Aandacht
Aansprakelijkheid
Aanvaarding
Aarde
Absolutisme
Absurde
Afrika
Agnosticisme
Alchemie
Alleen-zijn
Amerika
Analyse
Ander
Angst
Antropoceen
Antropologie
Aporie
Arbeid
Architectuur
Argumenten
Armoede
Art deco
Ascese
Atheïsme
Authenticiteit
Autobiografie
Autonomie
Autopoïese
Bedrijfsleven
Begeerte
Begrijpen
Begrippen
Behaviorisme
Belangeloosheid
Belangen
Beschaving
Bescheidenheid
Bestaan
Bestemming
Betekenis
Beweging
Bewustzijn
Bezinning
Bezonnenheid
Bibliotheek
Bibliotherapie
Bijbel
Bildung
Biologie
Blijmoedigheid
Blinde vlek
Boeddhisme
Boeken
Boosheid
Brein
Bulverisme
Burgerschap
Burn-out
Categorische imperatief
Causaliteit
Chaos
Christendom
Coaching
Cogito
Cognitie
Communicatie
Communisme
Computer
Concentratie
Conditionering
Constructivisme
Consumeren
Contemplatie
Creativiteit
Cultuur
Cultuurfilosofie
Cybernetica
Cynisme
Dagelijks leven
Dansen
Darwinisme
Definitie
Definitie van de situatie
Democratie
Denkbeelden
Denken
Depressie
Deskundigheid
Determinisme
Deugden
Deugdenethiek
Deugdzaamheid
Dialoog
Dierenrechten
Dilemma
Ding-in-zichzelf
Diplomatie
Discipline
Dood
Doodsangst
Dorst
Drogredenen
Dromen
Dubbelzinnigheid
Dunning-Kruger-effect
Duurzaamheid
Dwaasheid
Ecologie
Economie
Eenzaamheid
Eerlijkheid
Eeuwigheid
Egoïsme
Eigenbelang
Eigenheid
Eigenliefde
Eindigheid
Elementen
Emergentie
Emoties
Empathie
Empirisme
Engelen
Epicurisme
Epistemologie
Erotiek
Ervaring
Essay
Esthetiek
Eten
Ethiek
Eudaimonia
Euthanasie
Evangelie
Evolutie
Existentialisme
Existentie
Experiment
Faidros
Falen
Fanatisme
Feiten
Fenomenologie
Filosofen
Filosoferen in organisaties
Filosoferen met kinderen
Filosofie
Filosofisch café
Filosofisch consult
Filosofische praktijk
Filosofische vraag
Fortitudo
Frankrijk
Fundamentalisme
Fysiologie
Gebed
Gebeurtenis
Gebod
Geboorte
Gedachten
Gedrag
Gedragswetenschap
Geest
Geestelijke gezondheid
Geesteswetenschappen
Geheugen
Gelatenheid
Geld
Geloof
Geluk
Gelukzaligheid
Gematigdheid
Gemeenschap
Gemeenschappelijkheid
Gemoedsrust
Genot
Geschiedenis
Gesprek
Geven
Gevoelens
Geweld
Gewoonten
Gezondheid
Gnostiek
God
Goed
Goede leven
Grondeloosheid
Haat
Handelen
Hartstochten
Hebben
Heden
Hedonisme
Held
Helpen
Hemel
Hermes
Hilberts paradox
Hoop
Humanisme
Huwelijk
Hybris
Hypothese
Idealen
Idealisme
Ideeën
Identiteit
Ik
Illocutionaire handelingen
Individualisme
Individualiteit
Instinct
Integratie
Integriteit
Interpretatie
Intersubjectiviteit
Introspectie
Inzicht
Ironie
Isolement
Iustitia
Jaïnisme
Jodendom
Jona
Kapitalisme
Karakter
Kennis
Keuzes
Kijken
Kitsch
Klimaat
Koningschap
Kredietcrisis
Kritiek
Kunst
Kwaad
Kwaliteit
Kwantumfysica
Kwetsbaarheid
Leefregels
Leegte
Leibniz
Leiderschap
Leren
Leugen
Leven
Levensbeschouwing
Levensfilosofie
Levenskunst
Levensvorm
Levenszorgen
Lezen
Lichaam
Liefde
Lijden
Literatuur
Logica
Logos
Logotherapie
Luisteren
Maaltijd
Maatschappij
Macht
Markt
Marktdenken
Marxisme
Massa
Massamedia
Materialisme
Medelijden
Mediatie
Meerduidigheid
Meesterschap
Melancholie
Mens
Mens en dier
Mens-zijn
Mensapen
Menselijkheid
Mensenkennis
Mensheid
Metafysica
Methode
Midlifecrisis
Minderwaardigheidscomplex
Mindfulness
Missie
Mode
Modernisering
Moderniteit
Moed
Moedeloosheid
Monniken
Moraal
Moraliteit
Mystiek
Naaktheid
Naastenliefde
Namen
Nataliteit
Nationalisme
Natuur
Natuurwetenschap
Nazisme
Nederigheid
Neoplatonisme
Neurofilosofie
Niets
Noodlot
Nut
Object
Objectiviteit
Offer
Oidipous
Onbewuste
Ondernemen
Onderscheiding
Onderwijs
Oneindigheid
Ongemak
Onmenselijkheid
Onsterfelijkheid
Onthaasting
Onthechting
Ontologie
Ontroering
Ontspanning
Onverschilligheid
Onwetendheid
Onzekerheid
Oorlog
Oorzaken
Oprechtheid
Optimisme
Opvoeding
Orde
Organisaties
Organismen
Ouderen
Paradigma
Paradigmawisseling
Paradox
Perfectie
Persoon
Persoonlijkheid
Pessimisme
Phaedrus
Pijn
Placebo-effect
Plichtethiek
Poëzie
Politici
Politiek
Politieke filosofie
Positivisme
Postmodernisme
Pragmatiek
Pragmatisme
Praktische filosofie
Principes
Procesfilosofie
Procestheologie
Profeet
Prudentia
Psychiaters
Psychiatrie
Psychoanalyse
Psychofarmaca
Psychologen
Psychologie
Psychose
Psychotherapie
rationalisme
Rationaliteit
Rationeel-emotieve therapie
Realisme
Rechtschapenheid
Rechtvaardigheid
Reclame
Rede
Redelijkheid
Reductie
Reductionisme
Reflectie
Reflexiviteit
Regels
Relativisme
Relativiteit
Religie
Respect
Retorica
Revolutie
Ritme
Ruimte
Salutogenese
Samenleving
Samenwerking
Samoerai
Scepsis
Scepticisme
Schaamte
Schilderkunst
Schizofrenie
Scholing
School
Schoonheid
Schrift
Schrijven
Schuldgevoel
Sciëntisme
Seksualiteit
Sereniteitsgebed
Slaap
Sociaal contract
Socialisme
Sociologie
Socratisch gesprek
Solipsisme
Solutionisme
Speculatie
Speltheorie
Spijt
Spiritualiteit
Staat
Sterfelijkheid
Sterven
Stoa
Stoelgang
Stoïcisme
Strategie
Stress
Subject
Subjectiviteit
Taal
Taalspel
Tao
Taoïsme
Techniekfilosofie
Technologie
Tegenslag
Televisie
Temperantia
Terre des Hommes
Tevredenheid
Theodicee
Theologie
Theorie
Therapie
Thomas
Tijd
Timemanagement
Toekomst
Tolerantie
Totalitarisme
Transcendente meditatie
Transcendentie
Twijfel
Utilitarisme
Utopie
Vaderschap
Veerkracht
Veiligheid
Verandering
Verantwoordelijkheid
Verbeelding
Verbijstering
Verdriet
Vergelijking
Vergeving
Vergevingsgezindheid
Vergissen
Verlangen
Verleden
Verlichting
Verliefdheid
Vernietiging
Verslaving
Verstand
Verstrooiing
Vertalen
Vertrouwen
Verveling
Verwachtingen
Verwondering
Vijand
Visie
Volk
Volkomenheid
Voltooiing
Volwassenheid
Voortreffelijkheid
Vorming
Vragen
Vrede
Vriendschap
Vrije tijd
Vrije wil
Vrijheid
Vrijheid van meningsuiting
Vrouwenemancipatie
Waanzin
Waarde
Waarden
Waarheid
Waarneming
Wachten
Walging
Wandelen
Wanhoop
Wantrouwen
Ware weg
Wederkerigheid
Wereld
Werk
Werkelijkheid
Wet
Weten
Wetenschap
Wetenschapsfilosofie
Wetenschapssociologie
Wijsgerige antropologie
Wijsheid
Wil
Wilskracht
Wiskunde
Woe wei
Woede
Wolf
Wonder
Woorden
Wraak
Zekerheid
Zelf
Zelfbeheersing
Zelfbewustzijn
Zelfkennis
Zelfmoord
Zelfoverschatting
Zelfvertrouwen
Zelfzorg
Zelfzuchtigheid
Zen
Zenboeddhisme
Ziekte
Ziel
Zien
Zijn
Zin
Zingeving
Zinloosheid
Zintuigen
Zitten
Zonde
Zwaardvechten
Zwaarmoedigheid
Zwaartekracht

Als je je 'waarom?' van het leven hebt, dan verdraag je vrijwel ieder 'hoe?'

Friedrich Nietzsche in Afgodenschemering (1889)

De titel van een van de laatste werken die Friedrich Nietzsche (1844-1900) schreef voordat hij mentaal instortte, Götzen-Dämmerung, is een toespeling op de opera Götterdämmerung (‘Godenschemering’) van Richard Wagner. Ooit hadden ze diep respect voor elkaar gehad, maar Nietzsche was ervan overtuigd geraakt dat Wagner de muziek ‘ziek’ had gemaakt. De ondertitel van Nietzsches werk luidt ‘Of hoe men met de hamer filosofeert’, wat hem de bijnaam ‘de filosoof met de hamer’ opleverde.
Het citaat staat in het hoofdstuk ‘Spreuken en pijlen’, met daarin uitsluitend dit soort aforismen. Het is een eigen leven gaan leiden in boeken over de rol van zingeving en transcendentie in het menselijk leven. Maar eigenlijk blijkt uit de tweede zin, die er zelden bij wordt geciteerd, op welke ‘afgod’ Nietzsche hier zijn pijlen heeft gericht: ‘De mens streeft niet naar geluk; dat doen alleen de Engelsen.’ Dat is een sneer naar de zogenaamde ‘utilisten’, zoals Bentham en Mill, die de morele waarde van een handeling afmaten aan de bijdrage die deze leverde aan het grootste geluk voor het grootste aantal mensen.

Tevens verschenen op de Filosofiekalender © Veen Media

Reacties

Gedurende ons leven skiën we allemaal van een lange berghelling af, met aan het eind een onvermijdelijke klif zonder bodem.

Aaron Antonovsky in ‘Salutogenesis. Studying health vs. studying disease’ (1990)

Tot zijn eigen verbijstering bleek 29 procent van de door de Israëlische socioloog Aaron Antonovsky (1923-1994) onderzochte vrouwelijk kampoverlevenden emotioneel gezond, ondanks hun gruwelijke ervaringen. Dat zette hem aan het denken over de vraag wat de oorsprong is van gezondheid. Uitgangspunt werd dat iedereen gedurende zijn leven te maken krijgt met stress en problemen, alleen lijken sommige mensen daar beter tegen te kunnen dan andere.
Tot dan toe keek de medische wetenschap uitsluitend naar de ‘pathogenese’, het ontstaan van ziekte. Artsen helpen skiërs met een gebroken been. Maar niemand vraagt naar de ‘salutogenese’ (de term die Antonovsky bedacht omdat er nog geen woord voor was): het ontstaan van veerkracht en gezondheid. Waarom niet kijken hoe je de helling minder steil kunt maken en kunt leren van de vaardigste skiërs.
Gezonde mensen blijken dan te beschikken over een ‘gevoel van samenhang’, wat bestaat uit drie aspecten: het gevoel de situatie te begrijpen, de overtuiging dat je er invloed op uit kunt oefenen en de zin ervan inzien.

Tevens verschenen op de Filosofiekalender © Veen Media

Zondag 18 maart a.s. geef ik in het Filosofiecafé Twente een lezing over 'De vier levenszorgen volgens Irvin D. Yalom'

Irvin D. Yalom (1931) wordt beroemd met zijn boeken over existentiële psychotherapie en groepstherapie. Als therapeut is hij sterk beïnvloed door de existentiefilosofie van o.a. Heidegger, Sartre en Camus. Op latere leeftijd wordt hij een bestsellerauteur met zijn ‘teaching novels’, waaronder Nietzsches tranen, De Schopenhauerkuur en Het raadsel Spinoza.
Centraal in Yaloms denken staan vier ‘levenszorgen’ die volgens hem ten grondslag liggen aan veel problemen van zijn patiënten, maar ook aan onze angsten en sombere buien. Ten eerste wordt ieder mens geconfronteerd met de zekerheid van zijn eigen sterfelijkheid. Ten tweede is ieder individu absoluut vrij, wat een kwellende verantwoordelijkheid met zich meebrengt. Ten derde betekent die eindigheid en verantwoordelijkheid dat we in een existentieel isolement verkeren. En ten slotte wordt ieder mens daardoor geplaagd door een onleefbaar besef van zinloosheid.

Locatie: Kulturhus, Marktstraat 23 te Borne

Aanvang 14.00 uur, zaal open om 13.30 uur

Zie voor meer informatie en kaartverkoop de website van het Filosofiecafé Twente


Reacties

We hebben tijd, te veel tijd, om verontrustende vragen te stellen.

Irvin D. Yalom in Existential psychotherapy (1980)

Volgens de Amerikaanse existentiële psychotherapeut en romanschrijver Irvin D. Yalom (1931) moet een burger van de hedendaagse geürbaniseerde, geïndustrialiseerde, seculiere wereld het leven tegemoet treden zonder een op religie gebaseerd kosmisch betekenissysteem en losgerukt van de natuur en de gang van het eenvoudige leven. Dat levert hem/haar veel problemen op, van angst tot somberheid, ook omdat voor veel mensen hun belangrijkste dagbesteding (werk) geen intrinsieke waarde heeft.
Het dilemma is dat twee ware beweringen onveranderlijk tegenover elkaar lijken te staan:
1. De mens lijkt zin of betekenis nodig te hebben.
2. De existentiële vrijheid betekent dat het enig wat absoluut vaststaat, is dat er geen ‘betekenis’ gegeven is, geen veelomvattend, visionair plan voor het universum.
Voor een atheïst als Yalom is het probleem dus: hoe vindt een wezen dat zin nodig heeft, zin in een universum zonder zin?
De meeste westerse theologische en atheïstische systemen lijken het volgens Yalom over één ding eens: het is goed en juist om je onder te dompelen in de stroom van het leven. Als mogelijke seculiere activiteiten die mensen het gevoel van een levensdoel geven, noemt hij altruïsme, toewijding aan een goed doel en creativiteit.

Tevens verschenen op de Filosofiekalender © Veen Media

Reacties

Het bleek dat schrijven over je waarden een van de effectiefste psychologische interventies is die ooit is onderzocht.

Kelly McGonigal in Sterker met stress (2015)

In een onderzoek aan het eind van de vorige eeuw werd studenten gevraagd in hun vakantie een dagboek bij te houden. De ene helft werd gevraagd hun activiteiten van de dag te koppelen aan hun waarden, de andere helft moest alleen de goede dingen noteren die hen overkwamen. Na de vakantie bleken de eersten in een betere gezondheid en een betere stemming te zijn. Daarna werd veel vergelijkbaar onderzoek gedaan naar het effect van schrijven over je waarden, met het citaat van Kelly McGonigal als conclusie.De baten van waardenbewustzijn zijn wonderbaarlijk te noemen. Op de korte termijn voelen mensen zich krachtiger, trotser en sterker. Ze voelen zich meer verbonden met anderen, kunnen meer pijn verdragen, hebben meer zelfbeheersing en blijven niet piekeren na een stressvolle ervaring. Op de lange termijn hebben studenten hogere cijfers, gaan ze minder vaak naar de dokter en is hun geestelijk gezondheid verbeterd. Al deze effecten kunnen optreden nadat mensen slechts tien minuten stil hebben gestaan bij wat voor hen in het leven belangrijk is. Die bezinning op de zin van hun bestaan verandert hun ‘mindset’ zodanig dat ze onder meer veel beter met stress kunnen omgaan.

Tevens verschenen op de Filosofiekalender © Veen Media

Reacties

De waarheid kan niet bewezen worden. De waarheid bewijst al het andere.

Leo Tolstoj in Mijn kleine evangelie (1883, 2002)

Er zijn meer pogingen gedaan om de essentie van de Bijbelse evangelies van Matteüs, Marcus, Lucas en Johannes tot een geheel te vormen, maar er was de visie en het talent van de Russische schrijver Leo Tolstoj (1828-1910) voor nodig om daar in zekere mate in te slagen. Het begon ermee dat Tolstoj toen hij vijftig was zichzelf en alle wijzen in zijn omgeving vroeg wie hij was en waar de zin van zijn leven uit bestond. Hij kreeg alleen maar antwoorden die hem zeer deprimeerden: dat hij een toevallige verzameling deeltjes was en dat het leven geen zin had. Maar dan realiseert hij zich dat hij als kind, toen hij nog geloofde, wel wist wat de zin van het leven was, en dat de mensen om hem heen die nog wel geloven (‘de meerderheid van hen die niet door rijkdom werden verdorven’), een waarachtig leven leiden.
Bij het citaat verwijst Tolstoj naar Johannes 10:1-3, de gelijkenis van de goede herder. De schapen herkennen de goede herder aan het feit dat hij de schaapskooi ‘door de deur’ binnengaat, en niet als een rover ergens anders naar binnenklimt. Jezus vergelijkt zichzelf met de deur van de schaapskooi: ‘wanneer iemand door mij binnenkomt zal hij gered worden; hij zal in en uit lopen, en hij zal weidegrond vinden.’

Tevens verschenen op de Filosofiekalender © Veen Media

Reacties

Waarom is er eigenlijk iets en niet veeleer niets?

Martin Heidegger in Wat is metafysica? (1929)

Bij zijn inauguratie aan de Universiteit van Freiburg, op de leerstoel die voorheen werd bezet door Edmund Husserl, op 24 juli 1929 vraagt Martin Heidegger (1889–1976) zich af wat metafysica eigenlijk is, dat deel van de wijsbegeerte wat zich bezighoudt met de laatste gronden van de dingen en de gebeurtenissen. Volgens Heidegger is de mens het wezen dat naar het geheel vraagt, en dat vragen is de metafysica. Wetenschappers, maar ook veel filosofen, vinden deze vragen zinloos omdat er geen antwoord op kan worden gegeven. Dan lijkt het een hele praktische oplossing om de hele vraag naar de ‘zin van het zijn’ (dus niet alleen van ‘het leven’, maar van het bestaan van het universum, het geheel), niet meer te stellen. Maar deze ‘zijnsvergetelheid’ is precies wat volgens Heidegger de moderne samenleving zo mechanicistisch en eendimensionaal maakt. Ook Heidegger zoekt overigens niet naar antwoorden in de wetenschap of de logica, maar in de ervaring. In de stemming van de angst ervaren wij het Niets. Met veel moeite ervaren we het ware ‘zijn’ in het authentieke leven, dat zich kenmerkt door gelatenheid, en dan misschien ook in kunst en natuur.


Tevens verschenen op de Filosofiekalender © Veen Media
Reacties

Men kan zeggen dat instincten worden doorgegeven door genen en waarden door tradities. Maar omdat de zin uniek is, moet hij persoonlijk worden ontdekt.

Viktor Frankl in De vergeefse roep om een zinvol bestaan (1978, 1981)

Volgens de Oostenrijkse neuroloog en psychiater Viktor Emil Frankl (1905–1997) moest zowel de traditionele psychoanalyse als de (dan) moderne gedragswetenschap worden vermenselijkt. Voor de traditionele en de huidige psychologie betekent psychische gezondheid zoiets als ‘(weer) kunnen functioneren in het dagelijks leven’, maar voor Frankl is geestelijke gezondheid ‘niet meer dan een middel tot een doel’. In zijn logotherapie gaat het niet om ‘zin door therapie’, maar om ‘therapie door zin’. Psychisch lijden in de vorm van depressie, angst of verslaving ontstaan als die zin ontbreekt. Om iemand te helpen de betekenis van zijn bestaan – oftewel de reden om gezond te zijn – te vinden, gebruikt Frankl onder meer de socratische dialoog. Daarbij vraagt de logotherapeut net zo lang door tot zijn ‘patiënt’ stuit op de principes waarnaar hij of zij wil leven en het doel dat hij of zij daarmee wil bereiken.

Tevens verschenen op de Filosofiekalender © Veen Media

Reacties

Hoe rechtstreekser je erop gericht bent plezier te maximaliseren en pijn te vermijden, hoe groter de kans dat je in plaats daarvan een leven schept dat van alle diepte, zin en gemeenschappelijkheid verstoken is.

Richard Ryan, Veronika Huta en Edward Deci in ‘Living Well: A Self-Determination Theory Perspective on Eudaimonia’ (2013)

Volgens utilitaristen is een handeling ethisch goed als die bijdraagt aan ‘het grootste geluk voor het grootste aantal’. Vervolgens is het natuurlijk nog wel even zaak om te bepalen wat geluk precies is. Volgens een van de grondleggers van deze stroming, Jeremy Bentham, is geluk het hebben van zo veel mogelijk plezier en het ontbreken van pijn. Als je echter empirisch gaat onderzoeken of dat ook werkelijk het geval is, kom je erachter dat mensen die voortdurend bezig zijn om het zichzelf zo gemakkelijk mogelijk te maken en stress te vermijden, vaker depressief worden, in allerlei conflicten verzeild raken en andere nare dingen meemaken. Doordat je stress probeert te vermijden, leveren steeds meer dingen stress op. Als je een beroep op anderen doet voor hulp, krijgen die er steeds minder zin in om die te verlenen, en dus kom je bij moeilijkheden steeds vaker alleen te staan. Van de weeromstuit probeer je nog harder stress te vermijden of te ontsnappen in zelfdestructief, ‘zelftroostend’ vermaak. Psychologen noemen deze ironische neerwaartse spiraal ‘stressgeneratie’.

Tevens verschenen op de Filosofiekalender © Veen Media
Reacties

Er bestaat geen noodlot dat niet door verachting kan worden overwonnen.

Albert Camus in De myte van Sisyfus. Een essay over het absurde (1942, 1985)

Doordat hij tot in zijn dood doorging met het tarten van de goden werd Sisyfus, de mythische stichter en koning van Korinthe, door hen veroordeeld om in de onderwereld voor eeuwig een rotsblok omhoog te rollen naar de top van een berg, waar het topzwaar weer omlaag rolde en hij opnieuw moest beginnen. De Franse filosoof en Nobelprijswinnaar Albert Camus (1913–1960) koos Sisyfus als beschermheer voor het door hem aangehangen ‘absurdisme’.
Op de vraag naar de zin van het leven, zijn volgens Camus drie keuzes mogelijk: een escapistische zin –zoals een god of een ideaal –, zelfmoord, of doorgaan met leven in het besef dat dat zonder betekenis is. Wie voor de laatste mogelijkheid kiest, is in de ogen van Camus een ‘absurde held’. Dat is Sisyfus bij uitstek, want hij wéét bij het omhoogduwen van de steen dat die weer naar beneden zal rollen. En als dat gebeurt, en hij de top verlaat, daalt hij langzaam af. Op dat moment staat hij volgens Camus boven zijn noodlot en is hij sterker dan zijn rots. ‘Het heldere inzicht dat [volgens de goden] de oorzaak zou moeten zijn van zijn kwelling, schenkt hem tegelijk zijn overwinning.’ Camus sluit af met de vreugdevolle gedachte dat we ons moeten voorstellen dat Sisyfus gelukkig is.

Tevens verschenen op de Filosofiekalender © Veen Media
Reacties

Stress daagt ons uit om de zin van ons leven te vinden.

Kelly McGonigal in Sterker met stress - Waarom stress goed voor je is en hoe je ervan profiteert (2015)

Uit psychologisch onderzoek blijkt dat de meeste mensen weliswaar denken dat ze gelukkiger zouden zijn als ze het minder druk hadden, maar dat het tegenovergestelde het geval is. Het is dan ook bekend dat na de pensionering het risico op een depressie met maar liefst veertig procent toeneemt. Het zijn dit soort bevindingen die gezondheidspsychologe Kelly McGonigal ervan overtuigd hebben dat we onze denkbeelden over stress radicaal moeten herzien.
Zij denkt dat stress weleens een natuurlijk bijproduct zou kunnen zijn van het nastreven van lastige, maar belangrijke doelen. Dat betekent natuurlijk niet dat elk stressvol moment rijk is aan betekenis. Maar zelfs als de stress die we ervaren niet inherent zinvol lijkt, kan die wel ons verlangen wekken om zin te geven aan de bezigheden die ons bezwaren. Volgens McGonigal hebben mensen een aangeboren instinct om zin te geven aan hun lijden. Dat instinct maakt zelfs deel uit van de biologische stressrespons, waardoor we over dingen blijven peinzen en soms worden geprikkeld tot spirituele overdenkingen of gewetensonderzoek. Ook dat maakt dat een stressvol leven vaak een zinvol leven is.

Tevens verschenen op de Filosofiekalender © Veen Media

Reacties

Wat een reden om te leven wordt genoemd is tegelijk een uitstekende reden om voor te sterven.

Albert Camus in De mythe van Sisyfus (1942)

'De filosofie kent maar één werkelijk serieus probleem: de zelfmoord.’ Dat is het beroemde of beruchte begin van De mythe van Sisyfus, waarin de Franse filosoof en roman- en toneelschrijver Albert Camus (1913–1960) de consequenties probeert te schetsen van de ervaring van het absurde.
Hij stelt vast dat niemand bereid is zijn leven te geven voor het ontologisch godsbewijs of de stelling dat de aarde om de zon draait. Maar hij moet ook erkennen dat er veel mensen sterven omdat zij de zin van het leven niet zien. Terwijl er paradoxaal genoeg anderen zijn die zich laten doden omdat zij geloven in een of ander heilig idee. Nietzsche heeft ooit gezegd dat een filosoof alleen maar achting verdient als hij zelf het voorbeeld geeft waar het gaat om de consequenties van zijn overtuigingen. Dat betekent, zo merkt Camus fijntjes op, dat het nogal ‘belangrijk’ wordt wat je als filosoof antwoordt op de vraag of het leven het al dan niet waard is te worden geleefd ...

Tevens verschenen op de Filosofiekalender © Veen Media

Als het leven geen zin heeft, dan maakt het maar zin.

Gummbah op trui voor expositie ‘Nobody Forever’, 2006

Filosoof René Gude was al ernstig ziek toen hij in 2013 tot Denker des Vaderlands werd gekozen. In een interview met Trouw (16 november 2013) zegt hij de uitspraak van Gummbah te hanteren als uitgangspunt voor het verkennen van alle terreinen van het leven. Hij behoort tot die grote groep intellectuelen van tegenwoordig die ervan overtuigd zijn dat er ‘geen voorgegeven zin is van dit alles’, maar dat mensen ‘met wisselend succes’ zin ‘geven’ of ‘maken’. Zelf maakt hij zin door te werken. Als hij ’s morgens geen zin heeft om te beginnen, heeft hij de discipline om toch aan de slag te gaan, en ’s avonds is hij weer een tevreden mens.
Als je het niet zo getroffen hebt met je baan kun je ook zin maken door gezinsleven of vrienden, in maatschappelijke activiteiten of in de politiek. Als het je lukt om zin te maken, kom je in ‘een gemoedstoestand waarin je bent als je zinnen geprikkeld zijn, je zintuigen het schone waarnemen, je volzinnen betekenis hebben en je louter zinvolle doelen voor ogen hebt’. In 2500 jaar wijsbegeerte is de zaak dus nogal omgedraaid: het is niet langer zo dat het Schone, het Ware en het Goede het vanzelfsprekende streven zijn van de deugdzame mens, want die moeten eerst door hem worden gemaakt om ze vervolgens te kunnen ervaren. Dat kan maar twee dingen betekenen: de hoogmoed kent nu echt geen grenzen meer of wat wij in die gemoedstoestand ervaren is een illusie die vandaag of morgen wordt doorgeprikt. Of is dat laatste reeds lang geleden gebeurd ...

Tevens verschenen op de Filosofiekalender © Veen Media
Reacties

Idealen zijn essentieel voor het overleven.

John Herschel Glenn jr.

Ludwig Binswanger heeft ooit verteld dat Sigmund Freud zelf toegaf dat hij zich altijd had beperkt tot de ‘begane grond en de kelder’ van het psychische bouwwerk. In Psychotherapy and existentialism stelt de Oostenrijkse neuroloog en psychiater Viktor Emil Frankl (1905–1997) dat er daarom naast de Freudiaanse ‘dieptepsychologie’ ook een ‘hoogtepsychologie’ nodig is, die moet gaan over het ‘hogere streven’ van de mens naar zin en betekenis.
Hij vindt een dergelijke ‘hoogtepsycholoog’ in de persoon van ruimtevaarder John Herschel Glenn jr. (geb. 1921). Glenn was de derde Amerikaan in de ruimte en de eerste die in een baan om de aarde vloog. Later zat hij 25 jaar als Democraat in de senaat voor de staat Ohio. Hij meende dat er een basis van overtuigingen en geloof nodig was, die sterk genoeg was om mensen boven zichzelf uit te laten stijgen en te leven en te sterven voor een hoger doel dan hun eigenbelang. Of sterker nog: zonder idealen zouden wij niet kunnen overleven.

Tevens verschenen op de Filosofiekalender © Veen Media
Reacties

Elke serieuze roman moet filosofie maken uit de kleinigheden van het dagelijks leven.

Orhan Pamuk in The New York Times (11 november 2012)

De Amerikaanse krant vroeg de Turkse Nobelprijswinnaar Orhan Pamuk (geboren 1952) welk boek hij de Amerikaanse president zou aanraden om te lezen. Pamuk vertelt dat hij Obama al voor zijn verkiezing kende als de auteur van Dreams of my father, dat hij een erg goed boek vond. Hij vindt dat Obama en elke Amerikaanse president moet lezen wat hij ook vaak aan vrienden geeft: Zen en de kunst van het motoronderhoud – Een onderzoek naar waarden van de Amerikaanse auteur Robert M. Pirsig (1974). Dit grootse Amerikaanse boek is volgens hem gebaseerd op de uitgestrektheid van dat land en de individuele zoektocht naar waarden en de zin van het leven. ‘Dit buitengewoon romantische boek is geen roman, maar doet iets wat elke serieuze roman zou moeten doen, en hij doet dat beter dan vele grote romans: filosofie maken uit de kleinigheden van het dagelijks leven.’

Tevens verschenen op de Filosofiekalender © Veen Media
Reacties

De waarheid is dat de strijd om het voortbestaan verdwenen is en dat daardoor een nieuwe vraag is ontstaan: voortbestaan waarvoor?

Viktor E. Frankl in De vergeefse roep om een zinvol bestaan (1978)

De Oostenrijkse neuroloog en psychiater Viktor Emil Frankl (1905–1997) is de grondlegger van de ‘logotherapie’, die ook wel ‘de derde Weense school der psychotherapie’ (naast die van Freud en Adler) wordt genoemd. Zelf overleefde hij het concentratiekamp en hij wist dus wat er nodig is om de strijd om het voortbestaan aan te gaan: ‘Het is waar dat als íéts een mens kon steunen in zo’n extreme situatie als Auschwitz en Dachau, dat het bewustzijn was dat het leven een zin heeft die moet worden vervuld, ook al is dat in de toekomst.’
Zijn vorm van psychotherapie, ook wel ‘existentiële analyse’ genoemd, wil zowel de traditionele psychoanalyse als de (dan) moderne gedragswetenschap vermenselijken. Hij beschouwt (geestelijke) gezondheid als ‘niet meer dan een middel tot een doel’, en om het doel van het leven in gezondheid te achterhalen raadt hij een socratische dialoog aan. Een van de schokkende gegevens waar hij zich op beroept als hij pleit voor een ‘therapie door zin’ in plaats van ‘zin door therapie’ (de traditionele aanpak) is een onderzoek naar de achtergrond van zelfmoordpogingen van Amerikaanse studenten. Bijna allemaal waren ze zeer actief op sociaal vlak en academisch succesvol, en hadden ze een goede relatie met hun familie. Hun reden voor de zelfmoordpoging was dan ook geweest ‘dat het leven zinloos scheen’.

Tevens verschenen op de Filosofiekalender © Veen Media
Reacties

Betekenissen worden niet bepaald door situaties, maar wij bepalen onszelf door middel van de betekenis die wij aan situaties geven.

Alfred Adler in Wozu leben wir? (1931)

Naast Freud en Jung behoort Alfred Adler (1870–1937) tot ‘de grote drie’ van de psychoanalyse. Hij is bekend als bedenker van het ‘minderwaardigheidscomplex’ en als grondlegger van de Individualpsychologie of individuele psychologie.
Anders dan Freud, wiens verklaringen van menselijk gedrag nogal mechanicistisch waren, gaat Adler ervan uit dat je mensen moeten begrijpen op grond van de betekenis die hun gedrag voor hen zelf heeft. Als iemand iets geks doet, vraag je dan altijd af of dat gedrag de persoon helpt
  • een emotionele toestand teweeg te brengen, te stoppen of te vermijden;
  • de intensiteit van een emotionele toestand te verminderen, te intensifiëren of in stand te houden;
  • een reactie te ontlokken aan de fysieke of aan de sociale omgeving;
  • of te handelen op een wijze die overeenkomt met persoonlijke waarden, normen en doelen.
Alleen als je weet welke betekenis iemand geeft aan zijn situatie, kun je begrijpen waarom hij doet wat hij doet, namelijk om te worden of te blijven wie hij is.

Tevens verschenen op de Filosofiekalender © Veen Media
Reacties

Ik zal nooit weten ach! waarom ik leef.

Jan van Nijlen in ‘Ik kan niet slapen...’ (Gedichten 1904-1938 (1938))

Volgens dichter en criticus Greshoff kwam niemand de Vlaamse dichter Jan van Nijlen in (1884-1965) ooit tegen ‘op de kermissen der letterkundige ijdelheid’. Het was een ‘wonderlijke verschijning’, die een dubbelleven leidde. Zijn ‘schijngestalte’ was die van een hoofdambtenaar op het ministerie van Justitie, donkergekleed en met bolhoed. Zijn ‘ware zijn’ bleef echter ook voor zijn vrienden verborgen. Er zijn alleen aanwijzingen voor te vinden in zijn gedichten. Daar lezen we dat hij niet kan slapen want ‘’t uurwerk tikt zo raar’. Hij voelt niets leven rondom hem, de maan schijnt mat in zijn kamer, en hij omvat zijn eigen pols ...

... om toch maar iets
Te voelen leven in de duisternis,
Iets anders dan dat uurwerk-tikken, iets
Onstoff’lijks dat weer leven wekt, en ’k beef
Daar dit mijn eenigste gedachte is:
Ik zal nooit weten ach! waarom ik leef.

Tevens verschenen op de Filosofiekalender © Veen Media

Reacties

Men moet de deugd gaan beoefenen, zodra men in zijn onderhoud kan voorzien.

Phocylides, geciteerd door Plato in De staat

De spreukendichter Phocylides van Milete (rond 560 v.Chr.) wordt door Socrates geciteerd in een dialoog met Glauco, die betrekking heeft op de opleiding in de ideale Staat. Zo is bij de gymnastische opleiding eenvoud van belang, met name van voeding, dus niet te veel gebak en toetjes, want dat leidt maar tot ziekten. Glauco bevestigt Phocylides’ uitspraak dat mensen die al in hun onderhoud kunnen voorzien, de deugd moeten beoefenen, en stelt zelfs dat men daar al eerder mee moet beginnen. Maar voor Socrates is dat niet het belangrijkste: het gaat hem om de vraag of het leven van de rijke wel zin heeft als hij de deugd niet beoefent. Want veel rijken geven zich over aan losbandigheid en lijden daarom aan ziekten. Voor de meeste werkenden is het meteen duidelijk dat dat een ondeugd is, maar zou hetzelfde niet moeten gelden voor de rijken? Glauco durft vervolgens ‘zelfs te beweren dat niets zozeer de beoefening van de deugd in de weg staat als die overdreven zorg voor het lichaam’. Socrates zelf vindt het nog erger dat het zwelgen in vage ziekten ‘hinderlijk is voor elke vorm van studie, voor overdenking en zelfoverweging’.

Tevens verschenen op de Filosofiekalender © Veen Media
Reacties

Zoals het nu voor geliefden het heerlijkste is elkaar te zien en deze waarneming voor hen de voorkeur heeft boven alle andere, daar hun liefde hieraan haar bestaan en ontstaan ontleent, is het niet evenzo voor vrienden het meest begerenswaardige met elkaa

Aristoteles in Ethica Nicomachea (1171b, 29-33)

‘Vriendschap is gemeenschap’, vervolgt Aristoteles onomwonden. In zijn verre van bloemrijke stijl legt hij rustig maar gedegen uit dat men zich tot zijn vrienden verhoudt als tot zichzelf. En omdat het ‘begeerlijk’ is om je bewust te zijn van je eigen bestaan, geldt dat ook voor het bestaan van je vriend. Omdat je je bewust wordt van het bestaan van je vriend door met hem samen te leven, zul je dat dus (moeten) nastreven. Het hangt er vervolgens vanaf waar je voor kiest te leven, wat dat ‘samenleven’ precies inhoudt. Dat kan samen drinken zijn of dobbelen, samen sporten of op jacht gaan, of samen filosoferen. Dat waarvan je het meest houdt, en wat je als de zin van je leven ziet, dat deel je met een vriend.
De vriendschap tussen slechte mensen wordt aldus ‘boosaardig’. Zij gaan immers met hun vrienden samen slechte dingen doen en versterken bij elkaar hun slechtheid. Maar omgekeerd worden de goeden door de vriendschap alleen nog maar beter, omdat ze samen werken en ‘elkaar in het rechte spoor houden’. Tot slot van de twee hoofdstukken over vriendschap citeert Aristoteles Theognis: ‘het edele leert men slechts van edele mensen.’

Tevens verschenen op de Filosofiekalender © Veen Media

Reacties

Als ik mij afvraag waaruit ik kan opmaken of een bepaald probleem voorrang verdient boven een ander, dan luidt mijn antwoord dat wij moeten afgaan op de daden waar het ons toe aanzet.

Albert Camus in De myte van Sisyfus. Een essay over het absurde (1942)

Albert Camus (1913-1960) kende niemand die bereid was zijn leven te geven voor het ontologische godsbewijs of de vraag of de zon om de aarde draait of andersom. Hij opent zijn ‘essay’ met de stelling dat de filosofie maar ‘één werkelijk serieus probleem’ kent, namelijk de zelfmoord. De vraag naar ‘de zin van het leven’ is daarom voor hem de belangrijkste vraag van de filosofie. En er staat voor Camus ook nogal wat op het spel, want hij heeft van Nietzsche begrepen dat een filosoof uiteindelijk alleen een achtenswaardig denker is als hij zelf het goede voorbeeld geeft.
Zelfmoord kan vele redenen hebben, en we hoeven van Camus niet alleen te denken aan de voor de hand liggende, zoals het verteerd worden door verdriet. Misschien heeft een vriend van de wanhopige op de dag van de zelfmoord wel op een onverschillige toon tegen hem gesproken. In ieder geval is suïcide een bekentenis van een individu, namelijk dat hij het leven een ‘bespottelijke gewoonte’ is gaan vinden. Daarmee is een verband gelegd tussen zelfmoord en het absurde. Dat laatste omschrijft Camus onder andere als het gevoel een vreemdeling te zijn in een duister universum waar je geen enkele illusie meer rest.

Tevens verschenen op de Filosofiekalender © Veen Media

Reacties

Meer gedachten


Logo mini

begeleiding bij bezinning

filosofisch consult

socratisch gesprek

moreel beraad