hij op dit punt gelijk had of niet. Overigens is er nog een tweede dialoog met deze naam, maar het staat wel vast dat die zeker niet van Plato’s hand is.
Alcibiades I, met als ondertitel ‘Over de menselijke natuur’, is een gesprek tussen Socrates en Alcibiades, later een berucht veldheer die Atheense militaire geheimen verraadde aan Sparta. Maar hier vraagt de jonge, ambitieuze Alcibiades zijn ‘intieme vriend’ Socrates om advies over de juiste voorbereiding op een politieke carrière. Socrates leidt zijn discipel tot de vaststelling dat hij daartoe de oproep van het Delfische orakel moet volgen: ‘Ken je zelf.’ Om zichzelf te begrijpen moet de ziel naar andere zielen kijken, en met name naar datgene in hen wat het ‘meest goddelijke’ is, de wijsheid. Met zelfkennis kunnen we voor onszelf en anderen zorgen, en die zorg is net zo nodig voor een individu als voor de (stads)staat. Het is ook de wijsheid als hoogste deugd die ons uiteindelijk gelukkig maakt.

Tevens verschenen op de Filosofiekalender © Veen Media
Reacties

Non scholae sed vitae discimus = ‘Je leert niet voor school, maar voor het leven’

??

@Antwoord = Deze bekende uitspraak is het motto van veel scholen over de hele wereld en wordt vaak toegeschreven aan de Romeinse filosoof Lucius Annaeus Seneca (4 v.Chr.-65 n.Chr.). In werkelijkheid zei Seneca (Epistulae 106, Over de stoffelijkheid van de deugd) precies het omgekeerde: ‘Non vitae sed scholae discimus.’ Hij bedoelde dat de kwestie of de deugd stoffelijk is, een vraag is voor een geleerde, maar niet voor iemand die wijsheid voor het leven zoekt.

Tevens verschenen op de Filosofiekalender © Veen Media
Reacties

Het is de levenswijsheid van dwazen, die echter maar al te vaak voorkomt, dat men slechts door schade en schande wijs zou kunnen worden.

Desiderius Erasmus in ‘Traktaat over opvoeding en onderwijs’ (1529) in Over opvoeding en vrije wil (1992)

In het Rotterdam van zijn tijd en de rest van zijn wereld ziet Desiderius Erasmus (1468–1536) om zich heen dat er wel wordt gezorgd dat een kind lichamelijk zonder gebreken is, maar dat diens geest wordt verwaarloosd. En terwijl een hond wordt geboren om te jagen en de vogel om te vliegen, ‘wordt de mens geboren voor de filosofie en voor eervolle daden’. Om het geluk te proeven tot zijn bestemming te komen is de mens echter afhankelijk van de natuur (aanleg en de ‘diep gewortelde neiging tot het edele’), onderricht (raadgevingen en voorschriften) en oefening (gewoontevorming van de juiste houding).
Nu zijn de voorschriften van de wijsbegeerte ‘als het ware de ogen van de ziel, en op de een of andere manier werpen zij licht op uw weg, opdat u kunt zien wat u te doen staat en wat u vooral niet moet doen’. Bovendien geldt dat de filosofie het kind in één jaar meer leert dan dertig jaar experimenteren, en zij is bovendien een stuk veiliger. Erasmus spreekt er daarom schande van dat mensen er zo weinig voor over hebben om een goede leraar voor hun kinderen te vinden: ‘wanneer iemand geheel en al ongeschikt is voor welke taak dan ook, nalatig, lui, simpel, een slemper, dan draagt u hem het onderwijs van uw zoon op.’ Tegenwoordig is er genoeg geld voor bekwame docenten, alleen is er op school geen tijd meer over voor wijsbegeerte, want alle aandacht is er op gericht om de kinderen die beroepen aan te leren die nodig zijn om goede leraren te kunnen betalen.

Tevens verschenen op de Filosofiekalender © Veen Media
Reacties

Op de bodem van de ziel liggen bepaalde inzichten waarvan wij ons weinig bewust zijn en die pas bruikbaar beginnen te worden wanneer zij geformuleerd zijn.

Lucius Annaeus Seneca in Brieven aan Lucilius (nr. 94)

Aan het eind van zijn leven belicht Seneca (4 v.C.–65 n.C.) zijn stoïcijnse moraal in een reeks brieven aan zijn vriend Lucilus, waarvan er 124 bewaard zijn gebleven. Door de stijl en de behandelde onderwerpen (niet alleen allerlei algemene raadgevingen, maar ook veel Romeinse alledaagsheid) is het een van de persoonlijkste geschriften die uit die tijd is overgeleverd.
In de brief over ‘Het effect van leefregels’ behandelt Seneca eerst uitgebreid de ideeën van de Griekse stoïcijnse filosoof Ariston van Chios uit de derde eeuw v.C. Deze bespreekt het nut van (het overdragen van) leefregels. Ariston meent onder meer dat je beter de bewijzen voor die regels kunt geven dan de regels zelf. Seneca is het niet met hem eens: ‘Onze geest draagt in zich de kiemen mee van alles wat in zichzelf goed is; door een aansporing komen die tot leven.’ Volgens Seneca is het daarom van belang dat gezaghebbende leraren alle in ons verborgen en verbrokkelde inzichten formuleren en onderling verbinden.

Tevens verschenen op de Filosofiekalender © Veen Media
Reacties

Een verzameling mooie uitspraken is meer waard dan een hoop schatten.

Isocrates

Genoemde uitspraak is natuurlijk vooral waar voor wie zijn beroep heeft gemaakt van het schrijven van toespraken (of kalenderwijsheden), want daarin komt een welgekozen citaat altijd van pas. Dat laatste geldt zeker voor Isocrates (436-338 v.C.), een der grote redenaars van het antieke Athene. Omdat hij een zwakke stem had en nogal snel zenuwachtig werd, schreef hij in eerste instantie vooral voor anderen, maar later stichtte hij een beroemde retorenschool, waaruit volgens Cicero ‘net als uit het paard van Troje enkel vorsten kwamen’.
Anders dan zijn leermeesters, de Sofisten, bracht Isocrates zijn leerlingen niet alleen de theorie en de praktijk van de welsprekendheid bij, maar ook politiek en ethiek. Als docent retorica kwam hij niettemin nu en dan in aanvaring met zijn tijdgenoot Plato, die weinig ophad met de kunst van de welsprekendheid, juist omdat redenaars zowel leerden de waarheid als de leugen te verdedigen. Het moet ook gezegd worden dat Isocrates het verwerven van de deugd nogal opportunistisch propageerde: alleen met een goede reputatie kun je je medeburgers overtuigen ...

Tevens verschenen op de Filosofiekalender © Veen Media
Reacties

Je weet of iemand verstandig is door zijn antwoorden. Je weet of iemand wijs is door zijn vragen.

Naguib Mahfouz

Na een studie filosofie begon de uit Egypte afkomstige Naguib Mahfouz (1911–2006) aan een schrijverscarrière, die hem onder meer, als eerste en tot op heden enige Arabische auteur, de Nobelprijs voor de literatuur bracht (1988). Na een eerste, naturalistische periode, is zijn werk te karakteriseren als existentialistisch, met als thema de verstoorde verhouding tussen een individu en zijn omgeving. Nog op 82-jarige leeftijd overleefde hij een aanslag op zijn leven door moslimextremisten.
In het citaat verbindt Mahfouz twee bekende filosofische thema’s: ten eerste het verschil tussen (gezond) verstand en wijsheid en ten tweede het belang van het stellen van (de juiste) vragen tegenover het geven van antwoorden. Wie kennis vergaart, ontwikkelt zijn verstand en weet het antwoord op steeds meer vragen. Maar werkelijk inzicht ontstaat alleen waar de juiste vragen worden gesteld. Zoals Socrates al meende dat je met de juiste vragen zelfs een slaaf tot inzicht in de wiskunde zou kunnen brengen.

Tevens verschenen op de Filosofiekalender © Veen Media
Reacties

Filosofen zijn buitensporig vaardige moordenaars van vele wijze spreuken.

Timon van Phlius

De in Phlius op de Peloponnesos geboren Timon (ca. 320–230 v.Chr.) was ooit koorddanser, maar werd later een sceptisch filosoof als leerling van Pyrrho, tegen wie ‘geen sterveling het durft op te nemen’. Hij werd beroemd met een reeks satirische gedichten genaamd Silloi, die hij schreef tussen het drinken en filosoferen door. En ‘als hij last had van het lawaai van zijn dienstmeisjes en honden, hield hij op met schrijven, want hij was erg gesteld op een rustig werkklimaat’ (aldus Diogenes Laërtius). Van Timon zijn slechts 140 regels overgeleverd. Bijna alles wat we weten over de inhoud van zijn denken, is gebaseerd op citaten in het werk van Sextus Empiricus. Het citaat lijkt erop te wijzen dat Timon de filosofen verwijt dat zij de wijsheid eerder verkleinen dan vergroten, maar misschien is het wel ironisch bedoeld.

Tevens verschenen op de Filosofiekalender © Veen Media
Reacties

Meer gedachten


Logo mini

begeleiding bij bezinning

filosofisch consult

socratisch gesprek

moreel beraad